les westerbork - 13/4/26

BURGERSCHAP
Dinsdag 14 april 2026
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

BURGERSCHAP
Dinsdag 14 april 2026

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                       Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen
  • Actualiteit
  • feedback
  • Westerbrok bespreken
  • Opdracht: Eigen land

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leesdossier
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat hebben jullie gelezen?
leeskaartjes

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige behandelde onderwerpen?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bezoek aan kamp Westerbork
We verwachten jullie 8 mei om 08.30 op het schoolplein. Om 08.45 uur vertrekken de bussen.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

plattegrond
Tijdens de oorlog was kamp Westerbork een kamp met meer dan 100 gebouwen. Op de foto zie je hoe volgebouwd het kamp was. Klik ook op de plattegrond. Gemiddeld waren er ongeveer 8.000 mensen in het kamp en soms wel 15.000. 


Dat daar nu maar weinig van over is, zie je in de beelden op de volgende slide.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn er vanuit jouw woonplaats ook Joden weggevoerd tijdens de oorlog? Wat weet je daarover? Google! Woonplaats of gemeente.

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bedenk waar je rekening
mee moet houden als je met
een groep een beladen plek
bezoekt.

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Praktische dingen om rekening mee te houden!
Trek stevige schoenen aan. 
Het kampterrein dat je gaat bezoeken ligt 2,7 kilometer van het Herinneringscentrum. Je loopt inclusief rondleiding dus al gauw 6 kilometer. Dat is op stevige schoenen gemakkelijker dan op slippers. 
Zorg voor passende kleding.
De wandeling en de rondleiding zijn buiten, dus zorg dat je kleding is afgestemd op het weerbericht. Ook bij warm weer of regen gaat een rondleiding namelijk gewoon door.  
Zet je telefoon buiten het museum op vliegtuigstand.
Zodra je aan de wandeling begint, kom je terecht in het gebied van de radiosterrenwacht.  Je telefoon moet in dit gebied (wandeling en rondleiding) op vliegtuigstand of uit.
Neem je pinpas mee.
Toch zin in iets lekkers of wil je iets kopen in onze museumwinkel? Neem dan je pinpas mee, want je kunt bij ons niet met contant geld betalen.

Neem je eigen eten en drinken mee.
Er is een museumcafé, maar daar hebben we een beperkt assortiment. Neem daarom van huis genoeg te eten en drinken mee. 
Voorjaar/zomer? Neem dan muggenspray mee.
In de zomer zijn op en rond het kampterrein vaak muggen en andere kleine beestjes te vinden. Om die van je af te houden, kun je muggenspray meenemen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bedenk alvast een vraag die je
zou willen stellen tijdens de
rondleiding.

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Stelling: 
Een land heeft meer aan een sterke leider dan aan eindeloos overleg.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stelling: 
De koning heeft alle macht in Nederland

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                       Ontwerp je eigen land
Ontwerp je eigen land
Kies bestuursvorm en macht
Bedenk 3 regels
Noem voor- en nadelen
Werk samen en maak afspraken

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn voordelen van dit systeem?
Wat zijn nadelen?
Hoeveel invloed heeft het volk echt?
Recente nieuwsartikelen / video's
Bekende aanhangers / Muziek
Eindvraag: In wat voor land met welke bestuursvorm zou jij willen leven en waarom?
Voorbeelden

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige week?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht:

Ga op de site van de NOS op zoek naar drie artikelen die je het meest aanspreken binnen het nieuws van afgelopen week.
Neem de artikelen door, zodat je de artikelen kan presenteren aan je buurman of buurvrouw.



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                Opdracht presenteren
 Presentatie volgende week



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                            Aan de slag:

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Portfolio - Magazine  

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Noem verschillende
vormen van media

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies


Wat zijn media?

  • Je hebt media die eenzijdig communiceren (krant, televisie, radio, film),
  • maar je hebt ook media die meerzijdig communiceren (sociale media)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functies van media
  • Informatie 
  • Educatie 
  • Meningsvorming 
  • Amusement of vermaak 
  • Reclame 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Kenmerken van sociale media

  • Online platformen en massacommunicatie
  • Werken meestal via apps
  • De gebruikers maken de inhoud, vaak met weinig controle door het platform
  • Veel interactie tussen de gebruikers
  • Meestal miljoenen gebruikers

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Stelling:
Sociale media heeft een negatieve invloed op mij.

Slide 32 - Poll

Stelling: Sociale media heeft een negatieve invloed op mij.
Doe: Vraag de leerlingen of sociale media een negatieve invloed heeft op hen. 

Behandel de interactieve onderdelen in de klas met www.lessonup.app. Hebben de leerlingen geen devices? Behandel de vragen/opdrachten dan klassikaal.

Vraag door:
  • Waarom hebben leerlingen voor eens of oneens gekozen?
  • Op welke manieren kan het positief zijn?
  • Op welke manieren kan het negatief zijn?
44%
van de Nederlandse sociale mediagebruikers geeft aan dat het een negatieve invloed op hen heeft.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Voordelen van sociale media

  • meestal leuk, eenvoudig en gratis in gebruik
  • je leert makkelijk nieuwe mensen kennen en je kunt zelfs beroemd worden
  • de wereld wordt 'kleiner': je leert veel over andere delen in de wereld
  • snel en makkelijk verspreiden van nieuws
  • het biedt vrijheid van meningsuiting en persvrijheid als dit niet is toegestaan


Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Nadelen van sociale media

  • Bedreiging, afpersing en online pesten kunnen voorkomen
  • Het kan té anoniem zijn
  • Verschil tussen "Wat is waar? en "Wat is nepnieuws?" is soms onduidelijk
  • Privacy is soms in gevaar



Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Nadelen van sociale media

  • Het kan verslavend zijn (fear of missing out)


Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Grondwet en grondrechten
  • Kan je opschrijven wat de positieve en negatieve
     invloeden
    van sociale media op jou zijn?
  • 5 Minuten
  • Je mag overleggen

Slide 38 - Tekstslide

Aan het eind van de lessen kunnen de leerlingen omschrijven wat de positieve en negatieve  invloeden van sociale media op hen zijn. Daarnaast realiseren ze zich wat voor invloed posts op een ander/zichzelf kunnen hebben.
positief
negatief
Noem drie positieve en drie negatieve effecten van sociale media voor jou.
timer
5:00

Slide 39 - Woordweb

Woordweb - Venndiagram
Doel: De leerlingen achterhalen voor zichzelf wat ze positief en negatief vinden aan sociale media.

Doe (klassikaal): Laat de leerlingen voor het positieve deel drie effecten opschrijven over sociale media. Laat de leerlingen daarna drie negatieve effecten opschrijven. Welke woorden komen overeen bij beide en komen in het midden?

Doe (individueel): Geef alle leerlingen de bijlage Venndiagram Offline Online Identiteit. Laat de leerlingen voor zichzelf kernwoorden opschrijven die voor hun positieve en negatieve effecten zijn op sociale media. Welke woorden omvatten beide? Zet deze in het midden.

De ruimte buiten het venn diagram kan ingezet worden voor dingen die je voor jezelf houdt en liever niet deelt.
1. Grondwet en grondrechten
Positieve effecten
Negatieve effecten
  • Stress
  • Verslaving
  • Verkeerde informatie
  • Eenzaamheid
  • Alleen maar positief
  • Geen échte gesprekken
  • Trollen/ pesten
  • Meer alleen
  • Minder slaap
  • Vertekend lichaamsbeeld
  • FOMO (Fear Of Missing Out)
  • (Leeftijds)ongeschikte inhoud
  • Vermaak
  • Ontspanning
  • Online leren
  • Verbondenheid
  • Gevoelens uiten
  • Interactiviteit
  • Leuke reacties
  • Versterkt vriendschappen
  • Plek om je gehoord te voelen
  • Zelfexpressie
  • Nieuws verspreiden
  • Creativiteit

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide zet de positieve en negatieve effecten van sociale media tegenover elkaar.

Welke woorden ontbreken er nog volgens jullie? In welke woorden kunnen de leerlingen zich wel/niet vinden?
1. Grondwet en grondrechten
Googlen

Slide 41 - Tekstslide

Google jezelf (slide 10-15)
Opdracht: De leerlingen gaan in deze opdracht achterhalen wat er allemaal over hunzelf online te vinden is en welke indruk dit achter kan laten op anderen (later).

Wist je dat, door het zogeheten primacy-effect, de eigenschappen die als eerst worden genoemd en onthouden, langer blijven hangen en een grotere invloed hebben op het beeld dat je hebt van iemand?

Ook de negativity bias speelt een rol bij het vormen van een eerste indruk. Wij hebben de neiging meer waarde te hechten aan iets negatiefs dan aan iets positiefs. Dit maakt het lastiger om een eerste indruk te veranderen.
1. Grondwet en grondrechten

Slide 42 - Tekstslide

Google jezelf (slide 10-15)
Opdracht: De leerlingen gaan in deze opdracht achterhalen wat er allemaal over hunzelf online te vinden is en welke indruk dit achter kan laten op anderen (later).

Wist je dat, door het zogeheten primacy-effect, de eigenschappen die als eerst worden genoemd en onthouden, langer blijven hangen en een grotere invloed hebben op het beeld dat je hebt van iemand?

Ook de negativity bias speelt een rol bij het vormen van een eerste indruk. Wij hebben de neiging meer waarde te hechten aan iets negatiefs dan aan iets positiefs. Dit maakt het lastiger om een eerste indruk te veranderen.
1. Grondwet en grondrechten

Google je klasgenoot en hij/zij googelt jou.
Incognito modes: Waarom? 

  • Wat vind je van/over de ander? Noteer dit. 
  • Zie je vreemde dingen van of over diegene?
  • Dat wat je klasgenoot kan vinden, kunnen anderen ook vinden.
     Dus ook je toekomstige (stage)begeleider en werkgever.
Wat ga je doen?
timer
10:00

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Zou jij je klasgenoot aanraden
iets te veranderen aan zijn/haar posts?

Slide 44 - Poll

Poll
Vraag: Zou jij je klasgenoot aanraden iets te veranderen aan zijn/haar posts?
Doe: Behandel de antwoorden anoniem.

Wat is jou het meest bijgebleven uit de speurtocht over jezelf?

Slide 45 - Open vraag

Open vraag: Wat is jou het meest bijgebleven uit de speurtocht over jezelf?

Deze vraag wordt anoniem behandeld.