bacterie, virus, afweersysteem

Bacterie, virus, afweersysteem
Doelen
Ik kan uitleggen wat een bacterie is.
Ik kan uitleggen wat een virus is.
Ik weet hoe een bacterie en virus zich vermenigvuldigen.
Ik weet wat aspecifieke afweer is en ken 3 voorbeelden.
Ik kan uitleggen hoe specifieke afweer werkt.

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
AnatomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bacterie, virus, afweersysteem
Doelen
Ik kan uitleggen wat een bacterie is.
Ik kan uitleggen wat een virus is.
Ik weet hoe een bacterie en virus zich vermenigvuldigen.
Ik weet wat aspecifieke afweer is en ken 3 voorbeelden.
Ik kan uitleggen hoe specifieke afweer werkt.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een bacterie?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een bacterie heeft:
A
Een omsloten celkern.
B
Losliggend DNA.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een bacterie kan:
A
Zichzelf delen en zo vermenigvuldigen.
B
Zich alleen met hulp van een gastheer vermenigvuldigen.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een virus kan:
A
Zichzelf delen en zo vermenigvuldigen.
B
Zich alleen met hulp van een gastheer vermenigvuldigen.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een virus bevat:
A
DNA in een celkern.
B
RNA in een celkern.
C
Los DNA.
D
Los RNA.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt je afweersysteem?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 3 vormen van aspecifieke afweer.

Slide 13 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

B-cellen maken antistoffen en T-lymfocyten ruimen antigenen op die zich verstoppen in de cel

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Macrofaag
https://www.facebook.com/reel/1435634238285934


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn pathogenen?
A
bacteriën
B
virussen
C
schimmels
D
protozoen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een antigeen?
A
Een specifiek eiwit op de celmembraan van een pathogeen
B
Een specifiek eiwit op een antistof
C
Een reactie op een lichaamsvreemd eiwit

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak zelf kaartjes voor op de bingo kaart. Op de kaartjes moet een uitleg staan wat het woord betekend wat erop staat. 
Bijvoorbeeld: Ig-E= immuunglobuline E, dat is een antistof die gemaakt wordt bij allergieen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn antilichamen of antistoffen?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Antigeen presenterende cel presenteert het antigeen ( rode bolletje) aan specifieke B-cellen ( B-lymfocyten). die worden actief. Daarna gaat deze specifieke B-cel zich veelvuldig delen en ontstaan er 2 soorten cellen uit. 1= de plasmacel die antistoffen maken tegen het specifieke antigeen en 2= de geheugencellen. Biju een volgende infectie met hetzelfde antigeen kunnen die meteen antistoffen aanmaken
aspecifieke afweer
specifieke afweer
antilichaam
antigeen
Kenmerkend eiwit in de wand van een cel.
Eiwit dat zich bindt aan ziekteverwekker.
huid
maagzuur
fagocytose
geheugen cellen

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je griep hebt gehad krijg je dat meestal in dezelfde winter niet nog een keer. Dat komt omdat:

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kunstmatige actieve immuniteit krijg je door
A
borstvoeding
B
toedienen antilichamen
C
vaccinatie
D
ziekte doormaken

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

natuurlijke actieve immuniteit krijg je door
A
borstvoeding
B
toedienen antilichamen
C
vaccinatie
D
ziekte doormaken

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

natuurlijke passieve immuniteit krijg je door
A
borstvoeding
B
toedienen antilichamen
C
vaccinatie
D
ziekte doormaken

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kunstmatige passieve immuniteit krijg je door
A
borstvoeding
B
toedienen antilichamen
C
vaccinatie
D
ziekte doormaken

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies