BLS/ALS Richtlijnen 2025 + 4H's/4T's

Quiz

Richtlijnen BLS en ALS 2025

4 H's en 4 T's

1 / 47
volgende
Slide 1: Slide
newEditorExcelBeroepsopleiding

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Quiz

Richtlijnen BLS en ALS 2025

4 H's en 4 T's

Inhoud


  1. Nieuwe richtlijnen BLS

  2. Nieuwe richtlijnen ALS

  3. 4 H's en 4 T's

Nieuwe richtlijnen BLS

Wat is de maximale onderbreking van compressies voor de beademingen?

A

10 seconden

B

5 seconden

Wat is waar? Als je alleen bent en je moet een slachtoffer reanimeren:

A

Haal je geen AED op, want dat is verlies van tijd.

B

Bel je hulp, en wacht je tot een burgerhulpverlener een AED komt brengen.

C

Haal je een AED als die binnen 1 minuut beschikbaar is.

D

Alle antwoorden zijn onjuist

Wanneer verplaats je een patient naar een harde ondergrond?

A

Gelijk, er moet goede kwaliteit van de compressies plaatsvinden.

B

Het heeft geen prioriteit, maar heb wel aandacht voor de diepte van de compressies bij een zachte ondergrond.

C

Je hoeft helemaal niet te verplaatsen

D

Alle antwoorden zijn onjuist

Wat doe je bij een slachtoffer die buiten bewustzijn is maar bij controle wel ademhaling heeft?

A

Stabiele zijligging

B

Zijligging

C

Hoofdkantel-kinliftmethode (chinlift)

D

Alle antwoorden zijn goed

Veranderingen in de richtlijnen BLS

• Extra aandacht voor vroegtijdige herkenning van een circulatiestilstand en alarmeren. Dus vroegtijdig hulp inschakelen bij symptomen van hartinfarct/onwel worden.

• Streef naar maximaal vijf seconden onderbreken van de borstcompressies.


• Directe beschikbaarheid van de AED is veranderd naar “binnen één minuut beschikbaar”.


• Verplaatsen naar een harde ondergrond heeft geen prioriteit.


  • Geen zijligging meer toepassen, maar rugligging met hoofdkantel-kinliftmethode bij bewusteloosheid waarbij duidelijk een normale ademhaling aanwezig is. Bij neiging tot braken snel op de zij draaien.

Nieuwe richtlijnen ALS

Wanneer moet je de AED overzetten op onze Zoll-defibrillator?

A

Direct als we aankomen als reanimatieteam

B

Je wacht nog 1 check van de AED af en daarna zet je hem over.

Wat doen we bij refractair VF (VF dat aanhoudt na vier opeenvolgende schokken)?

A

Schokken met hogere energie geven

B

Elektroden in alternatieve positie aanbrengen

Wanneer defibrilleer je bij VF?

A

Altijd, ongeacht de amplitude

B

Alleen bij hoge amplitude VF

Veranderingen in de richtlijnen ALS

  • Directe overname van de AED naar de manuele defibrillator tenzij er net een ritmecheck gedaan wordt door de AED.

  • Correcte positie defipads cruciaal voor effectieve defibrillatie. Plaatsing anterolateraal: rechts parasternaal subclaviculair + links midaxillair onder de oksel.

  • Vectorverandering bij refractair VF (VF dat aanhoudt na vier opeenvolgende schokken): na vierde schok aanbrengen elektroden in alternatieve positie (bijv. anteroposterieur i.p.v. anterolateraal).

  • Defibrilleer altijd bij VF ongeacht de amplitude

Veranderingen in de richtlijnen ALS

  • Defipads elke 24 uur vervangen om optimale werking en betrouwbaarheid tijdens reanimatie te borgen.


  • Met één set kan kan 20 keer worden gedefibrilleerd. Daarna dienen de pads vervangen te worden.


  • Meer nadruk op masker-ballonbeademing middels 4-handentechniek: verzekert beste afdichting masker met de minste kans op luchtlekkage. Synchronisatie met borstcompressies in 30:2 verhouding  gegarandeerd.

Veranderingen in de richtlijnen ALS

  • Uitbreiding en veranderingen bij reanimaties in bijzondere omstandigheden, komen we zo op terug bij 4H's/4T's en speciale omstandigheden.

