H4 - T3 : BS5 speciale manieren van overerven

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
- herhaling
- monohybride kruising
- X-chromosomale kruising
- multipele allelen
- Letale factor
- Gekoppelde overerving
-mtDNA


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor type overerving is dit?
Een bruine labradorreu (bb) en zwartharige labradorteef (BB) krijgen 2 zwarte labradorpuppies.
A
monohybride
B
X-chromosomale
C
meerdere allelen
D
gekoppelde

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor type overerving is dit?

Bij fruitvliegjes is het allel voor een rode oogkleur Xa en een witte oogkleur XA.
A
monohybride
B
X-chromosomale
C
meerdere allelen
D
gekoppelde

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor type overerving is dit?
Een man met bloedgroep o verwekt een kind bij een vrouw met bloedgroep AB.
A
monohybride
B
X-chromosomale
C
meerdere allelen
D
gekoppelde

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke genotypen en fenotypen kan je hebben als je ouders IAIA en IBi hebben?
A
IAIAmetbloedgroepA
B
IAIBmetbloedgroepAB
C
IAiofIAIBmetbloedgroepAofAB
D
IBimetbloedgroepB

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een persoon heeft bloedgroep A.
Welk genotype heeft deze persoon in ieder geval NIET?
A
IAIA
B
IAi
C
IAIB

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de vrouw heeft bloedgroep A en de man heeft bloedgroep B. Ze krijgen een kind met bloedgroep 0. Wat zijn de genotypen van de ouders?
A
IAi en IBi
B
IAIA en IBi
C
IAi en IBIB
D
IAIB en ii

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek uit:
Kan deze eigenschap autosomaal overerven?
Kan deze eigenschap X-chromosomaal overerven?

A
wel autosomaal wel X- Chromosomaal
B
wel autosomaal niet X- chromosomaal
C
niet autosomaal wel X - chromosomaal
D
niet autosomaal niet autosomaal

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Letale factor
Een allel dat geen levensvatbaar individu oplevert als een genenpaar bestaat uit twee van zulke allelen.
Als beide ouders dezelfde letale factor bezitten, wordt een deel van de verwachte nakomelingschap niet geboren.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

d is een letaal allel bij cavia's. Je kruist cavia Dd met cavia Dd. Hoeveel % van de levend geboren jongen heeft genotype Pp?
timer
3:00

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Men kruist AABB x aabb. De genen erven gekoppeld over. De ligging van de genen in de chromosomen is juist weergegeven bij: (De strepen stellen chromosomen voor.)
A
B
C
D

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mitochondriaal DNA

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ziekte van Leber
Mitochondriaal DNA kan een overdraagbare ziekte veroorzaken. Dit kan gebeuren wanneer in een gen een mutatie plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de ziekte van Leber, een oogaandoening. De ziekte wordt overgedragen van moeder op kind.
De ziekte van Leber kan alleen worden overgedragen van moeder op kind.
Hoe kun je dit verklaren?

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Link

Deze slide heeft geen instructies

MULTIPELE ALLELEN:
De ouders van Bert hebben bloedgroep A en B; Bert heeft bloedgroep B. De ouders van Anneke hebben bloedgroep A en 0; Anneke heeft bloedgroep A. Bert en Anneke trouwen en krijgen samen een kind. Hoe groot is de kans dat hun kind bloedgroep B heeft?
A
25%
B
50%
C
75%
D
100%

Slide 37 - Quizvraag

Bert heeft bloedgroep B, dat betekent dat de ouder met bloedgroep A heterozygoot IAi moet zijn (anders had Bert wel een allel A gehad). Bert heeft het allel i geërfd van deze ouder, en heeft dus genotype IB i. Anneke heeft van de bloedgroep 0-ouder zeker i geërfd, van de andere ouder IA. Het gaat dus om deze kruising: IBi x IAi:

De kans op een bloedgroep B kind is dus 25%, IBi namelijk.
Een man en een vrouw, beiden met bloedgroep AB, krijgen een kind.

Welke bloedgroepen kan het kind hebben?
A
A
B
B
C
AB
D
O

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Letale factoren:
De manx is een staartloze kat. De eigenschap staartloos is het gevolg van het dominante gen A. Voor fokkers van dit ras doet zich het volgende probleem voor: homozygoot staartloze jongen zijn niet levensvatbaar. Ze sterven voor de geboorte. Het genotype van een levende staartloze kat is Aa.
Hoe groot is de kans op levende staartloze katten bij een kruising tussen 2 staartloze katten.
A
100 %
B
50 %
C
67 %
D
75 %

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een homozygoot zwart-ruwharig konijn wordt gekruist met een wit-gladharig konijn. De genen voor zwart en ruw zijn dominant.
Bij onderlinge voortplanting van individuen uit de F1 ontstaat een F2 waarin ongeveer 75% van de nakomelingschap zwart-ruwharig is.
Wat is het genotype van F1?
A
AaBb
B
AABB
C
AaBb of AABb
D
AABb

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies