KSC (Veiligheidsketen)

Kennis van uitvoering en situationele coördinatie 

Veiligheidsketen
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeveiligingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Kennis van uitvoering en situationele coördinatie 

Veiligheidsketen

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud van de les 
  • RPBR 
  • Stelsel 'Bewaken en Beveiligen'
  • Partners in de veiligheidsketen

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Uitleggen hoe de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus werkt.
  • Benoemen van rollen binnen het stelsel Bewaken & Beveiligen.
  • Samenwerkingspartners in de veiligheidsketen onderscheiden.

Slide 3 - Tekstslide

Dadertypen
A

Slide 4 - Quizvraag

strafrecht
A

Slide 5 - Quizvraag

Strafvordering
A

Slide 6 - Quizvraag

Reglement particuliere beveiligingsorganisatie en recherchebureaus (RPBR)
De RPBR werkt in samenhang met de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Die wet schetst het overkoepelende kader. De RPBR bevat meer gedetailleerde regels, uitwerking van de Wpbr. 

De regeling verwijst naar beroepscompetentieprofielen, examenprofielen, en het kwalificatiedossier particuliere beveiliging (MBO / SVPB etc.) voor de opleidingseisen.

Slide 7 - Tekstslide

Doel van de RPBR
De RPBR is onderdeel van de Nederlandse wet- en regelgeving die de particuliere beveiligingssector reguleert. De regeling bepaalt onder andere:

De voorwaarden waaronder particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus mogen opereren. 

De eisen aan personen die beveiligingswerkzaamheden uitvoeren, zoals opleiding, diploma’s, betrouwbaarheid, etc. 


De vergunningvereisten (of op welke manier toestemming/regulering nodig is) en de criteria die daarvoor gelden.

Slide 8 - Tekstslide

Inhoud van de RPBR
Diploma-eis voor beveiligers
Een beveiligingsorganisatie mag een persoon alleen belasten met beveiligingswerkzaamheden als deze beschikt over een diploma op zijn naam. Dat betekent dat de persoon een erkend diploma moet hebben waaruit blijkt dat hij of zij de vereiste opleiding heeft afgerond. 



 

Slide 9 - Tekstslide

Inhoud van de RPBR
Over gebruik van hulpmiddelen / honden / etc.

De regeling bevat bepalingen over het inzetten van bepaalde middelen of hulpmiddelen, bijvoorbeeld honden bij beveiliging, onder voorwaarden zoals opgenomen in de vergunning.

Uniform
Als je als beveiliger werkt moet je zichtbaar het V-teken dragen. 




 

Slide 10 - Tekstslide

Inhoud van de RPBR
Betrouwbaarheid

Personen (beveiligers) moeten betrouwbaar zijn. Dat houdt in dat er controles op antecedenten moeten plaatsvinden, om te kijken of zij geen misdrijf hebben gepleegd dat de uitoefening van beveiliging in de weg staat.


 

Slide 11 - Tekstslide

Inhoud van de RPBR: opleiding en examinering
De RPBR verwijst naar opleidingen (bijv. via het mbo-niveau), certificaten, competentieprofielen etc., en stelt dat beveiligers moeten voldoen aan opleidingseisen (waaronder diploma's) én examenvereisten. 

Voorzien in legitimatie / erkenning
Er is ook geregeld dat beveiligers een legitimatiebewijs nodig hebben, hoe deze eruit ziet en hoe lang ze geldig zijn.

