Groep 848

Groep 848

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsBeroepsopleiding

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Groep 848

Kennismaken

Twee waarheden, één leugen:


  1. Ik houd van lezen.

  2. Ik ben getrouwd.

  3. Ik leer Thai.

En jullie?

Schrijf twee waarheden en één leugen over jezelf.

5

minute

00

second

Werk

Waar denk je aan bij het woord 'werk'?

Woorden

werkgever: werknemer: salaris: de vacature:





solliciteren: het contract: de collega:


Werken jullie?

Wat voor werk doe je?

Werkblad woordenschat


10

minute

00

second

Werkblad 'de vacature'

Geef antwoord op de vragen op het blad.


Daarna: praat samen


  1. Ik vind deze baan interessant / niet interessant, omdat …

  2. Ik kan wel / niet op maandag werken.

  3. Ik vind €14,50 per uur veel / weinig / genoeg, omdat …

Situatie

Je bent ziek. Je kunt morgen niet werken.

Wat doe je?


A. Je zegt niets.
B. Je meldt je ziek bij je werkgever.
C. Je gaat toch werken.

Situatie

Je begrijpt je loonstrook niet.

Wat doe je?


A. Je vraagt uitleg aan je werkgever.
B. Je gooit de loonstrook weg.
C. Je zegt niets.

Situatie

Je komt te laat. De bus heeft vertraging.

Wat doe je?


A. Je zegt niets.
B. Je belt of stuurt een bericht naar je werkgever.
C. Je gaat naar huis.


Situatie

Je wilt een vrije dag.

Wat doe je?


A. Je vraagt vrij aan je werkgever.
B. Je blijft gewoon thuis.
C. Je vraagt het aan een collega en zegt niets tegen je werkgever.


Situatie

Je krijgt minder salaris dan verwacht.

Wat doe je?


A. Je controleert je loonstrook en vraagt uitleg.
B. Je wordt meteen boos tegen je collega.
C. Je stopt direct met werken.


Praat samen

Situaties:

  1. Je bent ziek. Je kunt niet komen werken.

  2. Je begrijpt je loonstrook niet.

  3. Je komt te laat. De bus heeft vertraging.

  4. Je wilt een vrije dag.

  5. Je krijgt minder salaris dan verwacht.


Persoon A is de werknemer. Persoon B is de werkgever.


Voorbeeld:

Werknemer: Goedemorgen, ik ben ziek. Ik kan vandaag niet komen werken.
Werkgever: Wat vervelend. Bedankt dat je het laat weten.