Om spanning te meten gebruik je een spanningsmeter.
Wordt ook een voltmeter genoemd.
Een voltmeter plaats je altijd parallel geschakeld.*
Slide 14 - Tekstslide
Spanning in parallelschakeling
In een parallelschakeling is de spanning overal hetzelfde.*
Slide 15 - Tekstslide
Spanning in serieschakeling
In een serieschakeling wordt de spanning verdeeld.
Slide 16 - Tekstslide
Samengevat:
Stroomsterkte
Spanning
Serie
Gelijk
Verdeeld
Parallel
Verdeeld
Gelijk
Slide 17 - Tekstslide
Leerdoelen check 4 Basis
Slide 18 - Tekstslide
Lezen en maken met potlood
Introductie + Paragraaf 1:
BLZ 72 t/m 87
Alle opdrachten
Paragraaf 2:
BLZ 88 t/m 98
Blauwe opdrachten 1 t/m 10 (vergeet 10C niet)
HUISWERK!!!!
Slide 19 - Tekstslide
Energieverbruik
§3
Slide 20 - Tekstslide
Vorige les
Spanning meten
Parallel schakeling
Serie schakeling
Slide 21 - Tekstslide
Leerdoelen 4 Basis
Slide 22 - Tekstslide
Vermogen
Hoeveel energie een apparaat gebruikt noem je het Vermogen.
Vermogen heeft de eenheid Watt (W)
1 W = 1000 mW
1 mW = 0,001 W
1 kW = 1000 W
1 W = 0,001 kW
Slide 23 - Tekstslide
Vermogen Berekenen
Vermogen = spanning x stroomsterkte
De eenheid van spanning is volt (V).
De eenheid van stroomsterkte is ampere (A).
Je kunt de formule ook andersom gebruiken. Je krijgt dan:
stroomsterkte = vermogen : spanning
spanning = vermogen : stroomsterkte
Slide 24 - Tekstslide
Energie
Hoe langer je een apparaat gebruikt des te meer energie het verbruikt.
Als je een apparaat met het vermogen van 1 kW gebruikt voor een uur (h) aan staat verbruikt het 1 kilowattuur (kWh).
Energie = vermogen x tijd
Vermogen in kilowattuur (kW)
Tijd in uur (h)
Slide 25 - Tekstslide
Energiekosten
Elk huis heeft in de meterkast een killowattuurmeter (kWh-meter).
Die houdt bij hoeveel energie alle apparaten in huis gebruiken.
Die energie moet betaald worden.
kosten = energie x prijs van 1 kWh
Slide 26 - Tekstslide
Een leeslampje heeft een vermogen van 2kW. Het lampje heeft een hele week aangestaan. De kosten voor 1 kWh zijn 25 cent. Wat zijn de energiekosten van dit lampje?
Gegevens
Gevraagd
Oplossing
Conclusie:
Slide 27 - Tekstslide
Leerdoelen 4 Basis
Slide 28 - Tekstslide
Lezen en maken met potlood
Basis 4:
BLZ 99 t/m 113
Opdracht 1 t/m 21
HUISWERK!!!!
Slide 29 - Tekstslide
PRACTICUM!!!!
Basis 4:
Proef 1
Blz 78 + 79
Kader 4:
Proef 1
Blz 61 t/m 64
Slide 30 - Tekstslide
Rendement en Capaciteit
§4
Slide 31 - Tekstslide
Leerdoelen 4 Basis
Slide 32 - Tekstslide
Rendement
Een apparaat zet elektriciteit om in andere energie
De hoeveelheid energie blijf altijd hetzelfde
Je krijgt energie die je niet wilt → energieverlies
Je krijgt energie die je niet wilt → nuttige energie*
Slide 33 - Tekstslide
Rendement
Het rendement van de lamp is 45%.
De lamp zet dus 45% om in nuttige energie.
Slide 34 - Tekstslide
De accu
Een accu zet chemische energie om in elektrische energie.
Er zijn veel verschillende accu's.
De capaciteit geeft aan hoelang een accu een bepaalde energie kan leveren.
De accu heeft een capaciteit van 40 Ampere-uur.
De accu heeft een capaciteit van 40 Ah.
Slide 35 - Tekstslide
Capaciteit
Capaciteit bereken je met:
Capaciteit = stroomsterkte x tijd
Hoelang een apparaat kan werken op een accu of batterij bereken je met:
Tijd = capaciteit : stroomsterkte
Hoeveel stroom er door een apparaat gaat bereken je met: