Steden & Staten Les 1 - Landbouw en Handel






LANDBOUW EN HANDEL
Steden en Staten les 1
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les






LANDBOUW EN HANDEL
Steden en Staten les 1

Slide 1 - Tekstslide

Hoe zou dit...
Hoe zou dit tijdvak kunnen heten?
  • Jagers en Boeren?
  • Grieken en Romeinen?
  • Monniken en Ridders? 
  • Of iets anders?

Slide 2 - Tekstslide

Al gehad. Over de prehistorie, jagers, mammoeten, nomaden en uitvinding landbouw en boeren.
Al gehad. Over de Grieken, Alexander de Grote, De Romeinen, democratie, geld, godsdienst, gewoontes, Romeinse Limes, Hannibal Barkas en mythologie. (Romulus & Remus, Doos van Pandora, Jason en de Minotaurus, Paard van Troje, Aeneas)
Al gehad. Over ridders, kastelen, toernooien, volksverhuizingen, hofstelsel, horigen, monniken, kloosters, Willibrord, Bonefatius, Karel de Grote en kruistochten.
Dit ga je leren. 
  • Het ontstaan van Middeleeuwse steden. 
  • De Hanze (steden)
  • Wie doet wat in de stad?(burgerij, bestuur, ambacht en gilden)
  • Floris V

Slide 3 - Tekstslide

Sleep naar het juiste tijdvak.
Zeus de oppergod
Karel de Grote
Romeinse Limes
Mammoet
Middeleeuwse stad

Slide 4 - Sleepvraag

Na Karel de Grote
Nadat keizer Karel de Grote (747-814) een groot rijk had opgezet, verdeelde hij het onder zijn zonen. Deze koningen verdeelden het onder de leenheren, die de horigen het werk lieten doen.

Slide 5 - Tekstslide

Drie standen
In de Middeleeuwen was er een standenmaatschappij.
Er werd verschil gemaakt tussen mensen. Tussen arm en rijk. 
De koning stond bovenaan. (Koninginnen, prinsen, prinsessen)
  1. Geestelijkheid (mensen van de kerk)
  2. Adel (Ridders, Graven, Hertogen)
  3. Burgers (gewone mensen)
 

Slide 6 - Tekstslide

Sleep mij
Ik ben de burger.
Sleep mij
Ik ben de geestelijke
Sleep mij
Ik ben de adel

Slide 7 - Sleepvraag

Kijk goed!
Herken jij de drie standen?

Slide 8 - Tekstslide

Wat ga je leren?

  • Waardoor boeren meer graan kunnen verbouwen.
  • Waarop je moet letten bij munten uit deze tijd.
  • Wat een Hanze is.


Slide 9 - Tekstslide

We leren over de late Middeleeuwen van 1000 tot 1500
In de tijd van Ridders en Monniken was een kasteel met huizen eromheen een manier om te wonen. Maar dat is natuurlijk nog geen stad. Hoe er steden kwamen, daarover ga je leren!
Horige
Als horige had je weinig rechten. Je kasteelheer kon bepalen met wie je trouwde, wanneer je vrij had, en hoeveel van de oogst je moest betalen.

Slide 10 - Tekstslide

Rust in het land
Het jaar 1000. Er waren geen aanvallen meer van wilde volken als de Germanen, Hunnen en Vandalen. Er zijn geen volksverhuizingen meer, koningen hebben het land verdeeld. 
Meer, meer, meer!
De oogsten doen het steeds beter. Er is meer voedsel, dus meer mensen. Er is meer te verkopen, dus de markten zijn groter. De horigen houden meer over, en kunnen soms koopman te worden. Koopmannen verhandelen hun oogst, spullen of iets wat ze goed kunnen.

Slide 11 - Tekstslide

Weet je nog:
  • Alle grond is van de adel.
  • De meeste mensen zijn boer of horige
Wat veranderd er:
  • er onstaan steeds meer steden.
  • de stedelingen krijgen steeds meer macht.
We lezen blz 58.
Opdracht 1
Er is dus veel graan nodig om iedereen te voeden.
Hoe doen ze dat?

Slide 12 - Tekstslide

Wat veranderd er:
  • houten ploeg wordt ijzeren ploeg
  • de dieren trekken niet meer met een touw maar met een haam 
  • ze gaan land ontginnen; van natuur landbouwgrond maken
  • de paarden krijgen hoefijzers
We lezen blz 59.
Opdracht 2

Slide 13 - Tekstslide

De rijken worden rijker
Alles staat in dienst van de ridder van adel, de kasteelheer, de leenman. 
Deze wordt steeds rijker, de armen blijven arm. Daar kan de kerk weining aan veranderen, hoe de monniken ook helpen,

Slide 14 - Tekstslide

Maar dan!
Door het grote rijk van Karel de Grote is er tientallen jaren geen oorlog in het rijk. Natuurlijk zijn er wel de kruistochten. 
Vrede brengt voorspoed
De horigen bewerken het akkerland goed. Er komt steeds meer oogst. De bevolking groeit. En met meer oogst is er meer voer voor de dieren. Er komen steeds meer varkens, paarden, koeien, melk, kaas, graan, tarwe. Zelfs meer dan de kasteelheer op kan, of kan bewaren! En weggooien is zonde... wat nu? 

Slide 15 - Tekstslide

Drieslagstelsen
De boeren komen erachter dat je meer kan oogsten door een jaar niets te verbouwen. Braakliggende grond, noem je dat. Dan komen er weer voedingsstoffen in de grond. Net als jij, na je boterham en een dutje.
Dit heet het drieslagstelsen.

