Nederlands voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Werkwoorden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en voltooid deelwoord
1 / 5
volgende
Slide 1: Tekstslide
alle vakkenVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 5 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Werkwoorden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en voltooid deelwoord

Slide 1 - Tekstslide

Woordsoorten: Bijvoeglijk naamwoord

Slide 2 - Tekstslide

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Slide 3 - Tekstslide

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord


Voorbeelden: 

Ik heb de foto's vergroot (voltooid deelwoord ) 

De vergrote foto's ( gebruikt als bijvoeglijk naamwoord ) 


Ik heb koffie gezet (voltooid deelwoord)

De gezette koffie (gebruikt als bijvoeglijk naamwoord)

Slide 4 - Tekstslide

Sterke werkwoorden veranderen van klank als ze van tijd veranderen.
Ik zwem, ik zwom

 Een zwak werkwoord is te zwak om van klank te veranderen.

Een sterk werkwoord is sterk genoeg om van klank te veranderen.
 



Slide 5 - Tekstslide