Les 2 - 5 havo - periode 2

Welkom!
Als de timer is afgelopen heb je...
  • Tas op de grond
  • Leer- en opdrachtenboek op tafel
  • Telefoon in je tas of telefoontas
timer
3:00
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Als de timer is afgelopen heb je...
  • Tas op de grond
  • Leer- en opdrachtenboek op tafel
  • Telefoon in je tas of telefoontas
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Telefoon in telefoontas of eigen tas

Slide 2 - Tekstslide

Startopdracht

  • Wat?  Maken stencil startopdracht.
  • Klaar? Doornemen H2
timer
8:00

Slide 3 - Tekstslide

Bespreken startopdracht 

Slide 4 - Tekstslide

Vandaag

Slide 5 - Tekstslide

Programma 
  • Herhalingsvragen: 2.1
  • Bespreken Huiswerkopdrachten: Introductie + 2.1
  • Aantekening 2.2: platentektoniek en aardbevingen

Slide 6 - Tekstslide

Herhalingsvragen
  1. Wat zijn endogene processen?
  2. Wat is de reden dat de oceanische korst lager ligt dan de continentale korst?
  3. Er zijn drie verschillende plaatgrenzen. Noem deze soorten grenzen en beschrijf de beweging van de platen.

Slide 7 - Tekstslide





Wat is plaattektoniek?
Hoe kan plaattektoniek worden aangetoond?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Huiswerk bespreken: 
Introductie: opdr. 1,3,5 & paragraaf 2.1 opdr. 1,3,6. 

Slide 10 - Tekstslide

§2.2




  • Welke drie soorten plaatgrenzen onderscheiden we? Welke bewegingen maken deze platen?

  • Bij welke soort plaatgrenzen komen de meeste aardbevingen voor? Waarom juist daar?

  • Verklaar waarom de golf van een tsunami pas bij de kust echt hoog wordt.



Slide 11 - Tekstslide

Theorie §2.2 


Platentektoniek en aardbevingen

Slide 12 - Tekstslide

Opbouw van de aarde
Even terug naar de les van vorige week!

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

- Continenten passen in elkaar (platentektoniek)
- Planten en dieren migreerden tussen de verschillende gebieden, door fossielen is de geschiedenis te reconstrueren.


Maar: niemand geloofde hem!



Bewijs van Alfred Wegener:

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

De kern
  • Afstand aardkorst -> binnenkern (6400 km) 

  • Kern = natuurlijke kernreactor die warmte produceert

  • Bestaat grotendeels uit ijzer

Slide 17 - Tekstslide

Maar hoe weten we dit (zeker)?
  • Dieper dan 10 km boren onmogelijk

  • Aardbevingstrillingen geven ons informatie over de interne aarde

Slide 18 - Tekstslide

Al deze platen kunnen onderverdeeld worden in twee soorten: continentale en oceanische platen.

Wat is het verschil?

Continentale plaat:  deze platen zijn heel breed, ouder liggen voornamelijk boven zee maar zijn wel lichter. Gesteente: graniet, lagere dichtheid

Oceanische plaat: deze platen zijn dunner, jonger, hier ligt vooral water op maar zijn wel zwaarder.  Gesteente: basalt, hogere dichtheid


Oceanic crust: oceanische plaat
Continental crust: continentale plaat

Slide 19 - Tekstslide

Platentektoniek
Platentektoniek is het bewegen van platen. Bij breuklijnen en op de randen van aardplaten treden bewegingen op, als volgt:
  1. Divergente plaatbewegingen            van elkaar af
  2. Convergente plaatbewegingen        naar elkaar toe
  3. Transforme / transversaal  plaatbewegingen      langs elkaar

Slide 20 - Tekstslide

Waarom bewegen platen?

