3.2 Crisis en ontevredenheid

Historisch Overzicht 
vanaf 1848

Het Interbellum
 (1919-1939)
3.2 Crisis en ontevredenheid
  De opkomst van Hitler
1 / 62
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 3-6

In deze les zitten 62 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Introductie

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen waarom en op welke manier Adolf Hitler in Duitsland aan de macht kwam.

Onderdelen in deze les

Historisch Overzicht 
vanaf 1848

Het Interbellum
 (1919-1939)
3.2 Crisis en ontevredenheid
  De opkomst van Hitler

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen waarom in het interbellum veel mensen een sterke leider wilden voor hun land.

Slide 3 - Tekstslide


Interbellum


Een interbellum (van het Latijn inter, tussen en bellum, oorlog) is een periode tussen twee oorlogen.

Het interbellum is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog (1919-1939)

Slide 4 - Tekstslide

Verdrag van Versailles
Na de Eerste Wereldoorlog werd Duitland
gestraft voor de oorlog

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Duitsland na de Eerste Wereldoorlog (1)
  • Eerste democratie in Duitsland: Republiek van Weimar (1919) =Parlementaire democratie

  • Verlies van de oorlog komt hard aan, zowel emotioneel als economisch. 

  • De herstelbetalingen zijn niet op te brengen door de regering, en de inflatie is groot.

Slide 8 - Tekstslide

Verlies van de oorlog komt hard aan, zowel emotioneel als economisch.
Duitse nationalisten kwamen in de jaren ‘20 met een eigen verklaring voor het verliezen van de Eerste Wereldoorlog: linkse officieren en politici hadden het land verraden.
Hoe had het machtige Duitse keizerrijk kunnen verliezen van Frankrijk en Engeland?

Ze geloofden dat het nooit kon liggen aan de militaire kracht van de eigen natie, dus zagen ze de oorzaak in landverraad; een dolkstoot in de rug.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

De herstelbetalingen zijn niet op te brengen door de regering, en de inflatie is groot.
  • De Duitse regering probeerde door een bewuste inflatiepolitiek de geallieerden ervan te overtuigen dat Duitsland niet in staat was dit bedrag te betalen.
  • Begin januari 1923 besloot Frankrijk het Duitse Ruhrgebied te bezetten om de herstelbetalingen af te dwingen.

Slide 13 - Tekstslide


Bezetting van het Ruhrgebied
1923-1924


  • Omdat Duitsland de herstelbetalingen niet meer kan opbrengen, 
  • bezetten Franse troepen het Ruhrgebied om Duitsland te dwingen tot betalen.

  • Dit was toegestaan volgens het Verdrag van Versailles.
  • Arbeiders en ambtenaren in dit gebied gingen uit protest in staking en werden toch doorbetaald door de Duitse overheid.
  • De situatie werd onbeheersbaar: hyperinflatie
Franse troepen bezetten Essen

Slide 14 - Tekstslide

Hyperinflatie
Prijs van 1 kilo brood in 1923:
januari 250 mark
april 474 mark
augustus 69.000 mark
november 201.000.000.000 mark

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Duitsland na de Eerste Wereldoorlog (2)

  • Het vertrouwen in de republiek (democratie) is laag.

  • Verschillende groepen (extreemlinks/extreemrechts proberen de macht te grijpen (staatsgreep) en er is veel politiek geweld (o.a. moorden op politici)

Slide 18 - Tekstslide

Hitler's jonge jaren (1)

  • Adolf Hitler wordt in 1889 geboren in Braunau am Inn (Oostenrijk-Hongarije)

  • Hij vertrekt op 17-jarige leeftijd naar Wenen, om daar een 'beroemde kunstenaar' te worden. Dit mislukt, hoewel hij zeker tekentalent had.

Slide 19 - Tekstslide

Hitler's jonge jaren (2)
  • Hij is op dat moment nog geen antisemiet (jodenhater). Hij raakt echter steeds meer onder de indruk van de antisemtische burgemeester van Wenen.

  • Rond 1913 vertrekt hij naar München in Duitsland, omdat hij teleurgesteld is in Oostenrijk-Hongarije

Slide 20 - Tekstslide

Hitler's jonge jaren (3)
  • Als Oostenrijk gaat hij vrijwillig het Duitse leger in als de Eerste Wereldoorlog begint.

