Water bij de melk - Water bij de melk

Water bij de melk 

Titel: "Water bij de melk"

=> wat denk je bij deze titel?
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
LezenISK

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Water bij de melk 

Titel: "Water bij de melk"

=> wat denk je bij deze titel?

Slide 1 - Tekstslide

Over wie gaat het verhaal?
A
Een boer
B
Een meisje dat heet Kee
C
Een jongen die heet Jaan
D
De koeien van een boer

Slide 2 - Quizvraag

Wat krijgt Kee van haar vader voor haar verjaardag?
A
Nog een koe
B
Een armband van goud
C
Oorbellen van koper
D
Ee nieuwe fiets

Slide 3 - Quizvraag

Wat gaat Kee verkopen?
A
Melk uit een emmer
B
Oorbellen
C
Een koe
D
Weet ik niet

Slide 4 - Quizvraag

Vinden mensen Kee mooi?
A
weet ik niet
B
ja
C
nee

Slide 5 - Quizvraag

Vindt Kee het leuk dat Jaan graag naar haar kijkt?
A
Soms
B
Nee, dat wil ze niet
C
Dat weet ik niet
D
Ja, dat vindt ze leuk

Slide 6 - Quizvraag

Is Kee blij met de oorbellen van haar vader?
A
Een beetje
B
Nee, ze wil liever oorbellen van goud
C
Ja, heel blij
D
Dat weet ik niet

Slide 7 - Quizvraag

Waarom doet Kee water bij de melk?
A
Dat is lekker!
B
Dat heeft Jaan gevraagd.
C
Dat weet ik niet
D
Z heeft ze meer om te verkopen en dus ook meer geld

Slide 8 - Quizvraag

Heeft Kee nu genoeg geld voor gouden oorbellen?
A
Ja, ze koopt ze!
B
Bijna, zij moet nog even sparen
C
Dat weet ik niet
D
Nee, die zijn nog veel te duur!

Slide 9 - Quizvraag

Vindt Jaan de oorbellen mooi?
A
Nee, hij houdt niet van oorbellen
B
Weet ik niet
C
Hij heeft ze niet gezien
D
Ja, hij vindt ze heel mooi!

Slide 10 - Quizvraag

Wanneer gaat de oorbel los?
A
Als ze in de put kijkt
B
Als Jaan haar een zoen geeft
C
Dat weet ik niet
D
Als zij thuis is gekomen

Slide 11 - Quizvraag

Heeft Kee de oorbel nog kunnen pakken?
A
Ja, ze heeft hem weer in haar oor gedaan.
B
Nee, de put is te diep
C
Ja, ze is heel blij
D
Dat weet ik niet

Slide 12 - Quizvraag

Wat heeft Kee fout gedaan?
A
Ze heeft niets fout gedaan
B
Alles!
C
Ze was niet aardig tegen Jaan
D
Ze heeft niet eerlijk geld verdiend aan de melk met water

Slide 13 - Quizvraag

Wat is oplichten?
A
Geld verdienen op een oneerlijke manier
B
Dat weet ik niet
C
Het licht aanzetten
D
Iets verliezen

Slide 14 - Quizvraag