  • Sedatie bij een slachtoffer dat tijdens reanimatie bij bewustzijn komt maar geen ROSC heeft

4 H's en 4T's

Nieuwe richtlijnen


4 H's en 4T's

Wat benadrukken de richtlijnen 2025 m.b.t. het hypoxisch arrest?

A

Compressies zijn ondergeschikt aan de beademingen

B

Meer compressie-onderbrekingen is toegestaan om te intuberen

C

Snellere herkenning van hypoxie

D

O₂ toedienen is niet nodig

Hypoxie

Klinische verschijnselen voorafgaand aan arrest

  • Voorafgaand aan arrest: gasping/apneu, cyanose, lage SpO₂, verminderd bewustzijn

Behandeling

  • Luchtweg vrijmaken (Check de A/tube/trach

  • 100% O₂, effectieve ventilatie

  • Behandelen onderliggende oorzaak (aspiratie, COPD‑exacerbatie, trauma, verdrinking)

Richtlijnen 2025 benadrukken:

  • Snellere herkenning van hypoxie als oorzaak van reanimatie

  • Sterkere focus op zo min mogelijk compressie‑onderbrekingen, zelfs bij luchtweginterventies (algemene ALS‑wijziging).

Wat heeft prioriteit in de behandeling van een reanimatiepatiënt o.b.v. hypovolemie door bloedverlies?

A

Bron van bloeding stoppen

B

Intravasculaire vulling

C

Medicatie voor pijnverlichting

D

Thoraxcompressies

Hypovolemie

Klinische verschijnselen voorafgaand aan arrest

Tachycardie → bradycardie eindstadium / hypotensie / koude, bleke huid / snelle, zwakke pols

Behandeling

  • Bron van bloeding stoppen (trauma, Tr. digestivus bloeding, aneurysma)

  • Intravasculaire vulling, bloedproducten bij hemorragische shock

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • Meer aandacht voor trauma‑gerelateerde circulatiestilstand en snelle differentiatie tussen “hypovolemische” en “niet‑hypovolemische” PEA in Special Circumstances.

  • Intravasale volume aanvullen met vocht en bloedproducten (evt. massale bloedtransfusie protocol). Onderliggende oorzaak behandelen.


Wat is eerste keuze in de behandeling bij hyperkaliëmie tijdens de ALS?

A

50 ml Natriumbicarbonaat 8,4 %

B

10 EH insuline in 50 ml glucose 50%

C

30 ml calciumgluconaat 10%

D

Dialyse

Wat wordt gebruikt voor kaliumshift?

A

Insuline-glucose

B

Calciumgluconaat

Hypo-/hyperkaliëmie & elektrolytstoornissen

Klinische verschijnselen voorafgaand aan arrest

ECG‑veranderingen, aritmieën / spierzwakte

Behandeling

  • Hyperkaliëmie >6.0mmol/L: calciumgluconaat i.v. 10% 30ml (stabiliseren celmembraan), insuline‑glucose (10IE en 50ml gluc 50%, kaliumshift naar intracellulair), bicarbonaat (bij ernstige acidose), dialyse

  • Hypokaliëmie <3,5mmol/L: kaliumsuppletie 20mmol/h, snellere toediening bv 2mmol/min gedurende 10min kan nodig zijn

  • Continue ECG‑monitoring

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • In “Special Circumstances” staat meer expliciete aandacht voor metabole oorzaken bij comorbide patiënten (CKD, intoxicaties).

Wat is geen behandeling bij een Temp <30°C in de ALS?

A

Maximaal 3x defibrilleren

B

Geen medicatie nodig

C

1x adrenaline

D

Thoraxcompressies en beademingen

Wat is belangrijk bij T 30-35°C?

A

Tijdsintervallen medicatie 2x zo lang

B

Geen medicatie geven

C

Alleen adrenaline geven

D

Alleen amiodaron geven bij VF

Hypothermie

Klinische verschijnselen voorafgaand aan arrest

  • Lage kerntemperatuur, bradycardie, verlaagd bewustzijn

  • Hogere drempel voor VF

Behandeling

  • T <30°C = 1x adrenaline (nieuw!). Max 3x defibrilleren. Defibrillatie mogelijk beperkt effectief.

  • T 30-35°C = tijdsintervallen medicatie 2 x zo lang.

  • Actieve/passieve opwarming. Reanimatie tot adequate temperatuur bereikt

Wijziging 2025

  • In 2025 meer nadruk op “reanimatie verlengen bij ernstige hypothermie” → “no one is dead until warm and dead”.

  • Binnen ERC explicieter: overweeg ECMO (ECPR) bij ernstige hypothermie.


Tot welke temperatuur gaan we koelen tijdens de ALS met hyperthermie?

A

< 38.5 ℃ graden

B

< 39 ℃ graden

C

< 40 ℃ graden

D

Tot normaal neurologisch beeld en/of lichaamstemperatuur < 39.0 ℃ graden

Slide titel

Werkwijze koelen met handdoeken en ijswater. 

  1. Ontdoe het slachtoffer van zoveel mogelijk kleding (met uitzondering van onderkleding). 

  1. Constante ABCDE monitoring 

  1. Meng het water met de ijsblokjes in de koelbox/tas (verhouding 1/3 ijs en 2/3 water, via AWN/restaurant) 

  1. Doordrenk de handdoek met ijswater en leg deze in onderstaande volgorde over de patiënt: 

Handdoek 1, rondom hoofd/hals patiënt (gelaat vrij houden), 2 borstkas , 3 arm links, 4 arm rechts, 5 been links, 6 been rechts

Zorg dat elke twee minuten de handdoeken opnieuw worden gedrenkt in ijswater en op het lichaam van de zorgvrager worden teruggeplaatst. 

Ga net zolang door met koelen totdat de situatie is genormaliseerd (normaal neurologisch beeld en/of lichaamstemperatuur < 39.0 ℃ graden). Houd rekening met langdurig koelen. 

NB Zorg ervoor dat de primary survey van de patiënt het actieve koeling van de patiënt niet hindert 

Hyperthermie

Klinische verschijnselen voorafgaand aan arrest

  • Verhoogde lichaamstemperatuur (vaak > 40 °C)

  • Warme, droge huid of juist zweten bij inspanning

  • Tachycardie en hypotensie

  • Verwardheid, agitatie, insulten of verminderd bewustzijn, misselijkheid, braken


Behandeling

  • Actief koelen (ontkleden patiënt, sprayen lauw water, icepacks op plekken waar grote vaten lopen zoals oksels, liezen en nek, handdoeken met (ijs)water over het gehele lijf en elke 2 minuten wisselen, coolgard, koude IV vloeistoffen of ECMO).


Wat zijn klinische verschijnselen van een spanningspneumothorax?

A

Hoge CVD, unilateraal geen ademgeruis

B

Lage CVD, unilateraal geen ademgeruis

C

Hypertensie, tracheadeviatie

D

Hypotensie, trachea in midline

Waar wordt een dikke naald/venflon geprikt wanneer je een spanningspneumothorax wilt ontlasten?

A

1e intercostaal ruimte midclaviculair

B

2e intercostaal ruimte midclaviculair

C

3e intercostaal ruimte midclaviculair

D

4e intercostaal ruimte midclaviculair

Tension pneumothorax

Klinische verschijnselen

  • Unilateraal geen ademgeruis

  • Hypotensie

  • Verhoogde CVD (laat)

  • Tracheadeviatie (zeer laat)

Behandeling

  • Onmiddellijke decompressie (naald/vinger thoracostomie)

  • Plaats thoraxdrain daarna

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • Snellere diagnostiek en interventie, inclusief gebruik van POCUS (point of care ultrasound) in gespecialiseerde settings.

Wat is geen klinisch verschijnsel bij een (dreigende) tamponade?

A

Verhoogde CVD

B

Hoofdpijn

C

Zachte cortonen

D

Hypotensie

Tamponade

Klinische verschijnselen

  • Hypotensie, zachte cortonen, verhoogde CVD

  • PEA

Behandeling

  • Pericardiocentese (liefst echo‑geleide) of thoracotomie

  • Reanimatie continueren tot decompressie

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • Expliciete aanbeveling om echografie tijdens reanimatie (POCUS) sneller in te zetten bij vermoeden tamponade.

Terug naar 4H4T

Voeg hier je vraag toe

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Welke medicatie kan worden overwogen bij de ALS o.b.v. Acuut Coronair Syndroom?

