L'article partitif - delend lidwoord

L'article partitif
But d'aujourd'hui:
- Ik weet wat een delend lidwoord is en
wanneer het gebruikt wordt
- Ik kan de overige lidwoorden juist toepassen 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

L'article partitif
But d'aujourd'hui:
- Ik weet wat een delend lidwoord is en
wanneer het gebruikt wordt
- Ik kan de overige lidwoorden juist toepassen 

Slide 1 - Tekstslide

"delend lidwoord"
  1. Wat is een delend lidwoord in het Nederlands?
  2. Wat is het delend lidwoord in het Frans?
  3. Uit welke vormen bestaat het delend lidwoord?
  4. Wat krijg je na een woord van hoeveelheid?
  5. Wat krijg je na een ontkenning in de zin?

Slide 2 - Tekstslide

Welke Franse lidwoorden ken je?

Slide 3 - Open vraag


L' article partitif = het delend lidwoord. Dit kennen we niet in het Nederlands.
Dus: Als er in het Nederlands geen lidwoord staat, dan gebruiken we in het Frans l'article partitif. 
De hoeveelheid is onbekend

Exemple:
Ik drink koffie      Je bois du café
Ik eet vlees           Je mange de la viande
Ik drink water      Je bois de l'eau
Ik eet tomaten    Je mange des tomates

Slide 4 - Tekstslide

 Lidwoord
 = delend lidw.
de     +
 le 
 = du
de     +
 la 
 = de la
de     +
 l'
 = de l'
de     +
 les
 = des
Vertaald naar het Nederlands heeft het Delend Lidwoord geen betekenis.

Slide 5 - Tekstslide

Na een woord van hoeveelheid of ontkenning:

De delende lidwoorden du/ de la/ de l'/ des veranderen in de/ d'

Il boit un verre d'eau.
Il mange beaucoup de bonbons.
Elle ne mange pas de pain.

Slide 6 - Tekstslide

Woorden van hoeveelheid:
  • Beaucoup = veel
  • Assez = genoeg
  • Trop = te veel
  • Un peu = een beetje 
  • Un litre = een liter
  • Une bouteille = een fles
  • une part= een deel
  • un cuillère à soup= een soeplepel                                            etc.

Slide 7 - Tekstslide

Let op:
Staat er een vorm van
- aimer
- adorer
- détester
- préférer 
in de zin, dan gebruik je daarna altijd le-la-l'-les.
Bv: J'aime le chocolat et je déteste les bananes.

Slide 8 - Tekstslide

Stappenplan
  1. aimer-adorer-détester-préférer --> le-la-l'-les

  2. ontkenning of hoeveelheidswoord --> de-d'

  3. Geen van bovenstaande? --> du-de la-de l'-des 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Hoeveelheden leren op p 175 (CL) of op p 154 (CG)!

staan niet in de vocabulaire maar moeten wel gekend zijn op de taaltaak

Slide 11 - Tekstslide

Kies het juiste delend lidwoord:
Ma soeur demande ..........eau.
A
de l'
B
d'
C
de la
D
du

Slide 12 - Quizvraag

Kies het juiste delend lidwoord:
Au café, je prends _____ coca (m.ev.)
A
du
B
des
C
de la
D
de l'

Slide 13 - Quizvraag

Non, je ne bois pas ..... café (m.ev.)
(Kies het goede delend lidwoord)
A
du
B
des
C
de la
D
de

Slide 14 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in:
'Ma mère achète......pain (m.ev.).
A
des
B
de la
C
du
D
de

Slide 15 - Quizvraag

Stelling: als je in het NL geen lidwoord gebruikt, gebruik je in het FA een delend lidwoord (article partitif).
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Je vervangt het delend lidwoord door de of d' wanneer er ___ in de zin staat (2 opties).
A
een woord van hoeveelheid
B
een vorm van 'aimer'
C
een ontkenning
D
een vraag

Slide 17 - Quizvraag

Kies het juiste delend lidwoord:
Je ne prends pas _____ fromage.
A
de
B
du
C
de la
D
des

Slide 18 - Quizvraag

35 cl _____ crème liquide (=room)
A
de la
B
de
C
des
D
du

Slide 19 - Quizvraag

Yaourt avec un peu ____ framboises.
A
des
B
du
C
de
D
de la

Slide 20 - Quizvraag

Je déteste _____ beurre (m.ev.)
A
de
B
du
C
le
D
un

Slide 21 - Quizvraag

beacoup ____ sel (m.ev.)
A
de
B
du

Slide 22 - Quizvraag

_____ oeufs
A
de
B
de la
C
du
D
des

Slide 23 - Quizvraag


010

Slide 24 - Poll