2627 Les 4 Palliatieve en terminale zorg B1-K1-W3 KD 2026

Werkprocessen (KD 2026)
Palliatieve en terminale zorg 

7.7 Organisatie van de palliatieve en terminale zorg

Deze les sluit aan bij eindopdracht 6
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Werkprocessen (KD 2026)
Palliatieve en terminale zorg 

7.7 Organisatie van de palliatieve en terminale zorg

Deze les sluit aan bij eindopdracht 6

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Introductie palliatieve en terminale zorg

Periode 4 verdieping

Wil je nu al verdieping of verder met dit onderwerp?
-> Zorgpad- 7 begeleiden in de zorg

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  •  Je kunt uitleggen wat palliatieve en terminale zorg is.

Slide 3 - Tekstslide

In de praktijk heb ik al een overlijden van een bewoner meegemaakt
Ja
Nee

Slide 4 - Poll

Slide 5 - Video

Wat is palliatieve zorg?
A
Zorg die genezen in goede kwaliteit als doel heeft
B
Zorg die genezen met behandeling als doel heeft
C
Zorg die niet tot doel heeft te genezen maar zorg met goede kwaliteit
D
Zorg die niet tot doel heeft te genezen maar sterven

Slide 6 - Quizvraag

Op welke uitgangspunten is palliatieve zorg gebaseerd?
A
Het verlengen van leven
B
Symptoombestrijding
C
Niet meer uitvoeren van medische handelingen

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen normale zorg en palliatieve zorg?

Slide 9 - Open vraag

Palliatieve zorg, aan welke patiëntengroep denk je als eerste?
A
Oncologische patiënten
B
Patiënten met een verstandelijke beperking
C
Patiënt met dementie

Slide 10 - Quizvraag

Wanneer begint palliatieve zorg?
A
Als de zorgvrager ondraaglijk en uitzichtloos aan het lijden is
B
Als de zorgvrager niet meer genezen kan worden en je denk dat de zorgvrager binnen een jaar overlijdt.
C
Als de zorgvrager veel pijn heeft en binnen 3 maanden komt te overlijden
D
Wanneer de zorgvrager geen zin meer in het leven heeft.

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Palliatieve zorg is bij ons goed geregeld
Ja
Een beetje
Nee

Slide 13 - Poll

Met palliatieve zorg en terminale zorg bedoelen we hetzelfde
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Wat vind jij belangrijk in de palliatieve en terminale fase als Verzorgende IG?

Slide 16 - Woordweb

Welke voorzieningen zijn er om het sterven thuis mogelijk te maken?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Ik vind het lastig om zorg te verlenen aan iemand die stervende is
Ja
Een beetje
Nee

Slide 20 - Poll

OPDRACHT 6: Palliatieve en terminale zorg
Het verschil tussen palliatieve en terminale zorg en gewone zorg is dat de zorg zich niet richt op de genezing van de zorgvrager, maar op een zo goed mogelijke kwaliteit van leven gedurende de periode die de zorgvrager nog rest. 
a) Wat zijn volgens jou belangrijke aspecten voor een zo goed mogelijke kwaliteit van leven in de palliatieve en terminale zorg? 
b) Welke vaardigheden/competenties moet jij als verzorgende IG beschikken om palliatieve en terminale zorg te kunnen verlenen, leg uit waarom 
c) Ben jij geschikt voor het verlenen van palliatieve en terminale zorg? Leg uit waarom wel of waarom niet

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag!
Wat moet ik doen?
Maken eindopdracht 6                     (leereenheid K1-W3)
Waarom moet ik dit doen?
Voor de opbouw
Hoe moet ik de opdracht doen?
Zie uitleg it's learning
Van wie kan ik hulp krijgen?
Docent en medestudenten
Hoeveel tijd heb ik?
De rest van de les 
Wat is de uitkomst als ik klaar ben?
Eindopdracht 6 i.i.g. af
Wat moet ik doen als ik klaar ben?
Verder werken aan andere opdr.

Slide 22 - Tekstslide