Tolerantie week 1 THV

TOLERANTIE 
thema 4
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & IdentiteitMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

TOLERANTIE 
thema 4

Slide 1 - Tekstslide

TOLERANTIE
THEMA 4
week 1   introductie discriminatie + discriminatie in de grondwet
week 2   
week 3
week 4
week 5
week 6
week 7

Slide 2 - Tekstslide

OPZET THEMA
In de lessen 
  1. kijk je documentaire, lees je een tekst en/of luister je een podcast. 
  2. Werk je samen met de docent: een gesprek, Lesson up, bespreken wat je hebt gezien, gelezen of geluisterd. 

Eindopdracht: boek- / bron-/filmverslag + creatieve verwerking




Slide 3 - Tekstslide

LESDOELEN
Je kunt antwoord geven op de volgende vragen: 
  1. Wat is discriminatie?
  2. Wat staat er in artikel 1 van de grondwet? 

Slide 4 - Tekstslide

LESOPZET
15 min.   introductie thema 
15 min.   discriminatie in de grondwet
10 min.    evaluatie

Slide 5 - Tekstslide

HUISWERK
geen

Slide 6 - Tekstslide

DISCRIMINATIE
een persoon 
of groep 
anders 
behandelen, 
omdat ze bij 
een bepaalde 
groep horen 

Slide 7 - Tekstslide

DE GRONDWET
Een wet waarin de belangrijkste regels (rechten + plichten)
staan voor alle inwoners van een land.

Slide 8 - Tekstslide

HV: DE GRONDWET
Grondwet
Andere wetten
De belangrijkste rechten en plichten van iedereen in Nederland. 
Alle wetten moeten in overeenstemming zijn met de grondwet.
Bij een wijziging van de grondwet moet 2/3e van de Eerste en Tweede kamer het eens zijn, moeten er verkiezingen worden gehouden en dan nog eens 2/3e van de eerste en tweede kame
Kunnen 'gemakkelijk' door het parlement worden aangepast / gemaakt. 

Slide 9 - Tekstslide

ARTIKEL 1 VAN DE GRONDWET

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Slide 10 - Tekstslide

DISCRIMINATIE
In artikel 1 van de grondwet staat dat discrimineren strafbaar is. Discriminatie betekent letterlijk: onderscheid maken. Bij discriminatie behandel je mensen die eigenlijk gelijk moeten zijn, toch anders. Er bestaan verschillende vormen van discriminatie:
 
1. Ras
2. Geslacht
3. Seksuele geaardheid (homo- of heteroseksueel)
4. Politieke overtuiging (ideeën over hoe iedereen zou moeten samenleven)
5. Godsdienst (waar je in gelooft)
6. Handicap of ziekten
7. Burgerlijke staat (getrouwd? single?)
8. Leeftijd

Slide 11 - Tekstslide

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een autorijschool neemt geen vrouwen aan, omdat de eigenaar vindt dat vrouwen niet kunnen autorijden.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege geaardheid

Slide 12 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een katholieke school neemt een man niet aan omdat hij getrouwd is met een man.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege geaardheid

Slide 13 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een man wordt niet aangenomen op een school, omdat hij geen diploma heeft.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege leeftijd

Slide 14 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een man mag geen rok of korte broek dragen naar zijn werk op kantoor, een vrouw wel.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege leeftijd

Slide 15 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een vrouw mag bij de bank niet achter de receptie werken omdat ze een hoofddoek draagt. Ze mag alleen op het kantoor werken, waar ze geen klanten tegenkomt.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege geloof

Slide 16 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een Engelse vrouw komt in Amsterdam wonen. Ze wil in een restaurant gaan werken, maar wordt niet aangenomen omdat ze geen Nederlands spreekt.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege geloof

Slide 17 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Drie jongens met een Marokkaanse afkomst willen wat kopen in de supermarkt, maar de beveiliger laat ze niet tegelijk binnen. “Maximaal 2 scholieren tegelijk”, zegt hij. Even later komen er drie witte jongens bij de supermarkt, zij mogen wel meteen naar binnen.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege geloof

Slide 18 - Quizvraag

IS DIT DISCRIMINATIE?
Een student wil een huis huren in Amsterdam, maar de huiseigenaar verhuurt het huis niet aan haar omdat zij als student niet genoeg geld verdient.
A
nee
B
ja, racisme (ras)
C
ja, seksisme (geslacht)
D
ja, vanwege leeftijd

Slide 19 - Quizvraag

Welke vorm van discriminatie heb jij wel eens gezien? Wat zag je precies gebeuren?

Slide 20 - Open vraag

Welke vorm van discriminatie heb jij weleens gebruikt? Hoe was dat voor de ander? Vertel in minimaal drie zinnen hoe dat ging.

Slide 21 - Open vraag

WAARDEN
 In een eerder thema heb je het gehad over waarden. Waarden zijn principes die je belangrijk vindt in en voor het leven.  De waarde gelijkheid is belangrijk geweest voor het ontstaan van de grondwet. In die tijd werden veel mensen namelijk niet gelijk behandeld. Was je machtig of rijk? Dan kreeg je veel gedaan. Zo niet, dan niet. 

Slide 22 - Tekstslide

WAARDEN

Slide 23 - Tekstslide

Welke waarden horen nog meer bij artikel 1 uit de grondwet? Waarom?

Slide 24 - Open vraag

EVALUATIE

Slide 25 - Tekstslide

Wat is discriminatie?
Omschrijf in je eigen woorden.

Slide 26 - Open vraag

Wat staat er in artikel 1 van de grondwet?
Leg uit in je eigen woorden.

Slide 27 - Open vraag

Hoe serieus heb je met deze les meegedaan?
A
heel serieus
B
serieus genoeg, ik heb de doelen behaald
C
beetje serieus, was af en toe afgeleid, had meer kunnen leren
D
niet serieus, deed andere dingen tussendoor

Slide 28 - Quizvraag