Bijvoegelijk Naamwoorden
Bijvoegelijk Naamwoorden
Bijvoegelijk naamwoord zegt iets over: Mensen, Dieren of Dingen!
1
2
3
4
Woorden met op het eind 1 klinker en daarna 1 medeklinker.
wit, dik, nat (etc)
Woorden met 2 dezelfde klinkers en 1 medeklinker op het eind.
groot, laag, hoog,
Woorden met twee klinkers (of ij) met daarna een s of f.
grijs, lief, stoer.
Woorden voor materialen
Wol, hout, steen (etc.)
Bijvoegelijk naamwoord NA het mens dier of ding = Zo kort mogelijk
De stoel is wit
Bijvoegelijk naamwoord VOOR het mens dier of ding = Langer
De witte stoel
1
Woorden met op het eind 1 klinker en daarna 1 medeklinker.
wit, dik, nat (etc)
Deze woorden krijgen 2 medeklinkers en 1 klinker (e)
witte -->
dikke -->
natte -->
witte
dikke
natte
2
Woorden met 2 dezelfde klinkers en 1 medeklinker op het eind.
groot, laag, hoog,
Deze woorden krijgen 1 medeklinkers en 1 klinker (e)
grote -->
lage -->
hoge -->
grote
lage
hoge
3
Woorden met twee klinkers (of ij) met daarna een s of f.
grijs, lief, wijs.
Bij deze woorden krijgt de s een Z en de f een V + 1 klinker (e)
grijze -->
lieve -->
wijze -->
grijze
lieve
wijze
4
Woorden voor materialen
Wol, hout, steen (etc.)
Deze woorden eindigen op +en
wollen -->
houten -->
stenen -->
wollen
houten
stenen
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
1. (lief) Het ……. kindje is buiten aan het spelen.
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
2. (rood) Ferrari staat bekend om de …… auto’s
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
3. (vol) Pas op dat je niet dat …… glas om laat vallen.
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
4. (rubber) Er komt veel lawaai van die ……. bal.
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
5. (stoer) Omdat zij motor rijdt vindt iedereen haar een …….. vrouw.
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
6. (glas) De winkel staat vol met …….. vazen.
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
7. (tof) Iedereen vindt hem een …… peer.
Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in
8. (kaal) Hij krijgt een aai over zijn …… bol.
1
2
3
4
Woorden met op het eind 1 klinker en daarna 1 medeklinker.
wit, dik, nat (etc)
Woorden met 2 dezelfde klinkers en 1 medeklinker op het eind.
groot, laag, hoog,
Woorden met twee klinkers (of ij) met daarna een s of f.
grijs, lief, wijs
Woorden voor materialen
Wol, hout, steen (etc.)
Deze woorden krijgen 2 medeklinkers en 1 klinker (e)
Deze woorden krijgen 1 medeklinkers en 1 klinker (e)
Bij deze woorden krijgt de s een Z en de f een V + 1 klinker (e)
Deze woorden eindigen op +en