  • Hij is niet zo'n beste soldaat. Alle 'heldendaden', die hij zelf heeft beschreven, blijken onzin te zijn: hij was een koerier die zelden aan het front te vinden was.

Slide 21 - Tekstslide

Hitler's jonge jaren (4)
  • In oktober 1918 raakt hij in België bij een mosterdgas-aanval gewond, en is hij drie maanden blind. De overgave van het Duitse leger hoort hij in het ziekenhuis.

  • Hitler kan het moeilijk bevatten. Voor hem kwam het verlies niet door de soldaten, maar door het verraad van Joden en communisten (Dolkstootlegende)

Slide 22 - Tekstslide

Hitler in de politiek (1)
  • Hitler moet in dienst van het leger onderzoeken of de vele kleine politieke groepen in Duitsland een bedreiging zijn voor de Republiek van Weimar.

  • Dit waren vaak nationalistische en zeer teleurgestelde Duitsers.

  • Bij één van de partijen (DAP) sluit hij zich uiteindelijk aan. 

Slide 23 - Tekstslide

Hitler in de politiek (2)
  • Hitler blijkt een talent te hebben voor het houden van toespraken. Deze toespraken worden gehouden in bierkelders. 

  • Binnen de partij, inmiddels omgedoopt tot NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij), neemt Hitler steeds meer de rol van leider op zich.

Slide 24 - Tekstslide

Hitler in de politiek (3)
  • Hitler's ideeën zijn al die tijd vrijwel niet veranderd:

  1. Verdrag van Versailles is slecht
  2. Het land is overgenomen door een buitenlandse bezetter (Frankrijk)
  3. Het is allemaal de schuld van Joden en Communisten
  4. Duitsland heeft Lebensraum (levensruimte nodig)
  5. Er moet één sterke leider komen

Slide 25 - Tekstslide

Hitler in de politiek (4)
  • Hitler bewonderde de fascistische (=extreemrechts) leider van Italië, Mussolini, die in 1922 met de Mars op Rome de macht had gegrepen.

  • Hitler vond dat de tijd was gekomen voor een Mars op München (en zelfs Berlijn): een staatsgreep om de zwakke regering af te zetten.

Slide 26 - Tekstslide


Fascisme

Fascisme is een politieke stroming, 
en wordt ook wel extreem-rechts genoemd

De naam komt van het voorwerp dat je hier ziet: een fasces
Dit voorwerp, een bijl met takken, stond symbool voor
de macht van bestuurders in het Romeinse Rijk.

Slide 27 - Tekstslide


Benito Mussolini


Leider, of 'Il Duce',  van Italië (1922-1943)
Oprichter van de Fasci di Combattimento (Zwarthemden, knokploegen)

Na de Eerste Wereldoorlog en de Vrede van Versailles was er veel onvrede, 
en dat kwam door de onderhandelingen van de 'slechte' Italiaanse regering.

Slide 28 - Tekstslide

Fascisme in Europa
  • 'Oplossing voor de crisis'

  • Populair in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw

  • Antwoord op slecht beleid van de democratische regeringen

  • Niet alleen in Italië of Duitsland (NSDAP), ook in Engeland (BUF) en Nederland (NSB)

Slide 29 - Tekstslide

Oswald Mosley (Engeland)
Anton Mussert (Nederland)

Slide 30 - Tekstslide


Francisco Franco

Caudillo de España por la Gracia de Dios (leider van Spanje bij de Gratie Gods) Fascistische dictator van Spanje tussen 1939 en 1975(!), die een einde aan de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) maakte.

Historici zijn het er overigens niet over eens of Franco daadwerkelijk
in het rijtje van fascistische leiders als Mussolini en Hitler hoort.


Slide 31 - Tekstslide

Kenmerken van fascisme (1)
  • Fascisme is overal tegen: vooral dingen die vreemd zijn en andere culturen

  • Fascisme is anti-democratisch: het volk hoeft niet mee te praten

  • Er is één leider. Hij bepaalt wat goed is. (Leidersbeginsel/Führerbeginsel)

Slide 32 - Tekstslide

Kenmerken van fascisme (2)

  • Fascisme is nationalistisch: de eigen staat boven alles

  • Fascisme gaat uit van ongelijkheid tussen mensen: de hoogontwikkelden moeten de laagontwikkelden leiden. (Het recht van de sterkste: Sociaal-Darwinisme)


Slide 33 - Tekstslide

Kenmerken van fascisme (3)

  • Niet denken maar doen. Gevoel is belangrijker dan denken.

  • Geweld is goed: geen woorden maar daden

  • De vrouw is ondergeschikt: haar taak is het krijgen van kinderen.

Slide 34 - Tekstslide

 Nationaal-Socialisme
  • Met Nationaal-Socialisme wordt het Duits fascisme in de periode 1933-1945 bedoeld

  • Ook wel: nazisme genoemd

  • De aanhangers worden ook wel nazi's genoemd

  • De Nederlandse NSB was ook nationaal-socialistisch

Slide 35 - Tekstslide

Kenmerken van nationaal-socialisme

  • Het Duitse ras moet raszuiver worden gehouden.

  • Rassenleer en antisemitisme

  • Het Duitse volk heeft Lebensraum (=levensruimte) nodig.

  • Heim ins Reich: alle Duitsers moeten in één groot rijk wonen

Slide 36 - Tekstslide

Video
Clipphanger: Wat is fascisme?

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video


Bierkellerputsch
1923



Hitler's mislukte staatsgreep (putsch) in München.
Hij wordt gearresteerd en veroordeeld tot een
gevangenisstraf van 5 jaar. 

Slide 39 - Tekstslide


Hitler wordt vrijgelaten
1924



Hitler hoeft uiteindelijk slechts 9 maanden 
van zijn straf uit te zitten in de Landsberg-gevangenis

Slide 40 - Tekstslide


Mein Kampf
1925



Hitler gebruikte zijn tijd in de gevangenis
om zijn boek 'Mein Kampf' te schrijven.
Een slecht geschreven en bij elkaar gefantaseerd boek, 
met vage hersenspinsels...tenminste: toen nog wel...

Slide 41 - Tekstslide


Duitsland 
1924-1929



Economisch gaat het beter met het land: 
de Amerikanen steunen de Duitse economie met het Dawesplan
De Repuliek van Weimar
mag lid worden van de Volkenbond 1926
Mensen hebben vetrouwen in de democratie en lijken Hitler te zijn vergeten...

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide


Crisis in de wereld 
vanaf 1929



Door overproductie van fabrieken, veel kopen op afbetaling
en teveel vertrouwen in aandelenhandel, klapt de 
Amerikaanse economie in elkaar.
Landen die veel met de VS handelen, worden de crisis mee in gesleept... 

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide

Slide 52 - Tekstslide

En Hitler?
  • Die zegt hetzelfde als altijd: het is de schuld van het Verdrag van Versailles, joden, communisten, enz.

  • Hitler had na de mislukte staatsgreep besloten om alleen nog via verkiezingen aan de macht te komen...

  • ...en mensen stemmen massaal op hem!

Slide 53 - Tekstslide


Hitler wordt kanselier
30 januari 1933



Na de verkiezingen van november 1932, waarbij de NSDAP de grootste werd,
 wordt het land vrijwel onbestuurbaar en kunnen de andere partijen
(en de president) niet meer om Hitler heen: 
hij wordt kanselier (minister-president). 

Slide 54 - Tekstslide

Video
Histoclips: Hoe kwam Hitler aan de macht?

Slide 55 - Tekstslide

Slide 56 - Video

Begrippen uit deze les
  • Republiek van Weimar
  • Dolkstootlegende
  • herstelbetalingen
  • staatsgreep (putsch)
  • communisme (extreemlinks)
  • fascisme (extreemrechts)
  • Mein Kampf
  • Dawes-plan
  • Beurskrach

Slide 57 - Tekstslide

Personen uit deze les

  • Benito Mussolini
  • Adolf Hitler

Slide 58 - Tekstslide

Jaartallen uit deze les

  • 1923: mislukte staatsgreep van Hitler
  • 1925: Mein Kampf verschijnt
  • 1926 Duitsland lid van de Volkenbond
  • 1929: Beurskrach op Wallstreet: begin wereldcrisis
  • 1933: Hitler wordt minister-president

Slide 59 - Tekstslide

Vragen die je in ieder geval moet maken:
3.2:
2, 4, 5 en 6
De andere vragen zijn natuurlijk ook een goede oefening om te maken!

Slide 60 - Tekstslide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 61 - Open vraag

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 62 - Open vraag