Deel 10 - Wat is je telefoonnummer?

Deel 10: Wat is je telefoonnummer?
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
OkanSecundair onderwijs

In deze les zitten 36 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

Deel 10: Wat is je telefoonnummer?

Slide 1 - Tekstslide

bladzijde 170, oefening 1
Luister naar de berichten.
Noteer de telefoonnummers.

Daarna spreken we de teksten zelf uit.

Slide 2 - Tekstslide

bladzijde 171, oefening 2
Vraag aan iedereen van de klas wat zijn telefoonnummer is.
--> - Wat is jouw telefoonnummer?
- Mijn telefoonnummer is ...
Schrijf alle telefoonnummers op de lijst.

Probeer je eigen telefoonnummer te studeren!

Slide 3 - Tekstslide

bladzijde 172, oefening 3
We luisteren naar het telefoongesprek.
1. Fawad telefoneert naar ... ?
2. Waarom kan Fawad niet naar de les komen?
Omdat ...
3. We doen zelf deze dialoog. 
We gebruiken de kaartjes. 
Daarna zonder kaartjes.

Slide 4 - Tekstslide

Waarom? Omdat ...
1. Zes leerlingen krijgen een woord.
Deze leerlingen gaan op de juiste plaats staan. 
We maken een correcte vraag.
2. Vier leerlingen krijgen een woord.
Deze leerlingen gaan op de juiste plaats staan.
We maken een correcte zin met 'omdat'.

Slide 5 - Tekstslide

Waarom? Omdat ...
We maken de extra oefening per twee.
Leerling A maakt zin 1. Leerling B controleert.
Leerling B maakt zin 2. Leerling A controleert.
Enzovoort ...

Slide 6 - Tekstslide

bladzijde 172, oefening 5
Excuses:
Waarom kan je niet komen?- Omdat ...
We gebruiken de kaartjes. 
We wandelen door de klas en 
we spreken met elkaar.

Slide 7 - Tekstslide

bladzijde 173, oefening 6
Lees de tekst.

Welk nummer bel je als je dringend een dokter nodig hebt?
Welk nummer bel je als je de politie nodig hebt?
Welk nummer bel je als er brand is?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

bladzijde 173, oefening 6
Welke telefoonnummers vind jij belangrijk?
Zet deze telefoonnummers NU in je telefoon.
bv.:
112
Antigifcentrum
Awel
Cardstop

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Heb jij al eens een noodnummer gebeld?
Waarom?
Is het goed gegaan?

Slide 12 - Tekstslide

Wat moet je zeggen als je 112 belt?
WAAR ben je?
WAT is er gebeurd en wie is het slachtoffer?
Wie ben je?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Welk nummer bel je?
Wat zeg je?

Je broer 
is op straat gebeten 
door een grote hond.

Slide 15 - Tekstslide

Welk nummer bel je?
Wat zeg je?

Je bent in Lier. Je bankkaart
is gestolen
.

Slide 16 - Tekstslide

Welk nummer bel je?
Wat zeg je?

Je bent in Aldi Mortsel. Je vriend heeft
handgel gedronken.

Slide 17 - Tekstslide

Welk nummer bel je?
Wat zeg je?

Je bent thuis.
Je moeder is 
van de trap gevallen 
op haar hoofd.

Slide 18 - Tekstslide

Welk nummer bel je?
Wat zeg je?
Een vriendin heeft 
een wonde. 
Ze zegt je 
dat haar papa 
haar soms pijn doet.

Slide 19 - Tekstslide

www.noodnummer.be
Surf naar deze website.
Welke telefoonnummers vind je nog belangrijk?
Wat is interessant?

Slide 20 - Tekstslide

bladzijde 174, oefening 1
Lees de e-mail van Fawad aan mevrouw Els.
a. Waarom komt Fawad niet naar de les?
b. Waarom slaapt hij veel?
c. Hoelang moet hij binnenblijven?
d. Wanneer komt hij terug naar de les?

Slide 21 - Tekstslide

bladzijde 175, oefening 2

We sturen een Facebookbericht naar Fawad.
Vul aan met de juiste woorden.

Slide 22 - Tekstslide

bladzijde 175, oefening 2
BESTE Fawad
Els heeft verteld dat je ZIEK bent.
We missen je!
Veel BETERSCHAP en tot BINNENKORT!
Groetjes
Suzanna, Pavel, Sina, Yuko, Rowan en Wassiulah

Slide 23 - Tekstslide

bladzijde 175, oefening 3
Een vriend ligt in het ziekenhuis.
Je schrijft een sms 
om hem beterschap te wensen.
Wat kan je schrijven?

Slide 24 - Tekstslide

bladzijde 175, oefening 3
Je kan niet naar school komen.
Schrijf een Whatsapp-bericht 
naar meneer Sebrechts 
om te zeggen 
waarom je niet kan komen.

Slide 25 - Tekstslide

bladzijde 177
uitspraak en spelling 
de S van 'straat'
de Z van 'ziek'

Slide 26 - Tekstslide

De S van 'straat' en 'slang'
klinkt zoals een slang.

de Z van 'ziek'
klinkt zoals een bij.

Slide 27 - Tekstslide

De S en de Z maken we vooraan in onze mond.
We duwen onze tong tegen onze tanden.

Slide 28 - Tekstslide

bladzijde 178
uitspraak en spelling 
de F van 'fiets'
de V van 'vlees'

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video

De F van 'fiets':
klinkt zoals een platte band.
De V van 'vlees': klinkt
zoals een formule 1-wagen.

Slide 32 - Tekstslide

De F en de V maken we vooraan in onze mond.
Er komt lucht door onze lippen.

Slide 33 - Tekstslide

bladzijde 179
uitspraak en spelling 
de g van 'goed'
de CH van 'dochter'

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

De CH en de G maken we achteraan in onze mond.

Slide 36 - Tekstslide