Slide 16 - Tekstslide

Ontstaan van steden
(01:19)

Slide 17 - Tekstslide

Van kasteel tot stad
Een kasteel kon zo een dorp worden. En als er veel marktlui kwamen wonden, kon het een stad worden. Er was wel een probleem: de kasteelmuren. Die zorgden ervoor dat iedereen in kleine huizen woonden rondom het kasteel woonden.
Een oplossing was om extra muren te maken: stadsmuren met een stadspoort.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Mensen op leven een bultje
De koopmannen trokken naar de dorpen. Daar was steeds meer te beleven. Meer handel, meer werk, en dus meer mensen. Dit trok weer meer arme mensen aan die hoopten werk te kunnen krijgen. Binnen de kasteelmuren werd het vol...

Slide 20 - Tekstslide

Markt
  1. Wat zie je?
  2. Waarom is het er?
  3. Welke mensen komen er?
  4. Wat ken jij in de tijd van NU dat erop lijkt?

Slide 21 - Tekstslide

Ambacht
Als je geen oogst hebt om te verkopen, kon je een dienst verkopen. Een dienst is iets doen voor een ander. Je had dan een ambacht: een vak, een beroep. Voorbeelden van ambachten zijn: timmeren, touw maken, naaien, vlechten, koken, enzovoort.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Rechten (privileges)
We lezen blz 60
Opdracht 3
Privileges (speciale rechten die je koopt)
Stadsrechten
Marktrechten
Muntrecht

Slide 24 - Tekstslide

Stadsrechten
(01:49)

Slide 25 - Tekstslide

0

Slide 26 - Video

Slide 27 - Video

GELD EN MIDDELEEUWEN
We lezen blz 61
Opdracht 4
Geldwisselaar:
weegt munten
munten zijn van goud en zilver
elke stad heeft zijn eigen munt

Slide 28 - Tekstslide

Stadsmuur
  1. Wat zie je?
  2. Waarom is het er?
  3. Welke mensen komen er?
  4. Wat ken jij in de tijd van NU dat erop lijkt?

Slide 29 - Tekstslide

Stads-muur
  1. Wat zie je?
  2. Waarom is het er?
  3. Welke mensen komen er?
  4. Wat ken jij in de tijd van NU dat erop lijkt?

Slide 30 - Tekstslide

Stadspoort
  1. Wat zie je?
  2. Waarom is het er?
  3. Welke mensen komen er?
  4. Wat ken jij in de tijd van NU dat erop lijkt?

Slide 31 - Tekstslide

Koopmanshuis
  1. Wat zie je?
  2. Waarom is het er?
  3. Welke mensen komen er?
  4. Wat ken jij in de tijd van NU dat erop lijkt?

Slide 32 - Tekstslide

Kerk
  1. Wat zie je?
  2. Waarom is het er?
  3. Welke mensen komen er?
  4. Wat ken jij in de tijd van NU dat erop lijkt?

Slide 33 - Tekstslide

Kerk
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, sleep mij dan.
Plein
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 
Stadsmuur
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 
Agora
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 
Tempel
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 
Stadspoort
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 
Markt
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 
Koopmanshuis
Als ik hoor bij een Middeleeuwse stad, 
sleep mij dan naar het sleepdoel. 

Slide 34 - Sleepvraag

De Hanze: steden maar ook een school
We lezen blz 62 en blz 63
Opdracht 5 en 6
Hanzesteden:
Werken samen en helpen elkaar
Gebruiken dezelfde maten en gewichten
Proberen overal dezelfde munt te gebruiken

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Een vestingstad
(01:17)

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

De markt met kooplieden
(01:39)

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Wat ga je leren?
  • Wat heeft een Middeleeuwse stad? ✔
  • Wat is een hofstelsel? ✔
  • Hoe ontstond handel? ✔
  • Wat zijn ambachten? ✔
  • Hoe groeide een stad? ✔


Slide 41 - Tekstslide

Welke drie standen waren er?
A
Geestelijken, adel, soldaten
B
Soldaten, adel, boeren
C
Geestelijken, adel, boeren

Slide 42 - Quizvraag

Wat heeft een Middel-eeuwse stad?
Wat is 
een hofstelsel?
Hoe ontstond handel
?
Wat zijn ambachten
?
Hoe groeide een stad?
Een kasteel had veel koopmannen en een grote markt. Ruimte rondom kasteel werd volgebouwd tot het vol was. Overal waren houten huizen. Een stadmuur met stadspoorten gebouwd. Nu was er meer ruimte om te wonen. 
  • kerk 
  • koopmanshuis
  • stadsmuur
  • markt
  • stadspoort
Een koning verdeelde zijn land. Leenmannen (vazallen) kregen een stuk grond. Horigen (boeren) bewerkten dit land in ruil voor bescherming.
Boeren wisten steeds beter land te bewerken. Ook kwamen ze erachter dat grond braak laten de grond verbeterde. (drieslagenstelsel) Er kwam meer oogst. Boeren werden koopmannen. Koopmannen verhandelden oogst of zichzelf, als ze iets goed konden maken of doen.
Een ambacht is een ander woord voor beroep of vak. 

Slide 43 - Sleepvraag

Bedankt voor je inzet.
  • Schuif je stoel aan
  • Ruim je spullen op
  • Verlaat het lokaal rustig

Slide 44 - Tekstslide