MINERVA les 11 - Herhaling werkwoord en passief

Huiswerk nakijken
11 De godinnen beloofden Paris een koninklijk geschenk, als hij de appel aan hen had gegeven. Juno, de echtgenote van Jupiter, wilde [1] dat hij erg rijk was. Ze wenste ook [2] dat hij het beste en grootste rijk had. Minerva wilde [3] dat hij de sterkste man was tussen de stervelingen.
Venus beloofde echter [4] dat zij Helena, de dochter van Tyndareus en de echtgenote van Menelaus, de mooiste van alle vrouwen, [vervolg 4] ten huwelijk zou schenken.

18 Paris oordeelde [5] dat Venus de mooiste was en hij gaf haar de appel. Daarom waren Juno en Minerva vijandig aan alle Trojanen.


1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Huiswerk nakijken
11 De godinnen beloofden Paris een koninklijk geschenk, als hij de appel aan hen had gegeven. Juno, de echtgenote van Jupiter, wilde [1] dat hij erg rijk was. Ze wenste ook [2] dat hij het beste en grootste rijk had. Minerva wilde [3] dat hij de sterkste man was tussen de stervelingen.
Venus beloofde echter [4] dat zij Helena, de dochter van Tyndareus en de echtgenote van Menelaus, de mooiste van alle vrouwen, [vervolg 4] ten huwelijk zou schenken.

18 Paris oordeelde [5] dat Venus de mooiste was en hij gaf haar de appel. Daarom waren Juno en Minerva vijandig aan alle Trojanen.


Slide 1 - Tekstslide

Herhaling werkwoord
  • Je kunt actieve persoonsvormen in het praesens, imperfectum, perfectum en plusquamperfectum herkennen en vertalen. 
  • Je kent het verschil tussen onvoltooide en voltooide tijden in het Latijn en het Nederlands.

Slide 2 - Tekstslide

ik zeg
ik zei
ik heb gezegd
ik had gezegd
praesens
imperfectum
perfectum
plusquamperfectum

Slide 3 - Sleepvraag

Onvoltooide vs Voltooide tijden
Onvoltooide tijden hebben een praesensstam:
  • (voca-, audi-, terre-, dic-)

Voltooide tijden hebben een perfectumstam:
  • (vocav-, audiv-, terru-, dix-)
  • In het Nederlands herken je deze tijden aan het hulpwerkwoord 'hebben' of 'zijn' + voltooid deelwoord

Slide 4 - Tekstslide

Onvoltooid
Voltooid
praesens
imperfectum
perfectum
plusquamperfectum

Slide 5 - Sleepvraag

Werkwoorden zijn formules!
Tijd
Stam 
(pr of pf)
kenletters
(geeft tijd aan)
bindvocaal

uitgang
praesens
praesensstam
-
(i voor -s/-t,
u voor -nt)
o, s, t, mus, tis, nt
imperfectum
praesensstam
(e)ba
-
m, s, t, mus, tis, nt
perfectum
perfectumstam
-
-
i, isti, it, imus, istis, erunt
plusquamperfectum
perfectumstam
era
-
m, s, t, mus, tis, nt

Slide 6 - Tekstslide

Werkwoorden zijn formules!
Tijd
Stam 
(pr of pf)
kenletters
(geeft tijd aan)
bindvocaal

uitgang
praesens
dic
-
i
tis
imperfectum
dic
eba
-
mus
perfectum
dix
-
-
it
plusquamperfectum
dix
era
-
nt

Slide 7 - Tekstslide

Welke tijd is?

inceperam
A
praesens
B
perfectum
C
plusquamperfectum
D
imperfectum

Slide 8 - Quizvraag

Welke tijd is?

dividis
A
praesens
B
perfectum
C
plusquamperfectum
D
imperfectum

Slide 9 - Quizvraag

Welke tijd is?

dubitavit
A
perfectum
B
plusquamperfectum
C
praesens
D
imperfectum

Slide 10 - Quizvraag

Werkwoorden vertalen
Laat in je vertaling merken als het om een perfectum gaat. 
(dus vertaal met het hulpwerkwoord 'hebben')

Slide 11 - Tekstslide

Vertaal het werkwoord
abstulisti

Slide 12 - Open vraag

Vertaal het werkwoord
perveniebatis

Slide 13 - Open vraag

Vertaal het werkwoord
invenit

Slide 14 - Open vraag

Vertaal het werkwoord
traxerant

Slide 15 - Open vraag

Passieve persoonsvormen
De meester ziet de slaaf.
vs.
De slaaf wordt door de meester gezien.

