les 6 - 3V - P1

programa de miércoles 9 de septiembre
revisar los deberes
SO repaso
practicar + explicación de la gramática
los deberes
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

programa de miércoles 9 de septiembre
revisar los deberes
SO repaso
practicar + explicación de la gramática
los deberes

Slide 1 - Tekstslide

Venir
Cerrar
Jugar
Dormir
Hacer
Ir
Tener
Ser
Querer

Slide 2 - Tekstslide

Controlamos los deberes

ESTUDIAR (=leren):
- Verbos Repaso 1-80 NL-SP

p. 12 ej 5 + p. 13 ej 1, 2, 3
-oefenen perfecto + onregelmatige ww
juntos (=samen)

Slide 3 - Tekstslide

p. 12 ej 5
  1. he dormido         15.ha practicado
  2. habéis bebido    16. hemos pensado
  3. han vuelto
  4. has aprendido
  5. hemos visitado
  6. ha puesto
  7. ha tocado
  8. he hecho
  9. ha escrito
  10. han vivido
  11. he ido
  12. hemos visto
  13. ha gustado
  14. ha hecho
p. 13 ej 1 + 2

Eje 2
1. ¿Cómo te llamas?
2. ¿Cuántos años tienes?
3. ¿Cuándo es tu cumpleaños?
4. ¿Juegas algún deporte?
5. ¿Tienes hermanos?
6. ¿Que haces en los fines de semana?

Slide 4 - Tekstslide

vertaal de volgende woorden 1-80:
  1. wakker worden
  2. naar bed gaan, gaan slapen
  3. ontbijten
  4. zich aankleden
  5. verliezen
  6. breken
  7. vragen, verzoeken, bestellen

  1. despertarse (ie) 2. acostarse (ue)3. desayunar 4. vestirse (i) 5. perder (ie) 6. romper 7. pedir (i)

Slide 5 - Tekstslide

SO Repaso
Lezen + Luisteren
Verbos compañeros 1 (1-80) NL-SP
Persoonlijke voornaamwoorden
Hay, estar, ser
Presente regelmatig ww
Presente onreg ww (venir, cerrar, jugar, dormir, hacer, ir)
Wederkerende ww (reg + onreg)
Perfecto (reg + onreg)

Slide 6 - Tekstslide

Venir
Cerrar
Jugar
Dormir
Hacer
Ir
Tener
Ser
Querer

Slide 7 - Tekstslide

Roomname: 30092014

Slide 8 - Tekstslide

Voca
Werkwoorden:
Compañeros 1 

Slide 9 - Tekstslide

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Ezelsbruggetje 
naam + naam = zij (mv)
naam + ik = wij
naam + jij = jullie
jij + ik = wij

 --> let goed op of je mnl of vrl gebruikt

Slide 12 - Tekstslide

mannelijk/ vrouwelijk, enkelvoud meervoud
HAY, ESTAR, SER 

Slide 13 - Tekstslide

TOP 3: Hay/ser/estar (zijn)
Moet je een Spaanse  zin maken met 'zijn'? Volg altijd deze top 3 :

1. Hay (staat er letterlijk 'er is' of 'er zijn' in de zin?)

2. Estar (kun je 'zijn' vervangen door 'zich bevinden'?)

3. Ser (in de overige gevallen). 

Let op: je kunt je ook in een tijdelijke emotionele staat bevinden. Bijv. verdrietig, boos, verliefd etc. Ook dan gebruik je 'estar'.

Slide 14 - Tekstslide

HAY

Betekenis: er is/ er zijn 

(of in een vraagzin: zijn er/ is er)


- Heeft maar 1 vervoeging: Hay


Gebruik:
Als je een zin maakt waar in het Nederlands "ER IS/ ER ZIJN" wordt gezegd, wordt dit in het Spaans HAY 

- onbepaalde hoeveelheden (mucho/a, poco/a, demasiado/a, más, menos etc)
- getallen (hay 2 perros en el jardín)
- onbepaalde lidwoorden (un, una, unos, unas).


Slide 15 - Tekstslide

ESTAR
Betekenis: Zijn/zich bevinden
Gebruik: 
- plaatsbepaling
- gevoel, stemming, emotie
- fysieke toestanden 
- uiterlijkheid
- Burgelijke staat (getrouwd, gescheiden, overleden, etc.)

Slide 16 - Tekstslide

SER
Betekenis:  zijn
Gebruik
- vaste eigenschappen, bv lengte. 
- Identiteit (nationaliteit, geslacht, beroep en afkomst)

- Tijd, data, dagen en gebeurtenissen 

- Waarvan iets gemaakt is, 
- Iemand zijn eigendom

Maak DEZE opdracht om te oefenen met hay/estar/ser

Slide 17 - Tekstslide

Practicamos
  1. Bekijk de video en maak de opdrachten WW vervoegen: klik HIER
  2. Maak DEZE opdracht van ser/estar/hay
  3. Maak DEZE en DEZE opdracht voor het oefenen met wederkerende ww.