Slide 12 - Tekstslide

Reglement particuliere beveiligingsorganisatie en recherchebureaus (RPBR)
Diplomaplicht:
  • Iemand die het beveiligingsdiploma bij het SVPB heeft behaald, mag werken als beveiliger
  • Als je in opleiding bent als beveiliger mag je 12 maanden lang werkzaamheden verrichten als beveiliger. Wel op vertoon van de groene pas
  • Je mag de stageperiode van 12 maanden niet onderbreken of opknippen.   - Eventuele afwijking in overleg met de korpschef

Slide 13 - Tekstslide

Reglement particuliere beveiligingsorganisatie en recherchebureaus (RPBR)

Slide 14 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
Het stelsel bewaken en beveiligen – zoals beschreven in de circulaire van 2023 – is het geheel van regels, afspraken en samenwerkingsverbanden waarmee Nederland personen, objecten en diensten beschermt tegen ernstige dreiging, zoals terroristische aanslagen of georganiseerde criminaliteit. 

Slide 15 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
Het stelsel heeft als hoofddoel het voorkomen van (terroristische) aanslagen en het beschermen van de fysieke integriteit en veiligheid van: 

  • personen
  • objecten 
  • diensten

Beveiligingsmaatregelen zijn tijdelijk bedoeld: ze gelden zolang er sprake is van een dreiging of risico.

Slide 16 - Tekstslide

Personen
  • Leden van het Koninklijk Huis (bv. Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima)
  • Bewindspersonen (ministers, staatssecretarissen)
  • Hoogwaardigheidsbekleders uit het buitenland bij officiële bezoeken
  • Functionarissen in de (straf)rechtspleging (bijvoorbeeld rechters, officieren van justitie)
  • Journalisten of politici die door bedreigingen extra risico lopen
  • Burgemeesters of andere lokale bestuurders die concreet bedreigd worden

Slide 17 - Tekstslide

Objecten
  • Koninklijke paleizen en residenties
  • Ministeries en overheidsgebouwen
  • Ambtswoning van de minister-president (Het Catshuis)
  • Luchthaven Schiphol en aangewezen luchtvaartterreinen
  • Internationale instellingen (bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof in Den Haag)
  • Kritieke infrastructuur zoals De Nederlandsche Bank

Slide 18 - Tekstslide

Diensten
  • Burgerluchtvaartbeveiliging
  • Bescherming van internationale militaire hoofdkwartieren
  • Bijzondere nationale evenementen waar hoogwaardigheidsbekleders aanwezig zijn
  • Politie- en KMar-taken rondom bewaking en beveiliging van rijksobjecten

Slide 19 - Tekstslide

Uitgangspunten 
Gelaagde verantwoordelijkheid:
  • Mensen en organisaties zijn eerst zelf verantwoordelijk voor hun veiligheid.
  • De overheid treedt aanvullend op als dreigingen groter zijn dan wat men zelf kan opvangen.

Decentraal tenzij
  • In principe ligt de verantwoordelijkheid bij lokaal gezag (burgemeester en hoofdofficier van justitie).
  • Uitzondering: het rijksdomein (bijvoorbeeld leden van het Koninklijk Huis, ministers, buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders).

Slide 20 - Tekstslide

Uitgangspunten 
Proportionaliteit
  • Maatregelen moeten in verhouding staan tot de ernst en waarschijnlijkheid van de dreiging.

Medewerking van de te beveiligen persoon
  • Zonder medewerking (bijvoorbeeld afspraken naleven) kan de overheid niet effectief beveiligen.

Geen absolute veiligheid
  • Het gaat altijd om risicobeheersing, nooit om 100% garantie.

Lerend systeem
  • Het stelsel moet zich continu aanpassen en verbeteren

Slide 21 - Tekstslide

Organisatie
Het stelsel kent twee domeinen:

Decentraal domein: 
Lokale gezagen (burgemeester, HOvJ) nemen beslissingen over beveiliging in hun gemeente/regio. Dit gaat vaak om concrete dreigingen uit de criminele of relationele sfeer.

Rijksdomein: 
De minister van Justitie en Veiligheid (via de NCTV) wijst personen, objecten en diensten aan waarvoor de rijksoverheid speciale verantwoordelijkheid draagt (bv. bewindspersonen, leden Koninklijk Huis).

