Signaal woorden

Part 1 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Part 1 

Slide 1 - Tekstslide

Wat doen signaalwoorden?

Slide 2 - Woordweb

Oorzaak en gevolg
Er gebeurt iets, dat noem je de oorzaak. Wat er daarna gebeurt, noem je het gevolg. 

Signaalwoorden in het Engels:
as a result of / because / due to / reason why / since / so / therefore

Bijvoorbeeld:
She couldn't walk as a result of the accident. 

Slide 3 - Tekstslide

I set the alarm for 6.30 in the morning, ... I wouldn't miss the train.
A
because
B
so that
C
in case
D
before

Slide 4 - Quizvraag

Sarah loves her husband, ... he is always friendly and funny.
A
although
B
as a result
C
because
D
and

Slide 5 - Quizvraag

The class was cancelled, ....there were only 3 students.
A
since
B
still
C
unless

Slide 6 - Quizvraag

Vergelijking 
  Geeft aan dat er iets met elkaar vergeleken wordt. 

Signaalwoorden in het Engels:  
compared to / just like / in comparison to / rather (than) / similarly

Bijvoorbeeld:
His new car is super fast compared to his old one. 

Slide 7 - Tekstslide

They are strong, ... we are smart
A
but
B
because
C
if
D
so

Slide 8 - Quizvraag

Her salary is higer than mine ... we do the same work.
A
although
B
inspite
C
however

Slide 9 - Quizvraag

James did his homework, ... Ellie, who did not.
A
instead of
B
such as
C
unlike

Slide 10 - Quizvraag

Voorbeeld
Er wordt een voorbeeld gegeven bij wat er gezegd wordt. 

Signaalwoorden in het Engels: 
for example / for instance / just like / such as / even 

Bijvoorbeeld: 
There are many great cities in Europe, such as London and Paris.

Slide 11 - Tekstslide

There are different subjects at school, ... English and Maths.
A
for example
B
consequently
C
also

Slide 12 - Quizvraag

There are different kinds of cats, .... the sfinx.
A
even
B
in brief
C
such as

Slide 13 - Quizvraag

Voorwaarde
Er wordt een voorwaarde aan iets gesteld.

Signaalwoorden in het Engels:
except / if / provided that / unless 

Bijvoorbeeld:
Unless you learn for your test, you will fail. 

Slide 14 - Tekstslide

You may leave earlier... you have completed your exercises.
A
provided that
B
however
C
so that

Slide 15 - Quizvraag

You may go out ... you finish your homework.
A
unless
B
if
C
except

Slide 16 - Quizvraag

Tegenstelling 
Er wordt iets gezegd en daarna wordt er het tegenovergestelde van datgene gezegd .

Signaalwoorden in het Engels: 
but / although / even though / however / in spite of / still / unlike / nevertheless  

Bijvoorbeeld:
He got the job in spite of his poor English. 

Slide 17 - Tekstslide

I did't eat any crisps, ... I ate an ice cream.
A
especially
B
generally
C
but

Slide 18 - Quizvraag

I love summer. ... I hate getting on the underground in the heat.
A
because
B
so
C
however

Slide 19 - Quizvraag

Linkingwords
Verbind een bijzin met de hoofdzin.
Vaak te vervangen door een punt, je maakt hier dan twee losse zinnen van

Slide 20 - Tekstslide

Signaalwoorden
And --> to list two or more things
But -->to show a contrast
Or --> to say you have a choice of two things

Slide 21 - Tekstslide

although
because
before
when
which
who
in spite of (ondanks)
Reason (omdat)
order
time
choice between two things
person

Slide 22 - Tekstslide

Assignments
See hand out linking words for more information
Online book:
KTG: page 92 - 95--> Exercise 27, 28, 29, 30 
Basis: page 94 - 97--> Exercise 27, 28, 29, 30

Slide 23 - Tekstslide