Het klimaatsysteem (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Examentraining

Het klimaatsysteem: zo pak je examenvragen aan

Wolkenband van de ITCZ boven de Atlantische Oceaan, satellietbeeld juli 2010

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: klimaatgrafieken lezen, klimaat verklaren met luchtdruk en wind, klimaatgebieden relateren aan zeestromen en wisselen tussen schaalniveaus.

Onderdelen in deze les

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Examentraining

Het klimaatsysteem: zo pak je examenvragen aan

Wolkenband van de ITCZ boven de Atlantische Oceaan, satellietbeeld juli 2010

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: NOAA Environmental Visualization Lab / Wikimedia Commons, publiek domein

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Wat ga je kunnen?

Ik kan klimaatgrafieken lezen, klimaatgebieden verklaren met lucht- en zeestromen en wisselen tussen ruimte- en tijdschalen.

Deze slide heeft geen instructies

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat voor vraag is het? Beschrijf, verklaar of beredeneer

  • 2. Kijk: welke breedte, welk halfrond, welke maand? Ligt het aan zee of midden op een continent?

  • 3. Koppel: welk systeem speelt mee? ITCZ, hoge druk, passaat, moesson of zeestroom

  • 4. Schrijf: een keten van oorzaak naar gevolg, met het begrip erin

Deze slide heeft geen instructies

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 1: klimaatgrafiek lezen

  • Een klimaatgrafiek toont per maand de temperatuur (lijn) en de neerslag (staven)

  • Kijk eerst naar de koudste en warmste maand: dat geeft de hoofdletter van Köppen

  • Is het warmst in januari? Dan ligt het station op het zuidelijk halfrond

  • Zoek daarna de natte en droge maanden: f, s, w of m

Deze slide heeft geen instructies

Koudste maand 3 °C, warmste 17 °C, elke maand 50-80 mm. Welk klimaat?

A

Dfb, landklimaat met koele zomer

B

Csb, gematigd met droge zomer

C

Cfb, gematigd zeeklimaat

D

BSk, koud steppeklimaat

Koudste maand tussen -3 en 18 °C: C. Neerslag het hele jaar: f. Warmste maand onder 22 °C: b. Verwachte fout: Dfb, omdat 3 °C koud lijkt; de grens voor D ligt bij -3 °C.

Januari 27 °C, juli 21 °C, regen in december-maart. Verklaar dit patroon.

Goed antwoord: het is het warmst in januari, dus het station ligt op het zuidelijk halfrond (tropen). In december-maart staat de zon daar hoog en ligt de ITCZ zuidelijk, boven het station: opstijgende lucht geeft regen. In juli ligt de ITCZ noordelijk en ligt het station onder hogere druk: droog. Verwachte fout: alleen het halfrond noemen zonder de ITCZ.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 2: verklaren met luchtdruk en wind

  • Een verklaring is een keten: zon, dan luchtdruk, dan wind of regen

  • Opstijgende lucht geeft regen, dalende lucht maakt het droog

  • Noem het systeem bij naam: ITCZ, subtropische hoge druk, passaat of moesson

  • Let op het seizoen: de ITCZ verschuift met de zon

Zandduinen van Erg Chebbi in de Sahara, Marokko, 2021

Image credit: Thomas Fuhrmann / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

In Dakar (15° NB) valt de regen vooral van juli tot september. Waarom?

A

De ITCZ ligt dan het noordelijkst

B

De noordoostpassaat is dan het sterkst

C

De subtropische hoge druk ligt er dan

D

De koude Canarische stroom is dan zwak

In de noordelijke zomer schuift de ITCZ boven West-Afrika tot voorbij 15 graden noord: opstijgende lucht geeft regen. De rest van het jaar ligt Dakar onder invloed van de droge noordoostpassaat en de hoge druk. Verwachte fout: de koude zeestroom, die verklaart juist de droogte.

Leg uit waarom het in de Sahara zo weinig regent.

