Het restaurant (woordenschat)

Het restaurant
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Het restaurant

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan deze mensen doen?

Slide 2 - Tekstslide

Ze gaan uit eten

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de naam van mensen die uit eten gaan?

Slide 4 - Tekstslide

Zij zijn de gasten.
1 gast               2 gasten

Slide 5 - Tekstslide

Hoe heet een vrouw die het eten of drinken brengt? Hoe heet een man die het eten of drinken brengt?    

Slide 6 - Tekstslide

De serveerster                      De ober    

Slide 7 - Tekstslide

Wie wijst de tafel aan?

Slide 8 - Tekstslide

De ober wijst de tafel aan.

Slide 9 - Tekstslide

Wat vraagt de ober denk je?

Slide 10 - Tekstslide

Hij vraagt "Wat wilt u eten?"

De ober neemt de bestelling op.

"Heeft u een keuze kunnen maken?"

Slide 11 - Tekstslide

Het hoofdgerecht

Slide 12 - Tekstslide

Wat krijgen gasten na het eten?
Wat moeten gasten doen?

Slide 13 - Tekstslide

De rekening (vragen)   
"Mag ik de rekening?"
"Kan ik afrekenen?"

Slide 14 - Tekstslide

De gasten krijgen de rekening.
De gasten moeten betalen.
contant
pinnen

Slide 15 - Tekstslide

Wie is deze man?
Waar werkt hij in het restaurant?

Slide 16 - Tekstslide

Werken in een restaurant
Hij is de kok.
Hij werkt in de keuken.

Slide 17 - Tekstslide

Wat doen deze mensen?

Slide 18 - Tekstslide

Ze werken in de keuken.
Ze wassen af.
De afwasser

Slide 19 - Tekstslide

Deze mensen werken in het restaurant.

Slide 20 - Tekstslide

Zij werken in de bediening.
de serveerster
de ober

Slide 21 - Tekstslide

Het bestek     
de vork
het mes
de lepel

Slide 22 - Tekstslide

Afruimen    
De ober ruimt de tafel af.

Slide 23 - Tekstslide

Dit is:
A
De kok
B
De ober
C
De serveerster
D
De afwasser

Slide 24 - Quizvraag

Dit is:
A
De ober
B
De serveerster
C
De afwasser
D
De kok

Slide 25 - Quizvraag

Wie is dit?

Slide 26 - Open vraag

de ober
de serveerster
de afwasser
de kok
het bestek
de rekening

Slide 27 - Sleepvraag

Wil jij in een restaurant werken?
A
ja
B
nee

Slide 28 - Quizvraag

Goed gedaan!

Slide 29 - Tekstslide