1. Platen worden aangedreven door convectiestroming 
2. Opstijgende magma duwt de aardkorst uit elkaar
3. De zware wegduikende oceaanbodem trekt de rest van de plaat mee

Slide 21 - Tekstslide

Convergente beweging: 
Platen bewegen naar elkaar toe
3 manieren:
  1. Twee continentale platen botsen: Plooiingsgebergte
  2. Een oceanische en continentale plaat botsen: Subductie
  3. Twee oceanische platen botsen: Subductie
Plooiing
Als 2 continentale platen botsen, gaan ze plooiien (oftewel kreukelen) Er onstaat een gebergte.
Gebergten zoals de Alpen ontstaan op deze manier. Er kunnen zware aardbevingen onstaan bij deze beweging.
Subductie
Bij subductie verdwijnt de zware oceanische plaat onder de lichtere continentale plaat. De oceanische plaat smelt wanneer deze weer in de mantel komt.
Bij deze beweging onstaan gebergten zoals de Andes. Deze beweging kan zware aardbevingen veroorzaken. Een ander kenmerk is dat er vulkanen ontstaan bij deze beweging.
Diepzeetrog
Een diepzeetrog is de plek waar de oceanische korst onder de continentale korst verdwijnt. 
Dit is een hele diepe plek in de oceaan. De diepste diepzeetrog is de Marianentrog, vlakbij Japan. Die trog is ongeveer 11 kilometer diep.

Slide 22 - Tekstslide

 Terug naar de aantekening in je schrift van vorige week.

Slide 23 - Tekstslide

Diepzeeverschijnselen: 
twee vormen

Slide 24 - Tekstslide

1. Mid-oceanische rug


Een voorbeeld van een mid-oceanische rug is de Mid-Atlantische rug in de Atlantische Oceaan. De mid-oceanische ruggen spelen een belangrijke rol in het proces van platentektoniek. Bij de ruggen bewegen verschillende tektonische platen van elkaar af. Het gevolg is dat er een ruimte ontstaat tussen de platen, deze ruimte zal worden opgevuld door magma uit de asthenosfeer (de laag in de Aarde onder de lithosfeer). De magma zal aan het oppervlak stollen, waardoor hier nieuwe oceanische lithosfeer zal worden gevormd. Dit zorgt ervoor dat op mid-oceanische ruggen veel vulkanisme voorkomt.

Slide 25 - Tekstslide

2. Diepzeetroggen
Diepzeetroggen zijn super diepe inzinkingen van de zeebodem. Troggen bevinden zich altijd langs plaatgrenzen. Er moet sprake zijn van een convergente beweging, waarbij twee platen naar elkaar toe bewegen. Hier zal dus één plaat onder de andere duiken en afsmelten, dit noem je subductie.

Slide 26 - Tekstslide

Ontstaan aardbevingen
- Langs elkaar schuren van platen:
- Zeer heftige aardbevingen door langdurige spanningsopbouw
  • transform / transversaal
  • convergent - subductie


Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Gevolgen
  • Aardbeving: aardverschuiving
  • Zeebeving: tsunami

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

0

Slide 31 - Video

Hoe ontstaat een tsunami?

1. Er ontstaat een aardbeving die water omhoogdrukt.
2. De golf (die dan nog klein is) gaat richting de kust 
3. De zeebodem wordt ondieper en hoe dichter je bij de kust komt.
4. Het water trekt zich terug van de kust
5. Het water wordt omhoog gestuwd en er ontstaat een enorme golf, een tsunami.

Slide 32 - Tekstslide

Aan de slag: individueel uitwerken (Zs)
1. Maak Introductie 2.2: opdr. 1, 3,4,5,6.
2. Klaar? Leren H2


timer
15:00

Slide 33 - Tekstslide

Reflecteren
  • Welke drie soorten plaatgrenzen onderscheiden we? Welke bewegingen maken deze platen?
  • Bij welke soort plaatgrenzen komen de meeste aardbevingen voor? Waarom juist daar?
  • Verklaar waarom de golf van een tsunami pas bij de kust echt hoog wordt.

Slide 34 - Tekstslide