Slide 18 - Tekstslide

mannelijk/ vrouwelijk, enkelvoud meervoud
REGELMATIGE WERKWOORDEN 

eindigend op -AR, -ER en -IR

Slide 19 - Tekstslide


Verbos regulares
Regelmatige w.w.
Hablar 
spreken
Comer 
eten

Vivir 
slapen

Yo
Hablo
Como
Vivo
Hablas
Comes
Vives
Él, ella, usted
Habla
Come
Vive
Nosotros/ -as
Hablamos
Comemos
Vivimos
Vosotros /-as
Habláis
Coméis
Vivís
Ellos , ellas
ustedes
Hablan
Comen
Viven

Slide 20 - Tekstslide

Regels regelmatige ww AR, ER, IR:
  • Bij ww op -AR zit in de vervoeging altijd een A behalve bij YO
  • Bij ww op -ER zit in de vervoeging altijd een E behalve bij YO
  • Bij ww op -IR zit in de vervoeging ook een E, behalve bij nosotros (viv)imos) en vosotros (viv(ís) én natuurlijk bij YO

  • Het accent bij de vervoeging van vosotros staat :
  • op de A (-ar) >> habláis
  • op de E (-er) >> coméis
  • op de I (-ir) >> vivís
Maak DEZE opdracht om te oefenen met regelmatie ww

Slide 21 - Tekstslide

mannelijk/ vrouwelijk, enkelvoud meervoud
6 ONREGELMATIGE WERKWOORDEN 

Venir, cerrar, jugar, dormir, hacer, ir

Slide 22 - Tekstslide

Venir 
=komen
E>IE
Cerrar 
= sluiten
E >IE
Jugar 
= spelen
U>UE
Dormir 
= slapen
O>UE
Hacer 
= doen/ maken
Ir 
= gaan
Vengo
Cierro
Juego
Duermo
Hago
Voy
Vienes
Cierras
Juegas
Duermes
Haces
Vas
Viene
Cierra
Juega
Duerme
Hace
Va
Venimos
Cerramos
Jugamos
Dormimos
Hacemos
Vamos
Venís
Cerráis
Jugáis
Dormís
Hacéis
Vais
Vienen
Cierran
Juegan
Duermen
Hacen
Van
LET OP! Klinkerwisseling is niet bij nosostros en vosotros!

Slide 23 - Tekstslide

Hoe vervoeg je ww met klinkerwisseling?
Als voorbeeld nemen we dormir (o>ue)
  1. Neem de stam van het ww: DORMIR -> DORM--)
  2. Pas de vervoeging toe op de uitgang die voor regelmatige ww op -ir van toepassing is.
  3. Vervang bij in de stam DORM, de klinker -O door -UE.
  4. Bij nosotros en vosotros doe je dit niet! Daar blijft de klank een O;  dormimos, dormís

LET OP! Als er meerdere klinkers zitten in de stam, dan verandert de klinker in de 2e lettergreep dwz direct vóór de uitgang -ar, -er of -ir. Bijv. preferir (e>ie) 

Slide 24 - Tekstslide

Opdrachten
Klip op onderstaande opdrachten om te oefenen met onregelmatige werkwoorden:


Slide 25 - Tekstslide

mannelijk/ vrouwelijk, enkelvoud meervoud
WEDERKERENDE WERKWOORDEN (die eindigen op-SE)

Slide 26 - Tekstslide

Llamarse

Slide 27 - Tekstslide

mannelijk/ vrouwelijk, enkelvoud meervoud
Presente Perfecto 

Slide 28 - Tekstslide

-AR ->ADO            -ER/-IR -> IDO

Slide 29 - Tekstslide

Presente perfecto
1. Het voltooid deelwoord staat ALTIJD samen met het hulpwerkwoord HABER. Nooit uit elkaar!  HE hablado, HAS hablado, HA hablado, etc.

Ik heb gesproken met Juan, wordt: 
He hablado con Juan. 
Maar nooit: He con Juan hablado


2. Als het ww 2 klinkers naast elkaar heeft, bv LEER, TRAER, CAER. dan komt er een accentje op de í bij ído: LEER - leído, TRAER - traído, CAER - caído
 

Slide 30 - Tekstslide

Persente Perfecto met Wederkerende ww (-se)

1. SE verplaats je helemaal naar voren en verandert in : me, te , se, nos, os , se (afhankelijk van de gebruikte persoonsvorm)

2.  het hulpwerkwoord HABER (he, has, ha, hemos, habéis, han) blijft voor het voltooid deelwoord staan. 

LEVANTARSE
ME HE LEVANTADO





Slide 31 - Tekstslide

Perfecto (uitzonderingen)
abrir - abierto
decir - dicho
escribir - escrito
ir - ido
hacer - hecho
poner - puesto
ver - visto
volver - vuelto
romper - roto
ser - sido
morir - muerto
Maak DEZE opdracht om te oefenen met de Perfecto

Slide 32 - Tekstslide

Oefen de werkwoorden op verbuga.

Slide 33 - Tekstslide

Succes


Veel succes bij het leren voor dit SO!

Slide 34 - Tekstslide