§3 Feit, mening en argument

§3 Feit, mening en argument

blz. 96

1 / 10
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

§3 Feit, mening en argument

blz. 96

Werkvolgorde

  • Terugblik vorige les

  • Leerdoelen bespreken

  • Uitleg + video

  • Aan het werk (opdracht 1-6)

  • Afsluiting les


Terugblik vorige les

Waar ging het de vorige les over?


Welke dialecten hebben we behandeld?

Leerdoelen

Je leert in deze les:

  • je mening over een fragment uitleggen met een argument.

  • talen en dialecten in Nederland verkennen.

Uitleg

  • Een feit is een uitspraak over iets wat waar of onwaar is. Je kunt een feit controleren.

  • Bijvoorbeeld: Als je meer dan één taal spreekt, ben je meertalig. Je kunt de waarheid van deze uitspraak controleren. 

Uitleg

  • Een mening is wat iemand van iets vindt of hoe iemand ergens over denkt. Met een mening kun je het eens of oneens zijn. Je kunt een mening herkennen aan woorden als ik vind en volgens mij. Bijvoorbeeld: Ik vind Limburgs de allermooiste taal. 

Uitleg

  • Als je je mening over iets geeft, is het goed om ook uit te leggen waaróm je dat vindt. Maak je mening duidelijker met een argument (een reden) en gebruik daarbij woorden zoals omdat en want. Bijvoorbeeld: Ik vind Limburgs de allermooiste taal, omdat het me een thuisgevoel geeft.

Video uitleg

Aan het werk

  • Gezamenlijk opdracht 1,2en3 m.b.v. het digibord.


  • Zelfstandig maken opdracht 4,5 en 6.

Klaar?

  • nakijken

  • fouten verbeteren


Helemaal klaar?

  • puzzelen blz. 116-117

Evaluatie

  • Kun je vertellen wat je deze les hebt geleerd?

  • Wat is je bijgebleven wat een dialect?

  • hoe was je werkhouding?


Volgende les:

  • Creatieve taal