Wat heb jij aan? Kleding beschrijven in het Spaans
Wat heb jij aan? Kleding beschrijven in het Spaans
Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je in het Spaans beschrijven wat iemand aan heeft met de werkwoorden llevar, tener en ser.
La ropa
Wat weet je al over kleding en uiterlijk beschrijven in het Spaans?
Kennen jullie al kledingwoorden?
Bespreek in tweetallen: Welke kledingstukken ken je al in het Spaans. Schrijf ze op
m
s
Belangrijkste kledingstukken
abrigo, suéter, pantalón, falda, zapatos, gorra, bufanda, vestido, camisa, camiseta, botas, calcetines, cinturón
Spaans
jas, trui, broek, rok, schoenen, pet, sjaal, jurk, overhemd,
T-shirt, laarzen, sokken, riem
Nederlands
Werkwoorden: llevar, tener, ser
- Llevar: gebruiken om te zeggen wat iemand aan heeft. - Tener: gebruiken voor accessoires (bijv. tener un bolso). - Ser: gebruiken voor kleur of omschrijving (bijv. La camisa es roja).
Voorbeeldzinnen
1. Ella lleva una falda azul y una chaqueta negra. 2. Él tiene una gorra verde. 3. Los zapatos son marrones.
Samenwerkingsopdracht
Werk in tweetallen en beschrijf elkaar (of iemand uit de klas) in het Spaans. Gebruik de woorden en werkwoorden uit de vorige slides.
m
s
Reflectie
Welke nieuwe kledingwoorden kun je nu gebruiken? Kun je ook een korte beschrijving maken van wat jij (of je klasgenoot) aan hebt in het Spaans?
m
s
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je in het Spaans beschrijven wat iemand aan heeft met de werkwoorden llevar, tener en ser.
La ropa
Concordancia
Lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden en de meeste kleuren richten zich in getal en geslacht naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.
UNA CAMISETA AMARILLA
Un poco de gramática
Reader p. 11
Un poco de gramática
Reader p. 11
Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: la falda .... (wit)
s
Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: los pantalones . . . (groen)
s
Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: unos calcetines . . . . (blauw)
s
Me gusta mi jersey . . . . (paars)
s
Tengo un abrigo . . . . (roze)
s
Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: las zapatillas . . . (oranje)
s
Wat is je opgevallen bij de kleuren: oranje, roze en paars in het Spaans?
¿Qué llevan? Schrijf drie zinnen (met llevar) wat de personen dragen op de foto (ook prints en materiaal)
Schrijf de zinnen in je schrift.
Escribe las frases en el cuaderno
En dúos
A
B
C
E
D
m
s
Wat weet je al over kleding en uiterlijk beschrijven in het Spaans?
Bingo