Samenvattende LU H5

Renaissance: ontdekkers, hervormers & de Nederlandse opstand

1 / 44
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Renaissance: ontdekkers, hervormers & de Nederlandse opstand

Wat weet je al over de tijd van ontdekkers en hervormers?

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je uitleggen wat de belangrijkste kenmerken zijn van de renaissance, de ontdekkingsreizen, het veranderende wereldbeeld, de reformatie en het ontstaan van de Nederlandse staat.

Wat is de renaissance?

De renaissance was een periode van herontdekking van de oudheid, vernieuwing in kunst, wetenschap en het mens- en wereldbeeld (ca. 1500-1600).

Kenmerken van de renaissance

Nieuwe belangstelling voor wetenschap, kunst, politiek en klassieke oudheid. Focus op het individu en eigen waarneming.

Redenen voor ontdekkingsreizen

Religie en nieuwsgierigheid

Grote vraag naar specerijen, goud en zilver. Landen willen macht, status en nieuwe gebieden.

Handel, rijkdom en grondgebied

Verspreiding van het christendom. Wetenschappelijke interesse en nieuwsgierigheid naar nieuwe werelden.

Vooruitgang in de scheepvaart

Dankzij de introductie van het kompas, verbeterde schepen en kaarten konden langere zeewegen worden ontdekt.

De pioniers: Portugal en Spanje

Portugal en Spanje waren de eerste Europese landen die grootschalig aan ontdekkingsreizen deden, op zoek naar rijkdommen en handelsroutes.

Belangrijke ontdekkingsreizigers

Bartolomeu Dias vond de route om Afrika (1488). Columbus ontdekte Amerika (1492). Vasco da Gama voer naar India (1498).

De gevolgen: veroveringen

Met geweld veroverden Spanjaarden het Azteken- en Incarijk. Grote delen van Amerika kwamen onder Europees gezag.

Kolonisatie en handel

Effecten op Europa en de wereld

Handelsposten en forten

Europeanen richten posten aan kusten op; vanuit daar handel met lokale bevolking. Soms uitgroeiend tot nederzettingen.

Portugal en Spanje werden grootmachten. Er ontstond wereldhandel in nieuwe producten.

Het veranderende mens- en wereldbeeld

Door humanisme kwam het individu centraal te staan. Kritiek op kerk en groeiend belang van zelfstandig onderzoek.

Levenshouding: memento mori en carpe diem

Memento mori

Leef voor het hiernamaals. Kerk bepaalt hoe je moet leven, focus op God.

Pluk de dag. Focus op aardse leven, eigen initiatief winnen aan belang.

Carpe diem

Opkomst van het humanisme

Humanisten bestudeerden klassieke teksten, vertrouwden op eigen onderzoek en stimuleerden het leren buiten religieuze dogma's.

Verandering van het wereldbeeld

Vóór de ontdekkingsreizen had men een beperkt beeld van de wereld. Reizen toonden aan dat dit beeld onvolledig was.

Wetenschappelijke revolutie

Copernicus ontwikkelde heliocentrisch model: zon als centrum. Galileo toonde dit aan met telescoop. Zelfstandig onderzoek werd normaal.

Vernieuwing in de kunsten

Kunst werd realistischer, emoties en perspectief werden belangrijk. Kunstenaars werden beroemd, bestudeerden natuur en klassieke kunst.

Reformatie: kritiek op de kerk

Erasmus, Luther en Calvijn stelden misstanden aan de kaak en wilden het geloof zuiveren.

Splitsing in de kerk

De reformatie leidde tot de splitsing in rooms-katholieken en protestanten (lutheranen, calvinisten).

De opstand in de Nederlanden

Verzet tegen centralisatie en streng religieus beleid van Filips II leidde tot de Nederlandse Opstand.

Het Plakkaat van Verlatinghe

In 1581 wezen de noordelijke Nederlanden Filips II officieel af als vorst. Dit was het begin van de Nederlandse Republiek.

Samenvatting

De renaissance leidde tot ontdekkingsreizen, vernieuwde wetenschap, kunst en geloof. De veranderingen resulteerden in de opkomst van protestantisme en de Republiek der Nederlanden.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Wat betekent 'renaissance'?

A

Wedergeboorte

B

Verlies van cultuur

C

Afname van kennis

Waarom gingen Europeanen op ontdekkingsreis?

A

Religie

B

Noodzaak om te migreren

C

Handel en rijkdom

D

Verveling

Wat leidde tot ontdekkingen in de scheepvaart?

A

Nieuw wetenschappelijk onderzoek

B

Introductie van het kompas

C

Oude kaarten

D

Verminderde nieuwsgierigheid

Wat was een doel van ontdekkingsreizen?

A

Vergroten van grondgebied

B

Status verwerven

C

Vrede sluiten

D

Oorlog voeren

Wat werd versterkt door de overzeese expansie?

A

Sterker centraal gezag

B

Afname van vorstelijke macht

C

Meer grip op het rijk

D

Verlies van invloed

Wie ontdekte in 1492 Amerika?

A

Bartolomeu Dias

B

Christoffel Columbus

Wat ontdekte Bartolomeu Dias in 1488?

A

De Aztekenrijk

B

Een zeeroute naar India

Welke landen volgden na Spanje en Portugal in ontdekkingen?

A

Duitsland, Italië, België

B

Engeland, Frankrijk, Nederland

Wanneer begon de renaissance?

A

Rond 1600

B

Rond 1700

C

Rond 1500

D

Rond 1350

Wat staat centraal in het humanisme?

A

Het individu

B

De gemeenschap

C

De kerk

D

Het hiernamaals

Wie bewees heliocentrisme met een telescoop?

A

Isaac Newton

B

Galileo Galilei

C

Nicolaus Copernicus

D

Aristoteles

Wat veranderde in het wereldbeeld?

A

Van noord naar zuid

B

Van geocentrisch naar heliocentrisch

C

Van plat naar rond

D

Van heliocentrisch naar geocentrisch

Wat is 'memento mori'?

A

Vergeet het verleden

B

Gedenk te sterven

C

Leef voor de toekomst

D

Pluk de dag

Wat was een kenmerk van de renaissance?

A

Vereenvoudigde kunststijl zonder diepte

B

Realistische weergave van menselijke gevoelens

Wie was de grootste kunstenaar van deze tijd?

A

Leonardo da Vinci

B

Vincent van Gogh

Wat was de intentie van Maarten Luther?

A

Een nieuwe kerk stichten

B

De kerk reformeren van binnenuit

Wie werd koning van de Nederlanden in 1515?

A

Karel V

B

Willem van Oranje

C

Margaretha van Parma

D

Filips II

Wat was de Unie van Utrecht?

A

Religieuze bijeenkomst

B

Oorlog tegen Spanje

C

Smeekschrift aan Margaretha

D

Vereniging van Noordelijke Nederlanden

Wie leidde het verzet tegen Filips II?

A

Margaretha van Parma

B

Willem van Oranje

C

De Spaanse hertog van Alva

D

Karel V