7.6 chemisch rekenen

7.6 chemisch rekenen

7.6.1 Je kunt met machten van tien rekenen.
7.6.2 Je kunt grootheden en eenheden onderscheiden.
7.6.3 Je kunt eenheden omrekenen.
7.6.4 Je kunt met significante cijfers werken.

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

7.6 chemisch rekenen

7.6.1 Je kunt met machten van tien rekenen.
7.6.2 Je kunt grootheden en eenheden onderscheiden.
7.6.3 Je kunt eenheden omrekenen.
7.6.4 Je kunt met significante cijfers werken.

BINAS

Machten van 10 --> Tabel 3


Grootheden en eenheden --> Tabel 6


Omrekenen van eenheden --> Tabel 2


Significantie

Alleen bij nask 2 moet je opletten bij je antwoord op het AANTAL cijfers.

Dit heeft met nauwkeurigheid te maken.


Truc: Kleinste aantal cijfers van berekening = aantal cijfers eindantwoord

4,23 × 21 = 89 (niet 88,83)

2536 : 56 = 45 (niet 45,285714)

2,68 : 0,75 = 3,6 (niet 3,5733333)


Nul ervoor telt niet mee.

Nul erachter telt wel mee


0,1 is 1 cijfer, 10 zijn 2 cijfers.


Geef de formule voor koolstofmonooxide.

Geef de formule bereken de molecuulmassa van CO

Bereken de massapercentage koolstof in CO.

Bereken het massapercentage waterstof in C8H20

7.6 chemisch rekenen

7.6.1 Je kunt met machten van tien rekenen.
7.6.2 Je kunt grootheden en eenheden onderscheiden.
7.6.3 Je kunt eenheden omrekenen.
7.6.4 Je kunt met significante cijfers werken.

Programma

-Herhaling 7.6

-Controleren of alle opdrachten van 7.1 t/m 7.6 af zijn en nagekeken

-Controleren of alle Test Jezelf opdrachten van 7.1 t/m 7.6 in Nova Online zijn gemaakt.

-Oefentoets In Nova Online maken




7.6 chemisch rekenen

Machten van 10 --> Tabel 3


Grootheden en eenheden --> Tabel 6


Omrekenen van eenheden --> Tabel 2


Significantie

Alleen bij nask 2 moet je opletten bij je antwoord op het AANTAL cijfers.

Dit heeft met nauwkeurigheid te maken.


Truc: Kleinste aantal cijfers van berekening = aantal cijfers eindantwoord

4,23 × 21 = 89 (niet 88,83)

2536 : 56 = 45 (niet 45,285714)

2,68 : 0,75 = 3,6 (niet 3,5733333)


Nul ervoor telt niet mee.

Nul erachter telt wel mee

0,1 is 1 cijfer, 10 zijn 2 cijfers.


0,1 is 1 cijfer, 10 zijn 2 cijfers.


Programma

-Herhaling 7.6

-Controleren of alle opdrachten van 7.1 t/m 7.6 af zijn en nagekeken

-Controleren of alle Test Jezelf opdrachten van 7.1 t/m 7.6 in Nova Online zijn gemaakt.

-Oefentoets In Nova Online maken