Herhaling H1 bevolking


Bevolking
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


Bevolking

Slide 1 - Tekstslide

0 - 19 jaar
20 - 64 jaar
65 jaar of ouder
Mannen
Vrouwen
Piramide
Bevolkingsgrafiek
Granaat
Ui/Urn
Wat gebeurt er in welke grafiek? Snelle groei/langzame groei?

Slide 2 - Tekstslide

0 - 19 jaar
20 - 64 jaar
65 jaar of ouder
Mannen
Vrouwen
Piramide
Bevolkingsgrafiek
Granaat
Ui/Urn
Snelle bevolkingsgroei
Langzame bevolkingsgroei
Afnemende bevolking

Slide 3 - Tekstslide

Bevolkingsaantallen veranderen voortdurend!
- Natuurlijke veranderingen: denk aan geboortes en sterftes.
- Migratie: denk aan emigreren en immigreren

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

Slide 6 - Link

Geboorte en sterfte
  • Geboortecijfer: Aantal baby's geboren per 1000 inwoners in 1 jaar
  • Sterftecijfer: Aantal sterfgevallen per 1000 inwoners in 1 jaar


  • Meer mensen geboren dan overleden? = Geboorteoverschot
  • Meer mensen overleden dan geboren? = Sterfteoverschot

Slide 7 - Tekstslide

In deze bevolkingsgrafiek is vergrijzing te zien
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Gaat deze bevolkingsgrafiek over een arm of een rijk land.
A
Een rijk land
B
Een arm land

Slide 9 - Quizvraag

Welke uitspraak is juist?
A
In arme landen is de onderkant van de bevolkingsgrafiek smaller dan bij rijke landen.
B
De bevolking van arme landen neemt af.
C
In rijke landen zijn de staven van 60 jaar en ouder breder/langer.
D
Aan een bevolkingsgrafiek kun je goed zien of er veel of weinig migratie is in een land.

Slide 10 - Quizvraag

Het aantal mensen per km2 is......
A
bevolkingsgraad
B
bevolkingsdruk
C
bevolkingsdichtheid
D
bevolkingsvierkante kilometer

Slide 11 - Quizvraag

Hoe noemen we de manier waarop de bevolking over een gebied verdeeld is?
A
bevolkingsverdeling
B
bevolkingsverspreiding
C
bevolkingsdichtheid
D
bevolkingsspreiding

Slide 12 - Quizvraag

In arme landen is de bevolking meestal...
A
jong.
B
oud.

Slide 13 - Quizvraag

Demografische oorzaken

'Jeugdbult': een groot aandeel van 15-29 jarige in de bevolking.

Geschoolde, jonge bevolking zorgt voor extra onrust.

Slide 14 - Tekstslide

Demografische druk:
De verhouding tussen de niet-actieve bevolking (0-20 en 65+) en de actieve bevolking.

In een land is de demografische druk 40%. Dat betekent: Van de 100 inwoners behoren er 40 tot de niet-actieve bevolking.

Groene druk: Hoog aandeel jongeren.
Grijze druk: Hoog aandeel ouderen.

Slide 15 - Tekstslide

Sociale bril
Sociaal gaat over bevolking.
Een ander woord voor bevolking is demografie.

Hoe groeit de bevolking van een land?

Vergrijzing, vergroening

Slide 16 - Tekstslide

Push en Pull factoren

Slide 17 - Tekstslide

push en pull factoren


Push = wegduwen
Pull = aantrekken

Slide 18 - Tekstslide

Sociale bevolkingsgroei
  • Immigratie - emigratie
  • Meer immigratie dan emigratie: vestigingsoverschot
  • Meer emigratie dan immigratie: vertrekoverschot

Slide 19 - Tekstslide