2.3 - Spieren

Hoofdstuk 2 - Bewegen
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 - Bewegen

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 2 - Bewegen
2.1 - Botten
2.2 - Botten bewegen
2.3 - Spieren
2.4 - Blessures

Slide 2 - Tekstslide

2.2 - Botten bewegen
Herhaling

Slide 3 - Tekstslide

Een naadverbinding is
A
een beetje beweeglijk
B
beweeglijk
C
niet beweeglijk

Slide 4 - Quizvraag

welke van onderstaande beenverbindingen is een vergroeiing?
A
schedelbeenderen
B
heiligbeenderen
C
wervels

Slide 5 - Quizvraag

Welk van de plaatjes is een kraakbeenverbinding
A
B
C
D

Slide 6 - Quizvraag

Wat is geen scharniergewricht?
A
Elleboog
B
Knie
C
Vingerkootje
D
Ellepijp en spaakbeen gewricht

Slide 7 - Quizvraag

Een rolgewricht is een verbinding tussen
A
spaakbeen en ellepijp
B
ellepijp en opperarmbeen
C
dijbeen en scheenbeen
D
borstbeen en rib

Slide 8 - Quizvraag

Welk nummer geeft de gewrichtsknobbel aan?
A
nummer 1
B
nummer 3
C
nummer 5
D
nummer 6

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de taak van het gewrichtskapsel?
A
Geeft extra versteviging.
B
Houdt de botten bij elkaar en maakt gewrichtssmeer
C
Voorkomt dat de botten slijten
D
Hierdoor beweegt het gewricht soepel

Slide 10 - Quizvraag

2.3 - Spieren

Slide 11 - Tekstslide

Doelen van de paragraaf
Je kan uitleggen hoe spieren werken
Je kan uitleggen hoe je een arm buigt en strekt
Je weet wat antagonisten zijn
Je kan uitleggen wat voor soorten spieren we hebben

Slide 12 - Tekstslide

Spieren

Slide 13 - Woordweb

Waar zitten al je spieren?
  • in je lichaam zitten +/- 600 spieren
  • alle spieren samen = spierstelsel
  • spieren zitten onder je huid
  • spieren zitten in organen (maag)
  • je hart is een spier
  • Slide 14 - Tekstslide

    Hoe werkt een spier?


    • Spiercellen vormen spiervezels
    • Groepjes spiervezels vormen spierbundel
    • Om spierbundel zit een vlies
    • vliezen zijn bij de uiteinden aan elkaar gegroeid = pees
    • Pezen zitten vast aan botten

    Slide 15 - Tekstslide

    Opbouw spier
    • Spiervezels - bestaat uit spiercellen; hieruit is een spier opgebouwd, als spiervezels samtrekken, trekt de spier samen.
    • Spierbundel - groepje spiervezels 
    • Pezen - taaie banden waarmee de spieren aan de botten vastzitten

    Slide 16 - Tekstslide

    Slide 17 - Tekstslide

    Samentrekken spier

    Slide 18 - Tekstslide

    Buigen en strekken

    • Een spier die samentrekt, wordt korter en dikker.
    • Een spier die ontspannen is, kan langer en dunner worden.


    Slide 19 - Tekstslide


    Slide 20 - Tekstslide

    pees zit vast aan de spaakbeen
    pees zit vast aan het schouderblad

    spaakbeen-------->
    <---------bovenarm
    <------schouderblad

    Slide 21 - Tekstslide

    Antagonisten = tegengestelde spieren

    Slide 22 - Tekstslide

    Het buigen en strekken van je arm

    Slide 23 - Tekstslide

    0

    Slide 24 - Video

    Het buigen en strekken
    van je arm
    Bij een gebogen arm:
    • is de armbuigspier (biceps) samengetrokken ( korter en dikker)
    • is de armstrekspier (triceps) ontspannen en uitgerekt (lang en dun)

    Bij een gestrekte arm:
    • is de armbuigspier (biceps) ontspannen en uitgerekt.
    • is de armstrekspier (triceps) samengetrokken en verkort


    :
    Bij beweging: minstens twee spieren nodig die samenwerken;
    buigspieren en strekspieren

    Slide 25 - Tekstslide

    Lengtespieren en kringspieren
    Als kringspieren in de wand van de darm samentrekken, wordt de darm nauwer.

