KLIMAAT · NL EN SPANJE
Examentraining
Klimaat en landbouw: zo pak je examenvragen aan
Plastic kassen bij El Ejido, Almería (Spanje), 2021
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Examentraining
Klimaat en landbouw: zo pak je examenvragen aan
Plastic kassen bij El Ejido, Almería (Spanje), 2021
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: kallerna / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Wat ga je kunnen?
Ik kan klimaatgrafieken lezen, de waterbalans berekenen en klimaat koppelen aan landbouw in examenvragen.
Deze slide heeft geen instructies
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag? Beschrijven, verklaren of berekenen?
2. Bekijk: de bron. Lees titel, eenheden (°C, mm) en de legenda.
3. Zoek: de gegevens die je nodig hebt en schrijf ze op.
4. Schrijf: je antwoord met een oorzaak en een gevolg: daardoor, dus.
Deze slide heeft geen instructies
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Vraagtype 1: klimaatgrafiek lezen
De lijn geeft de temperatuur per maand (°C), de staven de neerslag per maand (mm).
Jaartemperatuurverschil = warmste maand min koudste maand.
Klein verschil en neerslag het hele jaar: zeeklimaat. Groot verschil: landklimaat.
Droge zomer en natte winter: Middellandse Zeeklimaat.
Laat leerlingen altijd eerst de eenheden op de assen lezen. Veelgemaakte fout: de jaarneerslag aflezen van één staaf in plaats van alle maanden op te tellen.
Jan 12 °C, juli 26 °C, juli 1 mm, dec 90 mm neerslag. Welk klimaat?
Middellandse Zeeklimaat
Gematigd zeeklimaat
Landklimaat
Hooggebergteklimaat
Goed: droge, hete zomer en natte winter met een zachte januari. Verwachte fout: landklimaat, omdat het warm is. Een landklimaat heeft juist koude winters. Alleen KB en GL/TL.
Madrid: januari 6 °C, juli 26 °C. Bereken het jaartemperatuurverschil.
Goed: 26 min 6 = 20 graden. Dat is groot en past bij een landklimaat (ver van zee). Verwachte fout: 26 + 6 = 32 of het gemiddelde uitrekenen.
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Vraagtype 2: waterbalans berekenen
Formule: (neerslag min verdamping) plus (aanvoer min afvoer).
Reken eerst de twee haakjes uit, tel ze daarna op.
Positief: wateroverschot, dus drainage nodig. Negatief: watertekort, dus irrigatie nodig.
Let op mintekens: een negatief getal plus een positief getal kan nog steeds negatief zijn.
Alleen KB en GL/TL. Laat leerlingen de formule bovenaan hun blaadje schrijven en de getallen er één voor één in zetten.
Neerslag 300, verdamping 900, aanvoer 100, afvoer 50 mm. Waterbalans?
+550 mm
-650 mm
-450 mm
-550 mm
Goed: (300 - 900) + (100 - 50) = -600 + 50 = -550 mm, een watertekort. Verwachte fouten: -650 (aanvoer en afvoer omgedraaid), -450 (aanvoer en afvoer allebei opgeteld), +550 (minteken vergeten).
Een gebied heeft een waterbalans van +300 mm. Wat moeten boeren doen?
Goed: er is een wateroverschot, dus het water moet worden afgevoerd met drainage (sloten, drains, gemalen). Verwachte fout: irrigatie noemen, omdat leerlingen 'water' en 'irrigatie' koppelen.
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Vraagtype 3: klimaat en bodemgebruik
Vraag jezelf af: hoeveel neerslag valt er, en wanneer?
Veel neerslag het hele jaar: gras, dus veeteelt. Zoals in Nederland en Noord-Spanje.
Droge zomers: olijven, druiven en graan, of irrigatie voor groenten en fruit.
Noem in je antwoord altijd het klimaatkenmerk én het gewas of dier.
Koeien in de wei in Villaverde, Cantabrië (Noord-Spanje), 2011
De foto toont koeien in Cantabrië in Noord-Spanje: daar is het groen door het zeeklimaat, net als in Nederland. Een mooi voorbeeld dat niet heel Spanje droog is. Image credit: Javier Mediavilla Ezquibela / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Waarom zie je in Noord-Spanje veel koeien op groene weides?
Het is daar in de zomer heel heet en droog
Er valt daar het hele jaar genoeg regen
De boeren irrigeren daar alle weides
Er is daar een steppeklimaat met veel gras
Goed: het noorden heeft een gematigd zeeklimaat door de westenwinden, en het Cantabrisch Gebergte vangt de regen op. Verwachte fout: steppeklimaat, omdat daar ook gras groeit; maar steppe is juist droog. Alleen KB en GL/TL.
Leg uit waarom olijfbomen goed groeien in Zuid-Spanje.
Goed: olijfbomen kunnen tegen droogte en hitte, en het Middellandse Zeeklimaat heeft hete, droge zomers. Verwachte fout: alleen 'omdat het warm is', zonder de droogte te noemen. Alleen KB en GL/TL.
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Vraagtype 4: NL en Spanje vergelijken
Een vergelijkvraag vraagt een verschil of een overeenkomst, voor beide gebieden.
Schrijf het zo: in Nederland ..., terwijl in Spanje ...
Een verklaring noemt een klimaatfactor: ligging aan zee, breedteligging, hoogte of het windsysteem.
Twee gebieden, één kenmerk: dan heb je een vergelijking.
Skigebied Pradollano in de Sierra Nevada, augustus 2010
Eindterm 5.4 vraagt KB en GL/TL verschillen en overeenkomsten te beschrijven en verklaren. De foto laat het skigebied in de Sierra Nevada in de zomer zien: ook in Zuid-Spanje kun je in de winter skiën, door de hoogte. Veelgemaakte fout: alleen over één land schrijven. Image credit: Jebulon / Wikimedia Commons, publiek domein
Waarom kun je in de Sierra Nevada skiën, maar in Nederland bijna nooit?
De Sierra Nevada ligt veel hoger
Spanje ligt verder van de evenaar
In Spanje waaien de westenwinden sterker
In Nederland valt minder neerslag
Goed: de temperatuur daalt met de hoogte (hooggebergteklimaat). Verwachte fout: 'Spanje ligt verder van de evenaar', maar het ligt juist dichterbij. Alleen KB en GL/TL.
Noem een verschil in het werk van boeren in Nederland en Spanje en verklaar het.
Goed: Nederlandse boeren voeren water af (drainage) door het neerslagoverschot, Spaanse boeren voeren water aan (irrigatie) door het watertekort in de zomer. Ook goed: melkvee tegenover olijven, met het klimaat als verklaring. Verwachte fout: geen verklaring geven.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Klimaatgrafiek lezen
Waterbalans berekenen
Klimaat en bodemgebruik
Nederland en Spanje vergelijken
Deze slide heeft geen instructies
KLIMAAT · NL EN SPANJE
Tips voor op het examen
Lees bij een klimaatgrafiek eerst de eenheden: °C bij de lijn, mm bij de staven.
Schrijf bij de waterbalans de formule op en zet de haakjes eromheen.
Beschrijven is wat je ziet, verklaren is waarom: gebruik daardoor of omdat.
Vergelijken is altijd twee gebieden noemen, niet één.
Drainage voert water af, irrigatie voert water aan.
Deze slide heeft geen instructies