Trouwen en scheiden vervolgles

Wie zou er ...
A
... willen trouwen later?
B
... niet willen trouwen later?
1 / 15
volgende
Slide 1: Quizvraag
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Wie zou er ...
A
... willen trouwen later?
B
... niet willen trouwen later?

Slide 1 - Quizvraag


Waarom wel/niet?

Slide 2 - Open vraag


Welke samenlevingsvormen
ken je?

Slide 3 - Open vraag

Samenlevingsvormen
- Huwelijk
- Geregistreerd partnerschap
- Samenwonen met samenlevingscontract 
- Samenwonen zonder samenlevingscontract



Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Welke argumenten hoorden jullie voor een gemeenschap van goederen en welke voor huwelijkse voorwaarden?

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Video

Voor welk van de drie opties zou jij kiezen? En waarom?

Slide 8 - Open vraag

Welke keuze bij een huwelijk raad je Charlene de Carvalho Heineken aan?
A
Gemeenschap van goederen
B
Beperkte gemeenschap van goederen
C
Huwelijkse voorwaarden
D
Niet trouwen

Slide 9 - Quizvraag

Wat hoort niet in onderstaand rijtje thuis?
A
Geregistreerd partnerschap
B
Trouwen in beperkte gemeenschap van goederen
C
Samenwonen met een notarieel samenlevingscontract
D
Trouwen onder huwelijkse voorwaarden

Slide 10 - Quizvraag

Henk en Petra willen graag dat ze elkaars bezittingen erven als een van beide overlijdt. Ze willen wel graag altijd zonder tussenkomst van een rechter kunnen scheiden. Momenteel hebben ze een samenlevingscontract. Moeten ze iets veranderen aan hun huidige samenlevingsvorm? Zo ja, wat moeten ze doen?
A
Nee, want ze zijn nu al automatisch elkaars erfgenaam via het samenlevingscontract
B
Nee, want als een van beide overlijdt, dan gaan de bezittingen altijd naar de kinderen
C
Ja, ze moeten een testament opstellen waarin ze elkaar als erfgenaam aanwijzen
D
Ja, ze moeten trouwen of een geregistreerd partnerschap sluiten.

Slide 11 - Quizvraag

Sies en Hilbert gaan scheiden. Beiden hebben een goede baan. Sies verdient € 6.600 bruto per maand en Hilbert verdient € 27.600 bruto per maand. Kan Sies in deze situatie aanspraak maken op partneralimentatie?
A
Neen, want Sies heeft een goed inkomen en kan makkelijk in haar levensonderhoud voorzien.
B
Ja, want Sies heeft altijd in relatief grote welvaart geleefd en valt nu met haar inkomen hierin sterk terug.

Slide 12 - Quizvraag

Na 30 jaar lief en leed te hebben gedeeld, besluiten Ans en Robbert hun huwelijk in beperkte gemeenschap van goederen te ontbinden. Robbert is 67 jaar, heeft precies 40 jaar gewerkt en gaat met pensioen. Wat krijgt Ans als Robbert met pensioen gaat?
A
Niets, want ze gaan scheiden
B
Ans krijgt 1/2 deel van het pensioen van Robbert
C
Ans krijgt 3/8 deel van het pensioen van Robbert

Slide 13 - Quizvraag

Jullie gaan uit elkaar. Welke stelling is NIET juist?
A
Bij een samenlevingscontract hoef je niet naar de rechter
B
Voor een echtscheiding moet je naar de rechter
C
Een geregistreerd partnerschap kun je altijd ontbinden zonder de rechter
D
Bij een samenlevingscontract gelden de afspraken die zijn vastgelegd

Slide 14 - Quizvraag

Bij scheiding of ontbinden partnerschap worden over 3 belangrijke zaken afspraken gemaakt. Welke hoort NIET in dit rijtje thuis
A
Het verdelen van bezittingen en schulden
B
Alimentatie (voor partner en kind)
C
Het verdelen van de pensioenrechten
D
Het verdelen van schooldiploma's en getuigschriften

Slide 15 - Quizvraag