Slide 16 - Tekstslide

Actief
De meester ziet de slaaf.

onderwerp = degene die het doet. = de meester
lijdend voorwerp = degene die het ondergaat. = de slaaf

Belangrijkste is het onderwerp.

Slide 17 - Tekstslide

Passief
De slaaf wordt gezien door de meester.

onderwerp = degene die het ondergaat. = de slaaf
lijdend voorwerp = niet aanwezig.
Bijwoordelijke bepaling = degene die het doet. = door de meester

Belangrijkste is het onderwerp.

Slide 18 - Tekstslide

Welk hulpwerkwoord gebruik je om een zin passief te maken?
A
doen
B
zijn
C
hebben
D
worden

Slide 19 - Quizvraag

Passieve zinnen in het Latijn
Magister servum videt.
De meester ziet de slaaf.
vs
Servus a magistro videtur.  
De slaaf wordt door de meester gezien.

Slide 20 - Tekstslide

Hoe zie je in het Latijn dat een persoonsvorm passief is?
A
Er is een hulpwerkwoord toegevoegd.
B
Er zijn kenletters toegevoegd.
C
Er is een aparte persoonsuitgang.
D
Je kunt het alleen afleiden aan de context.

Slide 21 - Quizvraag

De persoonsuitgangen praesens en imperfectum
Actief
Passief
ik
o/m
(o)r
jij
s
ris
hij/zij/het
t
tur
wij
mus
mur
jullie
tis
mini
zij
nt
ntur
infinitivus
re
ri
Nota bene!
De uitgang -ri wordt -i bij de medeklinkerstammen!

ducri > duci = te worden geleid

Slide 22 - Tekstslide

Actief
praesens
Passief
praesens
Actief praesens
Actief imper-fectum
Passief praesens
Passief imper-fectum
incipit
liberabamur
fingis
parabatur
exercebas
mutantur
audimini

Slide 23 - Sleepvraag

vertaal: invenior

Slide 24 - Open vraag

vertaal: trahebaris

Slide 25 - Open vraag

vertaal: expelluntur

Slide 26 - Open vraag

vertaal: perveniebatur

Slide 27 - Open vraag

De handelende persoon
De handelende persoon (door wie de persoonsvorm gedaan wordt) kan in het Latijn als volgt aangegeven worden:

A(b) + ablativus  --> Servus a magistro salutatur.
                                          De slaaf wordt begroet door de meester.

Slide 28 - Tekstslide

Vertaal de volgende zin:
Servi a rege videntur

Slide 29 - Open vraag

Voces a patre et matre audiuntur.

Slide 30 - Open vraag

Het passief van het perfectum en plusquamperfectum
In de voltooide tijden (perfectum en plusquamperfectum), gebruikt het Latijn net als in het Nederlands het voltooid deelwoord + het hulpwerkwoord esse

Je vertaalt hem letterlijk, dus een vorm van 'zijn' + voltooid deelwoord

Bijv.:
amatus sum = ik ben bemind
amatus erat = hij was bemind

Slide 31 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord (ppp)
  • Het voltooid deeldwoord noemen we in het Latijn participium perfectum passief. (ppp)
  • Je herkent het ppp aan de uitgang -tus, -ta, -tum.
  • Je verbuigt het ppp zoals een bijvoeglijk naamwoord van het type longus, -a, -um.
  • Soms heeft een ppp een afwijkende vorm, deze moet je dan los leren in de woordenlijst (bijv. missus = ppp van mittere)

Slide 32 - Tekstslide

amatus es
A
jij hebt bemind
B
jij bent bemind
C
jij werd bemind
D
jij wordt bemind

Slide 33 - Quizvraag

Sex boves repertae sunt.

Slide 34 - Open vraag

Deponens
Sommige werkwoorden in het Latijn bestaan alleen in een passieve vorm, maar hebben een actieve betekenis

Je herkent deze werkwoorden aan de passieve persoonsuitgang -or in de woordenlijst. Bijv.:  
     moror (morari) = 1. verblijven / 2. ophouden
     morior (mori) = sterven

Je mag een deponens nooit passief vertalen!


Slide 35 - Tekstslide

Vertaal:
Fratres in pugna moriuntur.

Slide 36 - Open vraag

Losse zinnen oefenen

Slide 37 - Tekstslide

Rex a filio occisus est.

Slide 38 - Open vraag

Rex hostes ad carcerem duci iusserat.

Slide 39 - Open vraag

Klaar?
Ga oefenen voor het SO!

Slide 40 - Tekstslide