A

Aspégic 500mg i.v., heparine 5000 EH i.v.

B

Aspégic 500mg i.v., Amoxicilline 500mg

C

Aspégic 500mg i.v., Fraxiparine s.c.

D

Aspégic 500mg i.v., Tirofiban

Trombose – coronair (ACS)

Klinische verschijnselen

  • Pijn op de borst, STEMI‑ECG

  • VT/VF

Behandeling

  • Defibrillatie

  • ACS‑protocol, zo snel mogelijk PCI

  • Bij DD ACS overweeg Rx/ Aspégic 500mg, heparine 5000EH, ticagrelor 180mg

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • Directe PCI‑toegang en overwegen ECPR bij reanimatie met vermoedelijk coronair probleem.

Welke soort anti-trombolytica gebruiken we binnen de Isala bij de ALS o.b.v. longembolieën?

A

Urokinase

B

Streptokinase

C

Alteplase

D

Tenecteplase

Trombose – pulmonaal arterieën (longembolie)

Alteplase = Actilyse

Zie protocol Zenya:

Actilyse bij longembolieën, de verpleegkundige zorg op de intensive care

Thrombolyse toediening Actilyse®, rt-PA:

  • Bij lichaamsgewicht ≥ 65 kg: Totale dosis 100 mg i.v.

  • Bij lichaamsgewicht < 65 kg: totale dosis max. 1,5 mg/kg.

Trombose – pulmonaal arterieën (longembolie)

Klinische verschijnselen

  • Acute dyspneu, hypoxie

  • Typische PEA

Behandeling

  • Trombolyse tijdens reanimatie (voortzetten reanimatie gedurende 60-90min na toediening)

  • ECMO overwegen

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • ERC geeft in 2025 sterkere aanbeveling voor vroege trombolyse bij vermoeden massale PE tijdens reanimatie.

Terug naar 4H4T

Toxines

Klinische verschijnselen voorafgaand aan arrest

  • Pupilveranderingen

  • Ademhalingsdepressie

  • Aritmieën

Behandeling

  • Antidota. (Overleg met ziekenhuisapotheker, vergiftiging centrum Utrecht of raadpleeg toxicologie.org)

  • Ondersteuning respiratie/circulatie

Richtlijnen 2025 benadrukken

  • Meer aandacht voor nieuwe intoxicaties (designer drugs, polyfarmacie) in de categorie “special causes”, maar geen structurele wijziging in het H/T‑algoritme zelf.

Terug naar 4H4T

Special circumstances

  • Reanimatie Zwangere

  • Verdrinking

Wat is heeft de voorkeur om te doen tijdens de ALS met een zwangere?

A

Op rechter zij kantelen m.b.v. kussen

B

Uterus naar rechter zijde, manueel

C

Op linker zij kantelen m.b.v. kussen

D

Uterus naar linker zijde, manueel

Reanimatie zwangere

  • Zwangerschap is niet altijd klinisch duidelijk — actieve herkenning!

  • Handmatige uteriene verplaatsing voorkeur boven volledige left lateral tilt: beter uitvoerbaar + minder verstoring compressiekwaliteit.

  • 4P’s toegevoegd als maternal reversible causes:(Pre-)eclampsie, Puerperale sepsis, Placenta-/uterusproblemen (bijv. abruptio, uterusruptuur), Peripartum cardiomyopathie

  • IV/IO-toegang boven het diafragma indien mogelijk.

  • Verwijder foetale monitoren → risico op brandwonden bij defibrillatie.

  • Perimortem (resuscitative) hysterotomie bij zwangerschap >20 weken zo snel mogelijk (hier is afgestapt van strikte 5 minuten).


Wat is de eerste stap als je de BLS/ALS wil starten na verdrinking?

A

Borstcompressies uitvoeren

B

Start met 5 beademingen

C

Ritmecheck doen

D

Intubatie uitvoeren

Verdrinking

  • Start met 5 beademingen; oxygenatie heeft prioriteit boven borstcompressies en ritmecheck.

  • Vroegtijdige intubatie voor zekering luchtweg en PEEP.

  • Geen wetenschappelijke data over de optimale beademingsdrukken bij verdrinking. Dus rekening houden met nadelige effecten van hoge beademingsdrukken, zoals longbeschadiging en afname veneuze terugvloed.