4.2 kracht en versnelling

H4 kracht en Beweging
4.2 kracht en versnelling 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H4 kracht en Beweging
4.2 kracht en versnelling 

Slide 1 - Tekstslide

Welke 3 veranderingen kan een kracht zorgen?

Slide 2 - Open vraag

Met welke formule kun je (Zwaarte)kracht berekenen.
A
F = m x 10
B
F = m : 10
C
F = m + 10
D
F = m - 10

Slide 3 - Quizvraag


Hoe groot is de nettokracht en in welke richting werkt deze nettokracht. 

Slide 4 - Open vraag

Leerdoelen 4.2 
10. Ik kan voorbeelden geven van verschillende soorten wrijvingskrachten
11. Ik kan uitleggen wat het effect van nettokracht is op de snelheid van een voertuig
12. Ik kan uitleggen wat versnelling is.
13. Ik kan de nettokracht uitrekenen die werkt op een voertuig of aan de hand van de nettokracht een versnelling van een voertuig uitrekenen.



Slide 5 - Tekstslide

Hoe veranderen krachten snelheid
Voor beweging is kracht nodig: spierkracht of aandrijfkracht (motor van voertuig). 

 Wrijfingskrachten: rolweerstand & luchtweerstand  zorgen voor tegenwerking

Nettokracht = aandrijfkracht - wrijvingskrachten. 

Nettokracht bepaald of je versnelt, constante snelheid, vertraagt of remt. 


Slide 6 - Tekstslide

Klaas fietst met constante snelheid. Hoe groot is de nettokracht
A
Nettokracht is groter dan 0
B
Nettokracht is kleiner dan 0
C
Nettokracht is gelijk aan nul

Slide 7 - Quizvraag

Klaas gaat versnellen. Wat kun je zeggen over zijn spierkracht.
A
Spierkracht is groter dan wrijvingskracht
B
Spierkracht is kleiner dan wrijvingskracht
C
Spierkracht is even groot als wrijvingskracht.

Slide 8 - Quizvraag

versnelling
versnellen betekend snelheid wordt steeds groter. 

versnellen betekend nettokracht is groter dan 0 

Voorwerp versnelt altijd in richting van de nettokracht. 


Slide 9 - Tekstslide

Op welk punt is de fietser aan het versnellen?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 10 - Quizvraag

Je bent aan het versnellen op je fiets. Wat kun je zeggen over de wrijvingskrachten die werken op de fiets.
Je vaart met constante snelheid. In welke situatie wordt dit weergegeven.
A
afbeelding A
B
Afbeelding B
C
Afbeelding C

Slide 11 - Quizvraag

Versnelling
Bugatti trekt in 2,9s op van 0 naar 100 km/h 

Bugatti versnelt dus iedere seconde met 34 km/h ( 100: 2,9 = 34)

34 km/h = 9, 6 m/s 

versnelling is 9,6 m/s2

Slide 12 - Tekstslide

versnelling berekenen. 
Versnelling hangt af van de massa en nettokracht. een lichter voorwerp versnelt sneller dan een lichter voorwerp. 

Nettokracht = massa x versnelling                                               Fnetto = m x a 

Fnetto = Nettokracht in Newton (N)
M = de massa in kg
a = versnelling in m/s2
versnelling berekenen.

Slide 13 - Tekstslide

Snelheid omrekenen. 
Wil je snelheid omrekenen van m/s naar km/h dan doe je snelheid in m/s keer 3,6


Wil je snelheid omrekenen van km/h naar m/s dan doe je snelheid in km/h : 3,6 

vb: 
10 m/s  x 3,6 = 36 km/h
100 km/h : 3,6 = 27,8 m/s 

Slide 14 - Tekstslide

de Bugatti met een massa van 1968 kg.  versnelt met 9,6 m/s2. bereken de nettokracht die de motor levert. 
gegeven: Massa(m) = 1968 kg   versnelling (a) = 9,6 m/s2
gevraagd: Nettokracht (Fnetto)
Formule: Fnetto = m x a
Berekening: Fnetto = 1968 x 9,6 = 18893 
Antwoord: de nettokracht is 18893 N

Slide 15 - Tekstslide

Het paard en berijder op de foto hebben samen een massa van 650 kg. Bereken groot de nettokracht is als het paard versnelt met een versnelling van 0,3 m/s2?

Slide 16 - Open vraag

Een auto heeft een massa van 1350 kg. De motor levert een nettokracht van 5400 N. Bereken de versnelling van de auto.

Slide 17 - Open vraag

Aan de slag 
4.2) Opgave 6 t/m 14 

Slide 18 - Tekstslide