K3+K4 Wiederholung

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Das Programm
  • Wiederholung K3 + K4
  • An die Arbeit!
  • Fragen?

Slide 2 - Tekstslide

Kapitel 3: Doe je boek A open op blz. 100-101!
Neem eerst de Lernliste op blz. 100-101 goed door. 
Als je klaar bent, gaan we  dan verder met de oefeningen in deze LessonUp!
timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

die Lehrerin
der Test
die Hausaufgaben
die Stunde
die Schule
das Gymnasium
der Lehrer
der Stundenplan
die Realschule
das Heft
das Buch
de leraar
de lerares
het lesrooster
het boek 
het (les)uur
het huiswerk
het schrift
vmbo-t/havo
vwo
de school
de toets

Slide 4 - Sleepvraag

die Hausaufgaben
Erdkunde
Biologie
Deutsch
Mathe
Englisch
Geschichte
Sport
Niederländisch
Kunst
Duits
het huiswerk
geschiedenis
tekenen/
handvaardigheid
gym
Wiskunde
aardrijkskunde
Engels
biologie
Nederlands

Slide 5 - Sleepvraag

am Montag
am Dienstag
am Mittwoch
am Donnerstag
am Freitag
am Samstag
am Sonntag
um ein Uhr
Viertel nach eins
halb zwei
Viertel vor zwei
op woensdag
op maandag
om één uur
op zaterdag
op dinsdag
half twee
op vrijdag
kwart voor twee
op donderdag
kwart over één
op zondag

Slide 6 - Sleepvraag

Rangtelwoorden
Je oefent rangtelwoorden in de volgende slide.

Slide 7 - Tekstslide

erste
zweite
dritte
vierte
fünfte
sechste
siebte
achte
neunte
zehnte
derde
zevende
eerste
vijfde
tweede
tiende
vierde
negende
zesde
achtste

Slide 8 - Sleepvraag

Lidwoorden
Je oefent de lidwoorden in de volgende slide.

Slide 9 - Tekstslide

der
die
das
vrouwelijke personen/dieren
mannelijke personen/dieren
meervoudsvormen
woordjes die in NL "het" als lidwoord hebben
woordjes die eindigen op: -e / -in, -heit, - keit-schaft

Slide 10 - Sleepvraag

De klok
Je oefent de klok in de volgende slide.

Slide 11 - Tekstslide

Wie spät ist es?
A
Es ist zehn nach elf.
B
Es ist fünf vor sieben.
C
Es ist zehn vor sieben.
D
Es ist fünf nach elf.

Slide 12 - Quizvraag

Wie spät ist es?
A
Es ist fünf nach halb zehn.
B
Es ist halb neun.
C
Es ist fünfundzwanzig vor zehn.
D
Es ist zehn vor Viertel vor zehn.

Slide 13 - Quizvraag

Wie spät ist es?
A
Es ist zwanzig nach zehn.
B
Es ist fünf nach Viertel nach zehn.
C
Es ist fünf nach Viertel vor vier.
D
Es ist zehn vor vier.

Slide 14 - Quizvraag

Wie spät ist es?

Slide 15 - Open vraag

Wie spät ist es?

Slide 16 - Open vraag

Wie spät ist es?

Slide 17 - Open vraag

Wie spät ist es?

Slide 18 - Open vraag

Kapitel 4: Doe je boek open op blz. 136-137!
Neem eerst de lernliste op blz 136-137  goed door. 
Als je klaar bent, dan gaan we verder met de oefeningen in deze LessonUp!
timer
2:00

Slide 19 - Tekstslide

Zoek de juiste vertalingen bij elkaar
die Katze
das Meerschweinchen
der Hund
das Pferd
die Kuh
das Schaf
die Schlange
der Affe
der Fisch
de kat
de koe
de cavia
de hond
het paard
de slang
het schaap
de vis
de aap

Slide 20 - Sleepvraag

Opdracht 2
Welke dieren herken je in de volgende zinnen? 
Schrijf ze in het Nederlands op!
(denk ook aan de meervoudsvorm)

Let op! Schrijf alleen het woord op en niet de hele zin!

Slide 21 - Tekstslide

Ich habe das Pferd schon geputzt.

Slide 22 - Open vraag

Hast du die Affen schon gefüttert?

Slide 23 - Open vraag

Opdracht 3
Kies de juiste vertaling in het Duits

Slide 24 - Tekstslide

schattig
A
machen
B
schätzen
C
dick
D
süß

Slide 25 - Quizvraag

schuw
A
Schnee
B
Schere
C
schauen
D
scheu

Slide 26 - Quizvraag

spelen
A
spühlen
B
spillen
C
spielen
D
spolen

Slide 27 - Quizvraag

gaan
A
gahn
B
gehen
C
finden
D
bekommen

Slide 28 - Quizvraag

Weet je het nog?
Regelmatige werkwoorden - tegenwoordige tijd
Stap 1: Stam vinden = het hele werkwoord zonder  -n of -en
--> gehen - geh, finden - find, streicheln - streichel
Stap 2: persoonlijke voornaamwoorden + de juiste uitgangen
--> ich stam + e, du stam + st, er/si/es stam + t, wir stam + en, ihr stam + t, sie/Sie stam + en
(FE)ESTTENTEN

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht 4
Help!!!!!
Wat betekenen de volgende woorden in het Duits?
Schrijf op!

Slide 30 - Tekstslide

ik speel (spielen)

Slide 31 - Open vraag

jij houdt erg van (lieben)

Slide 32 - Open vraag

jullie komen (kommen)

Slide 33 - Open vraag

u doet (machen)

Slide 34 - Open vraag

hij gaat (gehen)

Slide 35 - Open vraag

Uitdaging:
Vertaal de volgende zin in het Duits.
De hond is klein en schuw.

Slide 36 - Open vraag

Uitdaging:
Vertaal de volgende zin in het Duits.
Mijn konijn heeft bruine vlekken.

Slide 37 - Open vraag

Wat betekent de volgende zin?
Seit Montag wird mein Meerschweinchen vermisst.
A
Op maandag wordt mijn cavia vermist.
B
Sinds maandag wordt mijn cavia vermist.
C
Op maandag wordt mijn konijn vermist.
D
Sinds maandag wordt mijn konijn vermist.

Slide 38 - Quizvraag

Wat betekent de volgende zin?
Sie trägt eine rote Halsband.

Slide 39 - Open vraag

An die Arbeit!
Stap 1: Maak herhaling 3 + 4 in het boek op blz. 182, 183, 184, 185, 186, 187, 188, 189
Stap 2: Maak de oefentoets op Neue Kontakte online en bekijk je score.


Slide 40 - Tekstslide

Gibt es Fragen?

Slide 41 - Open vraag

Hoe vond je het gaan?
A
heel goed
B
goed
C
moeilijk
D
redelijk

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide