Herhalingsles kernconcepten MODERNE en MASSA

KUA herhalen kunstanalyse en kernconcepten
Cultuur van het moderne + massacultuur

Bespreken kernconcepten 
Examenvragen 
 
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

KUA herhalen kunstanalyse en kernconcepten
Cultuur van het moderne + massacultuur

Bespreken kernconcepten 
Examenvragen 
 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Ik weet belangrijkste accenten van cultuur van het moderne en massacultuur
  •  Ik kan een examenvraag in de context van de massacultuur plaatsen
  • Ik weet hoe ik een volledig antwoord geef op een examenvraag
  • Ik kan de juiste begrippen toepast op een examenvraag met een nieuw voorbeeld


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort vragen zijn er?
  1. Onthouden - feitelijke kennis testen (noem drie kenmerken van het postmodernisme)
  2. Begrijpen - feitelijke kennis toepassen op feitelijke voorbeelden (hoe draagt het postmodernisme bij aan het afbreken van sociale ongelijkheid in de kunstwereld? )
  3. Toepassen - feitelijke kennis toepassen op kunstzinnige voorbeelden (Leg aan de hand van twee voorbeelden uit waarom het werk van Andy Warhol als post-modernistisch kan worden omschreven )
  4. Analyseren - kunstzinnige voorbeelden analyseren en vergelijken (Leg aan de hand van twee voorstellingsaspecten uit of het werk van Warhol of Barnett meer past binnen de omschrijving van het post-modernisme gegeven in bron x )
  5. Beoordelen/evalueren - kunstzinnige voorbeelden beoordelen aan de hand van voorgeschreven analytische criteria (Sommige critici vinden Lady Gaga een commercieel mediafenomeen. Anderen vinden Lady Gaga en kunstenares vergelijkbaar met Andy Warhol. Geef aan of je het wel of niet eens bent met de stelling dat Lady Gaga een kunstenares is. Onderbouw je stellingname met een argument gebaseerd op de videoclip Telephone )  

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdeling Vraagsoorten

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhalen samenvattende videofragmenten 

- Herhaal cultuur van het moderne met videofragmenten per discipline (zie volgende slides)
- Gebruik deze om je samenvatting aan te vullen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kunstanalyse: waar staan jullie nu?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de juiste beeldaspecten?
A
kleur, vorm, ruimte, licht, compositie
B
kleur, lijn, ruimte, contrast, voorstelling
C
kleur, vorm, licht, ruimte, genre
D
kleur, lijn, ruimte, licht, inhoud

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de juiste muzikale middelen?
A
melodie, ritme, tempo, dynamiek, klankkleur, compositie
B
toonhoogte, toonduur, tempo, dynamiek, klankkleur, compositie
C
toonhoogte, toonduur, tempo, dynamiek, sfeer, klankkleur
D
meerstemmigheid, ritme, tempo, dynamiek, klankkleur, compositie

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe beschrijf je vormgeving van spel?
A
houding, mimiek, gebaren
B
houding, mimiek, intonatie, rekwisieten
C
lichaam, stem, speelstijl, mise-en-scene
D
lichaam, stem, decor, rekwisieten

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de dansante middelen?
A
tijd, kracht, ruimte, choreografie
B
kracht, beweging, compositie
C
beweging, houding, geluid
D
verticaliteit, horizontaliteit, beweging

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat valt er NIET onder filmtechnische vormgeving?
A
Cameravoering
B
mise-en-scène
C
Geluidseffecten
D
Montage

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kernconcepten 
MODERNISME
&
MASSA CULTUUR

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem samenvatting kernconcepten door

Lezen: samenvatting kernconcepten. Noteer belangrijke zaken en onduidelijkheden 

Wat Zijn onduidelijkheden? 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer was het Modernisme?
A
1850-1900
B
1900-1950
C
1950-2000
D
2000- heden

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het Modernisme
  • Het modernisme in de kunsten ontstaat aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw. 

  • Het modernisme houdt in: het ontstaan van een breuk tussen de oude maatschappij/kunst en de nieuwe maatschappij/kunst. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zag je die breuk?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstond de breuk?
Die breuk kwam doordat er hele hoop nieuwe ontwikkelingen plaats vonden op ontzettend veel gebieden:
  • Infrastructuur maakte reizen en andere vrijetijdsbesteding mogelijk (nieuwe plekken = nieuwe inspiratie) 
  • Nieuwe materialen en technieken werden uitgevonden
  • De psychologie kwam op (Freud)
  • Technische ontwikkelingen zoals; film, radio, telefoons, auto’s, treinen
  • De opdrachtgevers veranderen (niet langer alleen adel en kerk, maar nu ook bourgeoisie en staat)
 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kunstenaars in het Modernisme
  • Kunstenaars willen allemaal iets nieuws!
  • De kunstenaars die hier mee starten noemen we: Avant-garde kunstenaars (dit zijn kunstenaars die zich niet langer konden of wilden aansluiten bij de heersende opvattingen van de elite.)
  • -> gevolg: Kunstenaars worden steeds zelfstandiger = AUTONOOM
    en kiezen zelf wat ze uitbeelden/iedeen zijn achter hun kunst.
  • Dus er ontstaan nieuwe stromingen en ontwikkelingen binnen alle genres (beeldend, dans, drama, muziek, architectuur en film)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken passen bij kunst van het Modernisme?
A
traditioneel, kwaliteit, waarneming
B
consumptie maatschappij, alledaags
C
experimenteel, expressief, primitief, onderbewuste
D
inhoudsloos, onbegrensde mogelijkheden.

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kennis vragen
gebaseerd op het kernconcept 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag uit examen 2022

In 1906 choreografeerde en danste Ruth St. Denise de danssolo Incense. Deze solo baseerde ze op een hindoestaans ritueel.
Modernisten waren aan het begin van de twintigste eeuw geintereseerd in dergelijke rituelen.
(1p) Geef aan waarom modernisten aan het begin van de twintigste eeuw geinteresseerd waren in dergelijke rituelen.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(1p) Geef aan waarom modernisten aan het begin van de twintigste eeuw geinterseerd waren in dergelijke rituelen.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(1p) Geef aan waarom modernisten aan het begin van de twintigste eeuw geinterseerd waren in dergelijke rituelen.

maximumscore 1
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
Modernisten waren geïnteresseerd in dergelijke rituelen, omdat zij dergelijke rituelen zagen als exotisch/mysterieus / oorspronkelijk: Zij meenden dat de mensen in dergelijke culturen, anders dan in het westen, (nog) puur/ onbedorven waren en/of vrij van regels leefden en/of in harmonie met elkaar. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer was de Massacultuur?
A
1850-1900
B
1900-1950
C
1950-2000
D
2000- heden

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

MASSACULTUUR
=
KUNST VOOR DE MASSA



“Vanaf de jaren zestig ontstond een overheersende cultuur die door de smaak van de grote massa bepaald werd:
de massacultuur.”
Kunstwerken worden onpersoonlijk en oppervlakkig

 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de massacultuur vervaagt het verschil tussen ‘lage’ en ‘hoge’ kunsten 

  • HOGE kunst wordt gezien als kunst voor de Elite. 
  • LAGE kunst wordt gezien als kunst voor de ‘gewone’ mens. 
  • Kunst- en cultuurvormen die voorheen slechts voor de elite waren bestemd (‘hoge’ kunst) worden onderdeel van de massacultuur.  
  • Ook komt de (‘lage’ kunst) via kunstenaars als Keith Haring en Andy Warhol in het museum terecht waardoor het ook wordt geaccepteerd door de elite.  

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoge kunst
Lage kunst

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ontwikkelingen in de geschiedenis
na 1945
  • Als WOII op 5 mei 1945 in Nederland is afgelopen, kan ons land alleen weer worden opgebouwd door met andere landen samen te werken.
  • Er ontstaan samenwerkingsverbanden, zoals de Benelux en de NAVO.
  • De Verenigde Staten bieden financiële hulp, met het Marshallplan, waardoor de Nederlandse wederopbouw en economie weer op gang kwamen.
    -> De VS worden hierdoor extra populair in Europa. 
  • Er komt tijd voor VERMAAK!!

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstaat de massacultuur
Toenemende democratisering
(vrijheid en gelijkheid voor iedereen, macht en kennis niet alleen van de elite)
Toegankelijkheid van het onderwijs
(onderwijs voor iedereen, niet meer alleen voor de elite)
Bloeiende economie: groeiende welvaart en meer vrije tijd
(toenemende koopkracht: iedereen heeft meer geld te besteden waardoor aanbod van producten en diensten groeit)
De nieuwe massamedia
(radio, tv, internet zorgen voor informatie en amusement voor alle lagen van de bevolking )

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

pragmatisme: focus op het nut van de bruikbaarheid. 
parodie: spot drijven op een kunstzinnige manier
ornament: versiering 

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Massacultuur = benaming voor periode. In de periode vanaf 1950 draait de maatschappij om massaproductie, massamedia (consumptiemaatschappij, hedonisme)  
  • Postmodernisme = benaming voor de meest voorkomende stijl (samen met popart) in de periode van de massacultuur 
  • Niet alle postmoderne kunst is gericht op de massa 
Postmodernisme ten opzichte van de massacultuur

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

HW
Oefen met examenvragen
Neem de samenvatting door
Leer de begrippen voor kunstanalyse

Neem  je vragen mee voor de laatste les

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Stel 1 vraag over iets dat je niet zo goed hebt begrepen.

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wil je in de laatst les doen om je voor te bereiden op toetsweek?

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies