1.2 Water in het Nederlandse landschap

VSO het Dok - Eindhoven
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, tLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 69 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

VSO het Dok - Eindhoven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.2 Water in het Nederlandse landschap

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
1 Je kunt het Nederlandse rivierenlandschap beschrijven.
2 Je kunt het landschap aan de Nederlandse kust beschrijven.
3 Je kunt kenmerken van polders en droogmakerijen beschrijven.
Begrippen
  • zomerdijk
  • uiterwaard
  • winterdijk 
  • duinen
  • dijk 
  • dam 
  • polders
  • boezem
  • droogmakerij 
Belangrijk
2

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

    Examenvraag 
Antwoord
Voorbeelden van een juiste reden zijn:<div>− Een woonheuvel is een obstakel in de uiterwaarden / belemmert de</div><div>doorstroming.</div><div>− Een woonheuvel zorgt voor minder waterbergend vermogen in de</div><div>uiterwaarden.</div><div><br></div>

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeelden van een juiste reden zijn:
− Een woonheuvel is een obstakel in de uiterwaarden / belemmert de
doorstroming.
− Een woonheuvel zorgt voor minder waterbergend vermogen in de
uiterwaarden.

Ontstaan van het landschap 
Water stroomt van boven naar beneden. In het water zit grind, klei en zand. 
Het zwaarste zakt als eerst naar beneden, het lichtste als laatste. 
Grind, zand en klei kan pas zakken als het water langzamer gaat stromen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De vragen:
  1. Wat is zwaarder: zand of klei? 
  2. Wat zakt waar naar beneden? 

Slide 6 - Tekstslide

Zand is zwaarder, komt op de overwal
Klei is lichter, komt bij de komgronden

Waar zet je nu klei en zand neer?&nbsp;
Wat is de functie van uiterwaarden?&nbsp;<div><br></div>

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Waar is de kans op een overstroming het grootst? 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom daar? En in welke periode van het jaar is de kans het grootst?&nbsp;

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeewering 
De zeewering moet de kust beschermen:
- dijken 
- duinen
- dam 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is de Westerschelde open?&nbsp;
De Nieuwe Waterweg kan open en dicht. Waarom?&nbsp;
Het openhouden van de Westerschelde hoort bij welke dimensie?&nbsp;
D

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevaar 
In Nederland komt het gevaar niet alleen vanaf zee. Ook vanaf de rivieren komt het gevaar. Je kan Nederland zien als het afvalputje van Europa(als het gaat om het water) 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Polders 
1. droogmakerijen 
2. zeepolders 
3. veenpolders 
Ze worden allemaal bemalen 
Bemalen
Hoe werkt bemaling?&nbsp;
Zeepolder

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed ken je het nu? 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De dijk rondom een polder heeft een andere functie dan de dijk langs een rivier. Leg uit!
De dijk langs een rivier zorgt ervoor dat het water binnen de rivier blijft, terwijl een dijk rondom een polder en juist voor moeten zorgen dat het water buiten de polders blijft.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Zomerdijk
B
Winterdijk
C
Uiterwaarde
D
Kribben

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Zomerdijk
B
Winterdijk
C
Uiterwaarde
D
Kribben

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Zomerdijk
B
Winterdijk
C
Uiterwaarde
D
Kribben

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we deze polder?
A
Zeepolder
B
Droogmakerij

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
Boezem ligt hoger dan de polder
B
Boezem en polder liggen even hoog
C
Polder ligt hoger dan de boezem
D
Ploezem en bolder liggen even laag

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je nu kunnen en kennen? 
Je moet alle begrippen kunnen uitleggen. 
Je moet de lesdoelen kunnen beantwoorden.
Je moet een samenvatting of een mindmap kunnen maken.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies