§4.3 - Energie en milieu

H4: Verbrandingen 
4.3 Energie en milieu 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H4: Verbrandingen 
4.3 Energie en milieu 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht
1. 
2. 
3.  

Geef voor reactie 1, 2 en 3:
a. Is het een chemische reactie?
b. Leg uit of het om een verbrandingsreactie, ontledingsreactie of ander soort reactie is. 
c. Geef aan of de stoffen verbindingen of elementen zijn. 
C6H12O6+6O2>6CO2+6H2O
2H2O>2H2+O2
CaO+CO2>CaCO3
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§4.3 Energie en milieu
Je leert:
wat de schadelijke milieu-effecten zijn van het verbranden van fossiele brandstoffen
uitleggen hoe het versterkt broeikaseffect ontstaat en wat de gevolgen hiervan zijn
aangeven welke alternatieven er zijn voor fossiele brandstof

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht bingokaart
1. Lees paragraaf 3 in stilte - 5 min. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht bingokaart
1. Lees paragraaf 3 in stilte - 5 min. 
2. Maak een bingokaart van 4x4 (16 vakjes). 
3. Zet in ieder vakje een belangrijk begrip of
voorbeeld uit paragraaf 3 waarvan jij denkt
dat het genoemd moet worden in de
uitleg. 



Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht bingokaart
1. Lees paragraaf 3 in stilte - 5 min. 
2. Maak een bingokaart van 4x4 (16 vakjes). 
3. Zet in ieder vakje een belangrijk begrip of
voorbeeld uit paragraaf 3 waarvan jij denkt
dat het genoemd moet worden in de
samenvatting van deze paragraaf. 

Let op! voor het spel spel mag niet alleen het begrip, maar moet ook de definitie opgeschreven zijn. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fossiele brandstof
De energie die wij mensen nodig hebben voor vervoer, verwarming, industrie, landbouw, etc komt voor het allergrootste gedeelte uit FOSSIELE BRANDSTOFFEN.

Fossiele brandstoffen bestaan uit steenkool, aardolie en aardgas.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

luchtverontreiniging
Bij de verbranding van fossiele brandstof ontstaan vaak giftige gassen zoals koolstofmono‑oxide, stikstofmono‑oxide, stikstofdioxide en zwaveldioxide.

Op windstille dagen kan er zo een verstikkende cocktail van fijnstof en giftige gassen ontstaan die dagenlang kan blijven hangen. Dit wordt ook wel 
smog genoemd

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Links: smog in Milaan (voor corona)
Rechts: smog in Milaan (tijdens corona)
Smog in Beijing

Slide 9 - Tekstslide

Smog:
Een cocktail van fijnstof en giftige gassen die blijven hangen door gebrek aan wind.
Bodemverontreiniging
De zwaveldioxide en stikstofoxiden die bij de verbranding van fossiele brandstoffen ontstaan, verzuren het regenwater.

zwavel vormt met regen zwavelzuur en stikstof vormt met regen salpeterzuur. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

zwavelzuur
salpeterzuur

ZURE REGEN


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Effecten zure regen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Versterkt broeikaseffect
Door verbranding van fossiele brandstof komt er meer CO2 in de lucht.

CO2 is een van de broeikasgassen wat als een soort deken rondom de aarde hangt waardoor warmte enigszins wordt vastgehouden. 

Door de extra uitstoot van COwordt dit broeikaseffect versterkt. Dit heeft opwarming van de aarde tot gevolg en dat leidt weer tot andere klimaatveranderingen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Alternatieve brandstoffen
Windenergie
Zonne-energie 
Biomassa verbranden
Biobrandstof

Nog beter:
Energie besparen! 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is de verbranding van biomassa beter voor het milieu dan de verbranding van steenkool?
A
Bij de verbranding van biomassa komt geen CO2 vrij.
B
Biomassa heeft eerst CO2 opgenomen. Dit compenseert de uitstoot.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken

vragen van paragraaf 4.3 digitaal.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies