Elektriciteit 3HV SV

Elektriciteit 3HV SV
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Elektriciteit 3HV SV

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 
Je kunt uitleggen wat elektrische lading is en welke soorten er zijn.
Je kunt uitleggen waardoor elektrische stroom ontstaat. 
Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met stroomsterkte en spanning.

Slide 2 - Tekstslide

Welk verschijnsel zie je op de afbeelding?

Slide 3 - Open vraag

Welk verschijnsel zie
je hier?

Slide 4 - Tekstslide

Hoe komt het dat de balletjes uit elkaar staan?

Slide 5 - Open vraag

Heb je al eens gemerkt:
•    dat bij het kammen van je haar  het rechtop gaat staan?
•    dat bij een trui uittrekken deze knettert?
•    dat je bij het aanraken van een metalen knop een schok kreeg?
•    dat er vonkjes overspringen als je iets of iemand vastpakt?

Je hebt dan een elektrische lading gekregen.



Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

2 ladingen
Wanneer een voorwerp geladen is, kan het 1 van de volgende 2 ladingen hebben:
  • Positieve lading
  • Negatieve lading

Deze soorten ladingen kunnen elkaar afstoten of aantrekken, zoals in het plaatje hieronder.

Slide 8 - Tekstslide

Welke lading hebben de bolletjes in de afbeelding?
A
Beide positief
B
Beide negatief
C
Een bolletje is positief, een bolletje is negatief
D
Beide bolletjes hebben geen lading

Slide 9 - Quizvraag

Welke lading hebben de bolletjes in de afbeelding?
A
Beide positief
B
Beide negatief
C
Een bolletje is positief, een bolletje is negatief
D
Beide bolletjes hebben geen lading

Slide 10 - Quizvraag

Lading
Lading is een eigenschap van moleculen. Die lading kan positief of negatief zijn.
Een negatieve lading wordt veroorzaakt door elektronen. 
Elektronen = hele kleine deeltjes die een negatieve elektrische lading hebben. 
Een positieve lading wordt veroorzaakt door een tekort aan elektronen. 

Slide 11 - Tekstslide

Elektrische stroom is de beweging van lading (in een draad via elektronen).

Slide 12 - Tekstslide

Elektronen
  • Elektrische ladingen oefenen een kracht op elkaar uit.



  • Gelijke lading stoot elkaar af:  ze bezitten beide of positieve óf negatieve lading
  • Verschillende lading trekt elkaar aan: het ene voorwerp bezit positieve en het andere negatieve lading

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Stroom(richting)





Stroom is het bewegen van lading in één richting.
In een metalen draad zijn de ladingen die stromen vrije elektronen.
Richting elektrische stroom van plus naar min.
Elektronen stromen van min naar plus
-
+

Slide 16 - Tekstslide

In welk materiaal kunnen elektronen stromen?
A
kunststof
B
metalen
C
hout
D
grafiet

Slide 17 - Quizvraag

Hoe is de algemene naam voor materialen waar elektrische lading makkelijk doorheen kan gaan?

Slide 18 - Open vraag

Lading kan stromen in een stroomkring. Wat zijn de onderdelen van een stroomkring?

Slide 19 - Open vraag

Stroomkring
De 3 basiscomponenten van een stroomkring zijn:
Spanningsbron
Geleiders
Verbruiker

Slide 20 - Tekstslide

Stroomsterkte
Hoe meer elektronen per seconde door de draad stromen, hoe hoger de stroomsterkte.
Symbool: I (Intensité de current)
Eenheid: A (Ampère)
1 A = 1000 mA
 (Je kunt het vergelijken met een rivier, hoe meer water er door stroomt, hoe sterker de stroom) 

Slide 21 - Tekstslide

2 mA =
A
0,002 A
B
2000 A
C
0,2 A
D
200 A

Slide 22 - Quizvraag

4 A =
A
400 mA
B
0,004 mA
C
0,004 A
D
4000 mA

Slide 23 - Quizvraag

Wat doet een spanningsbron ?

Slide 24 - Open vraag

Een spanningsbron heeft twee functies:
  1. De spanningsbron zorgt dat er een stroom (negatieve ladingen) gaat lopen.
  2. De spanningsbron geeft energie mee aan de negatieve ladingen in de elektrische stroom.
Symbool: U (Unterschied)
Eenheid: V (Volt)
1 kV = 1000 V

 Spanningsbronnen

Slide 25 - Tekstslide

Spanning veroorzaakt een stroom. Wat wordt bedoeld met spanning?
A
... laat de elektronen rondgaan
B
... geeft de elektronen energie mee
C
... hangt af van de stroomsterkte
D
...is 0 V als de stroomkring verbroken is

Slide 26 - Quizvraag

Wat stelt het symbool uit de afbeelding voor ?
A
spanningsbron
B
lamp
C
schakelaar
D
ampèremeter

Slide 27 - Quizvraag

De eenheid van spanning is ...
A
U
B
I
C
A
D
V

Slide 28 - Quizvraag

Stroomrichting
Toen men elektriciteit ontdekte heeft men afgesproken dat de stroom van de + pool naar de - pool loopt.
Later ontdekte men dat elektriciteit uit elektronen bestaat.
Elektronen zijn negatief geladen en stromen dus altijd van de - pool naar de + pool, omdat de + pool de negatieve lading aantrekt.
Toch heeft men besloten dat de eerste afspraak blijft bestaan.

Slide 29 - Tekstslide

Met weerstand geef je aan:
A
Hoe makkelijk een spanning door een draad loopt
B
Hoe makkelijk een stroom door een draad loopt
C
Hoe fel een lampje brandt
D
Hoe snel een ventilator draait

Slide 30 - Quizvraag

Stroomsterkte
Spanning
Weerstand
I
R
U
Volt
Ampere
Ohm

Slide 31 - Sleepvraag

Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
Spanning
U
Volt
V
Stroomsterkte
I
Ampère
A
Weerstand
R
Ohm

Slide 32 - Tekstslide

Gevaren van elektriciteit:
Zie volgende slide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Samenvatting
Gelijk ladingen stoten elkaar af; ongelijke ladingen trekken elkaar aan.
Bij elektrische stroom bewegen de geleidingselektronen. 
Elektronen stromen makkelijk door een geleider en niet door een isolator. Elektronen stromen tegengesteld aan de elektrische stroom.
Stroomsterkte (I) geeft aan hoeveel lading per seconde door een bepaald punt stroomt.
Spanning (U) geeft aan hoeveel energie de lading heeft.

Slide 35 - Tekstslide

Aan de slag
HAVO Bestudeer H2.1 (blz.42 t/m 45)
Maken vraag  2 t/m 5, 7  en 8 (t/m 9, 11, 13, 14 en 16) 
VWO Bestudeer H2.1 (blz.46 t/m 49)
Maken vraag 2 t/m 5, 7 en 8 (10 T/M 14 en 17) 


Slide 36 - Tekstslide