De nieren

De nieren
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

De nieren

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nierprobleem?
“Een patiënt met hartfalen heeft dikke enkels, weinig urine en een laag natrium.”

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functie

1. Vorming van urine (diurese)
 
2. Binnen grenzen houden van vocht en elektrolyten, de pH en de bloeddruk (homeostase)

3. Productie van hormonen en vitaminen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ligging
Boonvormige organen van circa 12 cm hoog
Weerszijden in de wervelkolom tegen de onderste ribben

De rechter nier ligt iets lager dan de linker nier vanwege de zware lever
Om de nieren zit een laag bindweefsel (nierkapsel) en een dikke laag vetweefsel


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ligging
3D animatie

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bouw
Buitenste laag: nierschors
Binnenste laag: niermerg
Holte binnenste laag: nierbekken

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nierschors
- Gespikkeld door kleine bloedvaten en 
filtersystemen (nefronen)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nefron
1 miljoen nefronen per nier
Filteren bloed
Maken urine aan

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urinevorming door een nefron
Filmpje

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus vorming van urine
1.  Filtratie
2. Resorptie
3. Secretie

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ligging
Het filterende deel van het nefron ligt in de nierschors. 

Het stelsel van nierbuisjes voor terugresorptie en transport ligt grotendeels in het niermerg.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lichaampjes van Malpighi
Bestaan uit kapsels van Bowman en glomeruli

Slide 13 - Tekstslide

Het lichaampje van Malpighi is een microscopisch klein onderdeel van de nieren, met een doorsnee van ongeveer 0,2 millimeter. Het bestaat uit twee hoofdcomponenten: het kapsel van Bowman en de glomerulus. Deze structuren werken samen om bloed te filteren en primaire urine te produceren


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lis van Henle
Hier worden nuttige stoffen uit de voorurine gehaald en aan het bloed teruggegeven = terugresorptie

Nuttige stoffen zijn: water, zouten en glucose

Op die manier wordt urine gevormd

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nierbekken
Dit is een holte in de nier = holle zijde.

                      
Hier wordt urine opgevangen en druppelsgewijs afgegeven aan de urineleiders.
                                     
De urineleiders geven de urine dan af aan de blaas.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nierpoort
Zit in het nierbekken.

Hier komen de nierslagaders de nier in.
Hier gaan de nieraders en de urineleiders de nier uit.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klaring
De hoeveelheid bloed die per minuut van creatinine wordt gezuiverd heet creatinine-klaring. Dit wordt gebruikt om de filtratiesnelheid te berekenen (estimated glomerular filtration rate, e-GFR).  

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anti diuretisch hormoon
Volumeregeling

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vocht, pH, elektrolyten en bloeddruk
RAAS: renine-angiotensine-aldosteron-systeem

Slide 21 - Tekstslide

De nieren hebben een rol bij het handhaven van de hoeveelheid elektrolyten in het lichaam en het handhaven van de zuurgraad (pH).
Bij een hoge concentratie opgeloste stoffen geeft de hypofyse ADH af. De nier resorbeert meer water terug. Bovendien leidt de dorstprikkel tot meer drinken.
Bij een lage concentratie opgeloste stoffen geeft de nier het hormoon renine af. Dat hormoon activeert een reeks van andere hormonen: angiotensine en aldosteron. Daarom wordt gesproken van het RAAS: renine-angiotensine-aldosteron-systeem. Het leidt tot meer natriumresorptie in ruil voor kalium en H+ en tot stijging van de bloeddruk. Zo draagt de nier ook bij aan het handhaven van de zuurgraad (pH).
Bij een sterke en snelle daling van de bloeddruk komt ook het bijniermerg in actie: het scheidt adrenaline en noradrenaline af, dat de bloedvaten doet samentrekken.

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Vragen???

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies