Par 3 Bewegingen vastleggen

2 vmbo
Hoofdstuk:
Bewegen

Paragraaf:
3. Bewegingen vastleggen

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

2 vmbo
Hoofdstuk:
Bewegen

Paragraaf:
3. Bewegingen vastleggen

Slide 1 - Tekstslide

Titel
Lesdoel;
Begrippen;
Ik kan  een afstand-tijd diagram tekenen

Ik kan in een afstand-tijd diagram aflezen hoeveel afstand een voorwerp heeft afgelegd

Ik kan op een stroboscopische foto herkennen wat er met het voorwerp gebeurt

- stroboscopische foto
- afstand - tijddiagram

Slide 2 - Tekstslide

Stroboscopische foto
Een beweging kun je zichtbaar maken met een stroboscopische foto.

Die maak je door in het donker met een filtslamp het bewegende voorwerp de verlichten.

Tussen de flitsen zit steeds evenveel tijd. Op de foto zie je het voorwerp dan op de plaatsen waar het door een flits verlicht werd.

Slide 3 - Tekstslide

Vraag 1; Je gooit een bal. Tijdens de beweging flitst er een lamp een aantal keer per seconde.

Waar of niet waar?
De foto van het bal is een stroboscopische foto.
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Vraag 2; Je gooit een bal. Tijdens de beweging flitst er een lamp een aantal keer per seconde.

Waar of niet waar?
Tijdens het naar beneden vallen van de bal wordt de snelheid kleiner.
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Vraag 3;
Kijk nog eens naar de foto van de vallende bal.
Zet de woorden op de juiste plek.
lage snelheid
hoge snelheid

Slide 6 - Sleepvraag

Afstand-tijd diagram maken
Fatima rijdt van huis naar school.
In de tabel hiernaast zie je de afstand die zij heeft afgelegd na iedere 4 seconde.

De gegevens uit de tabel kun je in een afstand-tijd diagram zetten. 
- Op de horizontale as staat de tijd.
- Op de verticale as staat de afstand.
tijd (s)
0
4
8
12
16
20
afstand (m)
0
2
7
11
13
13

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 4;
In een afstand-tijd diagram staat; 

de _____________ op de horizontale as

de _____________ op de verticale as.
afstand
tijd

Slide 8 - Sleepvraag

Vraag 5;
Maak van de tabel hiernaast een kloppend afstand-tijd diagram.
tijd (s)
afstand (m)
0
0
1
2,5
2
10
3
22,5
4
40
5
50
6
60
7
70
8
80
9
90
10
100

Slide 9 - Sleepvraag

Afstand-tijd diagram aflezen
In een afstand tijd diagram kan je aflezen wanneer Fatima een bepaalde afstand heeft afgelegd.

Na 5 sec heeft ze 3 m afgelegd.
Na 10 seconde heeft ze 9 m afgelegd.

Slide 10 - Tekstslide

Vraag 6; Waar of niet-waar
In een afstand-tijd diagram kun je bij elk tijdstip direct de snelheid aflezen.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

vraag 7
Waar of niet waar?

In de eerste 3 minuten legt de fietser 1,5 meter af.
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

vraag 8
Waar of niet waar?

In de eerste 3 minuten legt de fietser een grotere afstand af dan in de laatste 3 minuten
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

vraag 9
Waar of niet waar?

Na 4 minuten staat de fietser stil.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Toepassen
Een hoogspringer wil zo hoog mogelijk springen. Daarvoor traint hij zijn sprongtechniek.
Met een high-speedcamera kun je een opname van een sprong maken. Je maakt dan een aantal foto's kort na elkaar.
De tijd tussen twee foto's is steeds gelijk. Op de foto kun je goed zien hoe hij gesprongen is.

Slide 15 - Tekstslide

Vraag 10; Waar of niet-waar?
Dwayne is een honkballer en wil zijn techniek verbeteren.
Zijn trainer maakt een opname met een high-speedcamera.

Een foto met een high-speedcamera lijkt op een stroboscopische foto.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Vraag 11; Waar of niet-waar?
Dwayne is een honkballer en wil zijn techniek verbeteren.
Zijn trainer maakt een opname met een high-speedcamera.

De snelheid van zijn arm was tijdens de hele slag constant
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Vraag 12; Waar of niet-waar?
Dwayne is een honkballer en wil zijn techniek verbeteren.
Zijn trainer maakt een opname met een high-speedcamera.

Tussen de eerste en tweede foto is de snelheid van zijn arm het grootst
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Vraag 13;
Bekijk de afbeelding hieronder en zet de woorden op de juiste plaats.
Vertraagde beweging
Versnelde beweging
Constante beweging

Slide 19 - Sleepvraag

Vraag 14;
Je ziet hiernaast een stroboscopische foto van een bal.

Van boven naar beneden gekeken;
De snelheid van de bal ........
A
wordt steeds groter
B
wordt steeds kleiner
C
blijft hetzelfde

Slide 20 - Quizvraag

Vraag 15;
Je ziet hiernaast een stroboscopische foto van een bal.

Je ziet dat de snelheid groter wordt want .....
A
de afstand wordt steeds groter
B
de afstand wordt steeds kleiner
C
de afstand blijft hetzelfde

Slide 21 - Quizvraag

Even checken

Slide 22 - Tekstslide

Hoe ging het vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Ik snap de volgende begrippen van uitleg;
Ik kan een stroboscopische foto herkennen.
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 24 - Poll

Ik snap de volgende begrippen, van uitleg;
Ik kan een afstand-tijd diagram tekenen
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 25 - Poll

Ik snap de volgende begrippen, van uitleg:
ik kan een afstand-tijd diagram aflezen
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 26 - Poll

De volgende les:
De volgende les gaan we:
Practicum "beweging"

De volgende week doen we;
Par 4 "Versnellen en vertragen"

Slide 27 - Tekstslide