2F H20 Percentages

Toename en afname in procenten

1 / 30
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Toename en afname in procenten

De centrale lijn van de les is: hoe reken je eerlijk en precies uit met hoeveel procent iets verandert? Houd de focus op procentuele verandering, niet op alleen het verschil in aantallen of euro's.

Lesdoel

Ik kan uitrekenen met hoeveel procent een waarde is toegenomen of afgenomen.

Deze slide heeft geen instructies

Waar kom jij procenten tegen in het dagelijks leven?

Gebruik de reacties om de koppeling te maken met praktijkvoorbeelden uit de les, zoals korting, prijsstijgingen, abonnementen en energieverbruik.

Percentages uitrekenen

Hoofddoel

Ik kan uitrekenen met hoeveel procent een waarde verandert.


Subdoelen

  • Ik herken de beginwaarde en de nieuwe waarde.

  • Ik bereken eerst het verschil.

  • Ik deel het verschil door de beginwaarde.

  • Ik zet de uitkomst om naar procenten.

Gebruik hier expliciet de vaste volgorde: verschil → delen door beginwaarde → keer 100%. Dat voorkomt dat leerlingen de nieuwe waarde als deler nemen.

Wat betekent procentuele verandering?

  • Je vergelijkt een nieuwe waarde met een beginwaarde.

  • Het gaat niet alleen om hoeveel erbij of eraf gaat.

  • Het gaat om welk deel van de beginwaarde dat verschil is.

  • Daarom kan een verschil van 10 soms klein zijn en soms groot.

Benadruk het verschil tussen absolute verandering en procentuele verandering. Voor VMBO 2F helpt een concreet voorbeeld zoals 10 euro verschil op 20 euro versus 10 euro verschil op 200 euro.

De vaste rekenaanpak

Gebruik steeds dezelfde stappen:


  1. Bereken het verschil.

  2. Deel het verschil door de beginwaarde.

  3. Vermenigvuldig met 100%.


Formule

procentuele verandering = verschil / beginwaarde × 100%

Laat leerlingen de formule hardop verwoorden in gewone taal. Dat helpt meer dan alleen het symboolwerk onthouden.

In de praktijk

Procentuele verandering kom je vaak tegen bij:

  • prijsstijgingen in de winkel

  • korting en uitverkoop

  • stijging of daling van het aantal leerlingen

  • sportcijfers, omzet of energieverbruik


Zo kun je veranderingen eerlijk met elkaar vergelijken.

Koppel aan herkenbare contexten uit de leefwereld van leerlingen: telefoonabonnement, sneakers in de sale, energierekening thuis, aantal volgers of sportprestaties.

Controle-opgave

Een jas kostte eerst €50 en daarna €60.


Schrijf op je wisbordje:

  • de beginwaarde

  • het verschil

  • de procentuele verandering


Gebruik de vaste rekenaanpak.

Uitkomst: beginwaarde 50, verschil 10, 10/50 × 100% = 20% toename. Bespreek ook waarom 10/60 niet goed is.

Welke waarde gebruik je als deler?

A

de nieuwe waarde

B

de beginwaarde

C

het eindpercentage

D

het totaalverschil

Controleert de kern uit de vaste rekenaanpak: verschil delen door beginwaarde. Distractors sluiten aan bij veelgemaakte verwarring.

Vul de stappen van de rekenaanpak in

Bij procentuele verandering bereken je eerst het . Daarna deel je dat door de . Als laatste vermenigvuldig je de uitkomst met zodat je een percentage krijgt.

Bij procentuele verandering bereken je eerst het
. Daarna deel je dat door de
. Als laatste vermenigvuldig je de uitkomst met
nieuwe waarde
afname
10%
totaal

Juiste invulling: verschil, beginwaarde, 100%. Sluit direct aan op slides 2 t/m 6.

Je kunt uitrekenen met hoeveel procent een waarde is toegenomen.

Hoofddoel

Ik kan de procentuele toename uitrekenen.


Subdoelen

  • Ik herken dat de nieuwe waarde groter is dan de beginwaarde.

  • Ik bereken hoeveel erbij is gekomen.

  • Ik vergelijk die toename met de beginwaarde.

  • Ik noteer de uitkomst in procenten.

Deze slide heeft geen instructies

Zo reken je procentuele toename

Bij een toename wordt de waarde groter.


Aanpak

  • nieuwe waarde - beginwaarde = toename

  • toename / beginwaarde = deel

  • deel × 100% = procentuele toename

Gebruik consequent de woorden beginwaarde, nieuwe waarde en toename. Wissel niet af met oude prijs/nieuwe prijs als dat verwarring geeft.

Voorbeeld: salaris stijgt

Een bijbaansalaris gaat van €200 naar €230.


  • verschil: 230 - 200 = 30

  • deel van de beginwaarde: 30 / 200 = 0,15

  • in procenten: 0,15 × 100% = 15%


De stijging is 15%.

Leg uit dat 0,15 hetzelfde is als 15%. Sommige leerlingen stoppen te vroeg bij het decimale getal.

Toename in de praktijk

  • Een game kost eerst €40 en later €50.

  • Het verschil is €10.

  • Die €10 vergelijk je met de beginprijs van €40.

  • Zo zie je hoe groot de stijging echt is.

Je kunt dit voorbeeld eventueel samen kort doorrekenen: 10/40 × 100% = 25%.

Veelgemaakte fout bij toename

De fout is vaak dat je deelt door de nieuwe waarde.


