Les 41 (10-02)

Les 41 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Les 41 

Slide 1 - Tekstslide

Le programme
Presentie
Poser une question.
- voorkennis
- uitleg
Maak een interview!
Au travail!
Devoirs

Slide 2 - Tekstslide

Waaraan herken jij een vraag in het NL?

Slide 3 - Woordweb

Poser une question - herkennen
Aan welke kenmerken in onderstaande zinnen zie je dat het om een vraag gaat:

  • Est-ce que tu fais du sport?
  • Aimez-vous les fruits?
  • Pourquoi est-ce que tu as choisi ce profile?

Slide 4 - Tekstslide

Poser une question - kenmerken
Je kunt dus aan verschillende 'dingen' zien dat het om een vraagzin gaat: 
- een vraagteken
- est-ce que...
- een vraagwoord (quel? pourqoui? Où?, etc)

Slide 5 - Tekstslide

Poser une question - categorieën
In het Frans zijn er twee soorten vraagzinnen:
- zonder vraagwoord
- met vraagwoord

blz 44 TB

Slide 6 - Tekstslide

Poser une question - zonder vraagwoord
De vragen zonder vraagwoord zien er als volgt uit:
  • als een gewone zin, vragend uitgesproken
      'Vous parlez français?'
  •   est-ce que + gewone zinsvolgorde.
       'Est-ce que vous parlez français?'
  •   Inversie
      'Parlez-vous français?'

Inversie: omdraaien van onderwerp en persoonsvorm. 

Slide 7 - Tekstslide

Tot nu toe volg ik de uitleg nog:
😒🙁😐🙂😃

Slide 8 - Poll

Schrijf zo veel mogelijke Nederlandse vraagwoorden op binnen 20 seconden!
timer
0:20

Slide 9 - Open vraag

Poser une question - mét vraagwoord

Slide 10 - Tekstslide

Poser une question - mét vraagwoord


  • Vraagwoord + est-ce que + gewone zin
  • 'Pourquoi est-ce que vous parlez français?'

Slide 11 - Tekstslide

Poser une question - 'Quel'
We hebben nu een aantal vraagwoorden gezien. 'Quel' is hier één van. 

Wat je moet weten over 'quel':
- Het past zich aan, aan het zelfstandig naamwoord in getal én geslacht.




______ est la fille? (v ev)
______ est ton pays préféré? (m ev)


Slide 12 - Tekstslide

Poser une question - inversie


Het omkeren van de persoonsvorm met het onderwerp:
- 'Vous parlez français?'          - 'Parlez-vous français?'


Slide 13 - Tekstslide

Au travail!
Ga online naar Grandes Lignes 
Faire ex. 31b, c, d + 32a.
Nakijken ex. 37a, b en c

blz114-115 werkboek

Slide 14 - Tekstslide

Devoirs






Faire 31b, c, d en 32a.
Apprendre 'Poser une question.' 

Slide 15 - Tekstslide