    Slide 26 - Tekstslide

    Andere
    Darmen hebben ook spieren
    Lengtespieren > voedsel wordt ‘vooruit’ geduwd bij samentrekking
    Kringspieren > darm wordt smaller bij samentrekking

    Slide 27 - Tekstslide

    0

    Slide 28 - Video

    Slide 29 - Video

    Slide 30 - Video

    Bewust of onbewust
    Willekeurige spieren - Kan je zelf (bewust) aanspannen of ontspannen. Bijvoorbeeld je biceps

    Onwillekeurige spieren - Kan je niet zelf aanspannen of ontspannen. Bijvoorbeeld je hart

    Slide 31 - Tekstslide

    Vragen

    Slide 32 - Tekstslide

    Waar of niet? Pezen zijn elastisch
    A
    Waar
    B
    Niet waar

    Slide 33 - Quizvraag

    Waar of niet? Spiervezels bestaan uit een hoop spierbundels
    A
    Waar
    B
    Niet waar

    Slide 34 - Quizvraag

    Hoe noem je 2 tegengesteld werkende spieren?
    A
    Synergisten
    B
    Willekeurige spieren
    C
    Onwillekeurige spieren
    D
    Antagonisten

    Slide 35 - Quizvraag

    Wat zijn antagonisten?
    Twee spieren die...
    A
    ...met elkaar verbonden zijn door middel van een pees
    B
    ...samenwerken om dezelfde beweging te maken
    C
    ...dezelfde taak hebben aan twee kanten van het lichaam
    D
    ...tegenovergestelde bewegingen maken

    Slide 36 - Quizvraag

    Waar bestaan spieren uit?
    A
    Pezen
    B
    Spiervezels
    C
    Vlies

    Slide 37 - Quizvraag

    Waar kan je lichaam door bewegen
    A
    Alleen door botten
    B
    Door botten en spieren samen
    C
    Alleen door spieren

    Slide 38 - Quizvraag

    Wat zit er tussen een bot en een spier?
    A
    Spierbundel
    B
    Spiervezel
    C
    Pees
    D
    Vlies

    Slide 39 - Quizvraag

    Als de armbuigspier samentrekt wordt hij:
    A
    langer en dunner
    B
    langer en dikker
    C
    korter en dikker
    D
    korter en dunner

    Slide 40 - Quizvraag

    De spieren zitten met pezen vast aan de botten
    A
    juist
    B
    onjuist

    Slide 41 - Quizvraag

    Wat is een antagonist?
    A
    een spier met een tegengestelde werking
    B
    een spier met dezelfde werking
    C
    allemaal pezen bij elkaar

    Slide 42 - Quizvraag

    Wat is de antagonist van de biceps?
    A
    armbuigspier
    B
    armstrekspier

    Slide 43 - Quizvraag

    Wat is de antagonist van de triceps?
    A
    armbuigspier
    B
    armstrekspier

    Slide 44 - Quizvraag

    Als je de armbuigspier samentrekt, wordt de onderarm ..1.. getrokken. De arm wordt dan ..2..

    Welke woorden passen op de lege plekken?
    A
    1=omlaag 2=gestrekt
    B
    1=omlaag 2=gebogen
    C
    1=omhoog 2=gebogen
    D
    1=omhoog 2=gestrekt

    Slide 45 - Quizvraag

    Door spieren te trainen worden ze langer.
    Is deze bewering juist of onjuist?
    A
    juist
    B
    onjuist

    Slide 46 - Quizvraag

    Bekijk de afbeelding. Wat gebeurt er als spier D zich samentrekt?
    A
    het heupgewricht buigt zich
    B
    het heupgewricht strekt zich
    C
    het kniegewricht buigt zich
    D
    het kniegewricht strekt zich

    Slide 47 - Quizvraag

    Spieren kunnen samentrekken, pezen niet.
    Is deze bewering juist of onjuist?
    A
    juist
    B
    onjuist

    Slide 48 - Quizvraag

    Een voorbeeld van een willekeurige spier is:
    A
    hart
    B
    dunne darmspieren
    C
    kuitspier
    D
    bloedvaatspier

    Slide 49 - Quizvraag

    Aan het werk 
    Maken: Heel 2.3 (Toepassen (oranje) hoeft niet
    TL/H - Opdrachten met blauwe ster MAG je overslaan.

    Klaar? Nakijken. Daarna ook toepassen maken

    Volgende les heb je (na het SO) tijd om dit nog af te maken. Het is huiswerk voor volgende week maandag!


    Slide 50 - Tekstslide