Goed antwoord: de Sahara ligt rond 20-30 graden onder de subtropische hogedrukgordel. Daar daalt lucht (uit de Hadleycel) die opwarmt, waardoor de relatieve luchtvochtigheid daalt en er geen wolken ontstaan. De noordoostpassaat komt over land en is droog. Verwachte fout: 'het is er heet' als oorzaak noemen; hitte is een gevolg, geen verklaring voor droogte.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 3: klimaat en zeestromen relateren

  • Zoek op de kaart welke zeestroom langs de kust loopt: warm of koud?

  • Koude zeestroom: lucht koelt af, stabiel, mist maar weinig regen

  • Warme zeestroom: zachte winters en meer neerslag

  • Combineer met de wind: waait de wind van zee naar land of andersom?

Reine op de Lofoten (Noorwegen, 68° NB) in de winter, met open, ijsvrij water

Image credit: Mike Jensen / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

Verklaar waarom Bergen (60° NB) mildere winters heeft dan Labrador (56° NB).

Goed antwoord: langs Noorwegen stroomt de warme Noord-Atlantische stroom; de westenwinden brengen die zachte zeelucht naar Bergen. Langs Labrador stroomt de koude Labradorstroom en de westenwind komt daar van het koude Noord-Amerikaanse continent. Verwachte fout: alleen de zeestroom noemen zonder de windrichting.

Welk gebied is een kustwoestijn door een koude zeestroom?

A

De Gobi midden in Azië

B

De Namib langs de Benguelastroom

C

De Sahel ten zuiden van de Sahara

D

Het Amazonegebied langs de Atlantische kust

De Namib (Namibië) ligt langs de koude Benguelastroom, net als de Atacama langs de Humboldtstroom. De Gobi is droog door de ligging midden op het continent en de afstand tot zee. Verwachte fout: de Gobi, omdat die ook een woestijn is.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 4: schaalniveaus wisselen

  • Het klimaatsysteem werkt op verschillende ruimteschalen: mondiaal, continentaal, regionaal

  • En op verschillende tijdschalen: een seizoen, een jaar, eeuwen

  • Mondiaal: drukgordels. Continentaal: moesson. Regionaal: regenschaduw achter een gebergte

  • Examenvragen vragen vaak: welk proces werkt op welke schaal?

De Atacamawoestijn in Chili, 2016

Image credit: Diego Delso / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welk proces werkt op de langste tijdschaal?

A

De wisseling van zomer- en wintermoesson

B

De verschuiving van de ITCZ per seizoen

C

Een hogedrukgebied boven de Sahara

D

De rondgang van de thermohaliene circulatie

De thermohaliene circulatie heeft honderden tot ongeveer duizend jaar nodig voor een volledige ronde. Moesson en ITCZ wisselen per seizoen. Verwachte fout: de hoge druk boven de Sahara, omdat die er altijd is; maar dat is een toestand, geen proces met een lange cyclus.

Beschrijf hoe de Himalaya de zomermoesson in India beïnvloedt.

Goed antwoord: de vochtige zuidwestmoesson wordt tegen de Himalaya gedwongen op te stijgen, koelt af en geeft stijgingsregen aan de zuidkant; achter het gebergte (Tibet) is het droog. Dat is een regionale invloed op een continentaal windsysteem. Verwachte fout: zeggen dat de Himalaya de moesson veroorzaakt; de oorzaak is de verschuiving van de drukgebieden.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Klimaatgrafiek lezen

2

Verklaren met luchtdruk

3

Zeestromen en klimaat

4

Schaalniveaus wisselen

Bespreek het meest gekozen vraagtype nog een keer met een examenvraag uit een oud examen.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Tips voor op het examen

  • Kijk bij een klimaatgrafiek eerst naar de warmste maand: januari of juli? Zo weet je het halfrond

  • Bij 'verklaar' schrijf je een keten: zon, luchtdruk, wind, regen

  • Een windrichting noem je naar waar de wind vandaan komt

  • Koude zeestroom betekent droog aan de kust, niet koud weer overal

  • Gebruik de syllabusbegrippen letterlijk: ITCZ, corioliseffect, diepwaterpomp

Deze slide heeft geen instructies