Voor procentuele toename deel je altijd door de beginwaarde.


Je vergelijkt namelijk de verandering met wat er eerst was.

Noem kort het tegenvoorbeeld: bij 40 naar 50 is 10/50 = 20%, maar dat is niet de procentuele toename. De juiste uitkomst is 25%.

Controle-opgave

Het aantal bezoekers stijgt van 120 naar 150.


Schrijf op je wisbordje:

  • het verschil

  • de deling met de beginwaarde

  • het percentage


Werk in drie stappen.

Uitkomst: verschil 30, 30/120 = 0,25, dus 25% toename.

Van 120 naar 150 is een toename van

A

20%

B

30%

C

25%

D

15%

Verschil is 30. Daarna 30/120 = 0,25 en dus 25%. 20% is de fout als een leerling door 150 deelt.

Vul de aanpak bij toename in

Bij een wordt de waarde groter. Je rekent eerst: nieuwe waarde min . Daarna deel je de toename door de . Zo krijg je de procentuele toename.

Bij een
wordt de waarde groter. Je rekent eerst: nieuwe waarde min
. Daarna deel je de toename door de
afname
nieuwe waarde
verschil
percentage

Juiste invulling: toename, beginwaarde, beginwaarde. Herhaalt bewust dat je steeds vergelijkt met wat er eerst was.

Je kunt uitrekenen met hoeveel procent een waarde is afgenomen.

Hoofddoel

Ik kan de procentuele afname uitrekenen.


Subdoelen

  • Ik herken dat de nieuwe waarde kleiner is dan de beginwaarde.

  • Ik bereken hoeveel eraf is gegaan.

  • Ik vergelijk die afname met de beginwaarde.

  • Ik noteer de uitkomst in procenten.

Deze slide heeft geen instructies

Zo reken je procentuele afname

Bij een afname wordt de waarde kleiner.


Aanpak

  • beginwaarde - nieuwe waarde = afname

  • afname / beginwaarde = deel

  • deel × 100% = procentuele afname

Benadruk dat de structuur hetzelfde blijft als bij toename: eerst verschil, dan delen door beginwaarde, dan omzetten naar procenten.

Voorbeeld: korting op schoenen

Een paar schoenen kost eerst €80 en later €60.


  • verschil: 80 - 60 = 20

  • deel van de beginwaarde: 20 / 80 = 0,25

  • in procenten: 0,25 × 100% = 25%


De prijs is met 25% afgenomen.

Maak het onderscheid duidelijk tussen '20 euro korting' en '25% korting'. Dat zijn niet hetzelfde soort antwoorden.

Afname in de praktijk

  • Denk aan uitverkoop, minder energieverbruik of dalende kosten.

  • Een afname laat zien hoeveel kleiner iets is geworden.

  • Door in procenten te rekenen kun je verschillende situaties vergelijken.

Kies een context die past bij de klas. Bij praktijkgerichte profielen kan ook voorraad, reistijd of brandstofverbruik goed werken.

Let op bij afname

Ook bij afname deel je door de beginwaarde.


Niet door de nieuwe waarde.


De vraag is steeds: welk deel van wat je eerst had is verdwenen?

Laat eventueel zien dat 20/60 = 33,3% niet de korting is bij 80 naar 60. De juiste berekening blijft 20/80 = 25%.

Controle-opgave

Een telefoonabonnement daalt van €30 naar €24.


Schrijf op je wisbordje:

  • de afname

  • de deling met de beginwaarde

  • het percentage


Werk weer in drie stappen.

Uitkomst: afname 6, 6/30 = 0,2, dus 20% afname.

Waarom deel je bij afname door de beginwaarde?

A

Die is altijd kleiner

B

Die staat als tweede

C

Die was er eerst

D

Die geeft meer procent

Toetst begrip: je vergelijkt de afname met wat je eerst had. Niet met de nieuwe waarde.

Vul de berekening bij afname in

Een telefoonabonnement gaat van €30 naar €24. De is dan 6. Daarna reken je 6 gedeeld door de van 30. De uitkomst 0,2 maak je door met 100% te vermenigvuldigen.

Een telefoonabonnement gaat van €30 naar €24. De
is dan 6. Daarna reken je 6 gedeeld door de
van 30. De uitkomst 0,2 maak je
nieuwe waarde
toename
kleiner
verschil

Juiste invulling: afname, beginwaarde, procenten. Sluit aan op de controle-opgave van deze subtopic.

Wat heb jij vandaag geleerd over procenten?

Bespreek antwoorden als: eerst verschil uitrekenen, daarna delen door beginwaarde, daarna omzetten naar procenten; of het onderscheid tussen toename en afname.

Wat hielp jou het meest bij deze les?

Verwachte reflecties: stappenplan, voorbeelden uit de praktijk, wisbordje-opgaven, het verschil tussen beginwaarde en nieuwe waarde.

Welk deel vond jij het moeilijkst?

Laat leerlingen benoemen waar nog verwarring zit, bijvoorbeeld delen door de beginwaarde of het verschil tussen euro's en procenten.

Begrippen

beginwaarde - de waarde aan het begin van de berekening

nieuwe waarde - de waarde na de verandering

verschil - hoeveel de waarde is veranderd

procentuele verandering - de verandering uitgedrukt in procenten

toename - een verandering waarbij de waarde groter wordt

afname - een verandering waarbij de waarde kleiner wordt

percentage - een deel van 100

Deze slide heeft geen instructies