Stelselpartners zijn o.a.: NCTV, politie, Koninklijke Marechaussee, OM, AIVD/MIVD, burgemeesters, en in sommige gevallen private beveiligingspartijen

Slide 22 - Tekstslide

Werkwijze
Informatie verzamelen
Dreigingsmeldingen, dreigingsinschattingen, risicoanalyses en weerstandanalyses worden opgesteld door politie, AIVD, MIVD of KMar.

Beoordelen
Gezag (burgemeester, HOvJ of NCTV) bepaalt op basis van informatie welke maatregelen nodig zijn.

Maatregelen nemen
Deze kunnen variëren van lichte (extra toezicht) tot zware maatregelen (persoonsbeveiliging, objectbewaking).

Evalueren en afschalen
Beveiliging wordt periodiek herzien en zo mogelijk weer afgebouwd

Slide 23 - Tekstslide

Belangrijk onderscheid


Decentraal: verantwoordelijkheid ligt bij lokaal gezag, vooral voor burgers en lokale functionarissen.

Rijksdomein: verantwoordelijkheid bij NCTV/minister van JenV, voor personen en objecten van nationaal belang.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
GRIP = Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure

Begrip:
Het officiële opschalingssysteem bij rampen en crises. Het zorgt ervoor dat hulpdiensten (politie, brandweer, ambulance/GHOR) en het bestuur (burgemeester, voorzitter veiligheidsregio) op een gestructureerde manier samenwerken.

Doel:
  • Duidelijke structuur en leiding bij incidenten.
  • Bepalen wie de leiding heeft (burgemeester, voorzitter veiligheidsregio, commissaris van de Koning, minister). Zorgen voor snelle afstemming en samenwerking tussen politie, brandweer, GHOR, gemeente en andere partners.

Slide 26 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
Partners in de veiligheidsketen 
  • De veiligheidsregio
  • Buitengewoon opsporingsambtenaar 
  • Politie
  • Brandweer
  • Justitie 
  • Koninklijke Marechaussee

Slide 27 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
GRIP 1:
Er is afstemming nodig tussen meerdere hulpdiensten op de incidentlocatie.
Voorbeeld: een grote brand met mogelijk gewonden.
Het Commando Plaats Incident (CoPI) komt samen: brandweer, politie, ambulance en gemeente.

GRIP 2:
Het incident raakt de gemeente (bijvoorbeeld evacuaties of opvang nodig).
De Burgemeester wordt operationeel leider binnen de gemeente en er komt een Gemeentelijk Beleidsteam (GBT).

Slide 28 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
GRIP 3:
Het incident heeft grotere maatschappelijke impact en raakt meerdere gemeenten.
De Voorzitter van de Veiligheidsregio neemt de leiding.
Er komt een Regionaal Beleidsteam (RBT).

GRIP 4:
Het incident is zodanig groot of regionaal, dat meerdere gemeenten/veiligheidsregio’s betrokken zijn.
Het Regionaal Beleidsteam coördineert voor meerdere gemeenten.

Slide 29 - Tekstslide

Stelsel Bewaken en Beveiligen 
GRIP 5:

Wordt weinig gebruikt. Dit is als er coördinatie op nationaal niveau nodig is.
De Minister van Justitie en Veiligheid en eventueel het kabinet nemen de leiding.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht
1. Ga aan de slag met de reader
2. Als er nog iets onduidelijk is, vraag het dan of kijk de video 

Slide 33 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Uitleggen hoe de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus werkt.
  • Benoemen van rollen binnen het stelsel Bewaken & Beveiligen.
  • Samenwerkingspartners in de veiligheidsketen onderscheiden.

Slide 34 - Tekstslide

Huiswerk
  • Exameneisen deze week: KSC.1.17 t/m KSC.1.20
  • Neem deze exameneisen door in de online omgeving
  • Maak bovenstaande exameneisen in de reader

Slide 35 - Tekstslide