Thema 8 Hobby's

Benoem woorden die te maken met hobby's.
1 / 21
volgende
Slide 1: Woordweb

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Benoem woorden die te maken met hobby's.

Slide 1 - Woordweb

Hoofdstuk 1 Moeilijke woorden
De activiteit:
Wat er te doen is of waar je mee bezig bent.

Het concert:
Het muziekoptreden

Slide 2 - Tekstslide

Creatief
Goed zijn in het maken of verzinnen van nieuwe dingen

Het evenment:
Een gebeurtenis voor een groot publiek

Slide 3 - Tekstslide

De hobby
Dat wat je graag in jouw vrije tijd doet

De interesse
Dat wat je leuk vindt en waar je meer over wilt weten

Slide 4 - Tekstslide

Ontspannen:
Heet rustig zijn en je prettig voelen

Het plezier:
Iets leuk vinden



Slide 5 - Tekstslide

Het talent
Als je iets jezelf goed kunt

De tijdsbesteding
Hoe je jouw tijd doorbrengt

Slide 6 - Tekstslide

Uitgaan:
Ergens voor jouw plezier heengaan

De vereniging:
Een groep van mensen die samen iets willen doen/bereiken

Slide 7 - Tekstslide

De voldoening:
Het tevreden gevoel dat je over iets hebt

ZIch vermaken:
Plezier hebben


Slide 8 - Tekstslide

Zich vervelen:
Nergens zin in hebben of niet weten wat je wilt doen.

Slide 9 - Tekstslide

Geef een zin waarin je het woord:
Zich Vervelen benoemt.

Slide 10 - Woordweb

Geef een zin waarin je het woord:
Tijdsbesteding benoemt

Slide 11 - Woordweb

Geef een zin waarin het woord:
Talent benoemt

Slide 12 - Woordweb

Geef een zin waarin je het woord:
Evenement benoemt.

Slide 13 - Woordweb

Wat betekent:
Buiten je boekje gaan
A
Heel hard lachen
B
Je niet kunnen beheersen door enorme woede
C
Dat gaat niet gebeuren
D
Dingen doen die je niet mag doen

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekent:
Dat feest gaat niet door
A
Dat gaat niet gebeuren
B
Dingen die je niet mag doen
C
Even rusten om daarna weer verder te gaan
D
Dat lijkt mij een goed idee

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekent:
Dat klinkt mij als muziek in de oren
A
Heel hard moeten lachen
B
Dat gaat niet gebeuren
C
Even rusten om daarna weer verder te gaan
D
Dat lijkt mij een goed idee

Slide 16 - Quizvraag

Wat betekent:
De accu opladen
A
Je niet meer kunnen beheersen door enorme blijheid of woede
B
Dat gaat niet gebeuren
C
Even rusten om daarna weer verder te gaan
D
Dat gaat niet gebeuren

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent:
Uit je dak gaan
A
Heel hard moeten lachen
B
Je niet meer kunnen beheersen door enorme blijheid of woede
C
Dat gaat niet gebeuren
D
Even rusten

Slide 18 - Quizvraag

Wat betekent:
In een deuk liggen
A
Even rusten
B
Dat gaat niet gebeuren
C
Heel hard moeten lachen
D
Dat lijkt mij een goed idee

Slide 19 - Quizvraag

Wat hebben we gedaan?
- moeilijke woorden geleerd
- spreekwoorden geoefend

Slide 20 - Tekstslide

Wat ga je nu maken
Opdracht 2 blz 274
opdracht 4 blz 276
Opdracht 5 blz 277

Slide 21 - Tekstslide