week 14 Nederlands klas 1A H5 Lezen

Poëzie opdrachten
Ik kan van een tekst benoemen welk doel de schrijver hierbij heeft
Ik kan verschillende tekstdoelen herkennen

Tekstdoelen: welke soorten zijn er?
Nederlands
week 14
BK: Hfdst.5 Lezen startopdracht, opdracht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook 5
KGT: Hfdst.5 Lezen startopdracht, opdracht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook 5
TL: H5 Lezen opdacht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook 5
Controleren of alle doelen zijn behaald.
Gemaakt werk nakijken door nakijkblad via de mail. 
Afmaken de weektaak. 
Snel klaar? Ga dan lezen in je boek!
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Poëzie opdrachten
Ik kan van een tekst benoemen welk doel de schrijver hierbij heeft
Ik kan verschillende tekstdoelen herkennen

Tekstdoelen: welke soorten zijn er?
Nederlands
week 14
BK: Hfdst.5 Lezen startopdracht, opdracht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook 5
KGT: Hfdst.5 Lezen startopdracht, opdracht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook 5
TL: H5 Lezen opdacht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook 5
Controleren of alle doelen zijn behaald.
Gemaakt werk nakijken door nakijkblad via de mail. 
Afmaken de weektaak. 
Snel klaar? Ga dan lezen in je boek!

Slide 1 - Tekstslide

Vraag: hoe ver ben je met het lezen in je boek? Schrijf hieronder de titel en schrijver van je boek!

Slide 2 - Open vraag

Wat denk je dat de schrijver met de tekst bedoeld heeft?


Maak de opdracht op de volgende pagina.

Slide 3 - Tekstslide

Sleep de tekstdoelen naar de juiste teksten. Je houdt er 2 over.
Amuseren
Tot handelen aanzetten
Informeren
Waarschuwen
Overtuigen
Adviseren
Instrueren

Slide 4 - Sleepvraag

Waarom een tekstdoel?
Een schrijver schrijft nooit zomaar iets. Hij wil iets bereiken.

Dus kiest hij een doel. Hij vraagt zich af: wat wil ik met mijn tekst bereiken?
Het is handig voor jou om te bedenken wat het doel van de schrijver is, zodat je het makkelijker kunt lezen. 

Slide 5 - Tekstslide

1

Slide 6 - Video

00:15-00:21
Alleen KGT en TL/H bekijken deze video. BK kan deze dus overslaan!

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Informatie geven
informatie geven, bijvoorbeeld een krant
iets leren of uitlegen
instructie, studietekst, recept
iets laten doen
bijvoorbeeld een reclametekst zodat je iets gaat kopen
mening geven
De schijver geeft zijn mening, bijvoorbeeld een recensie
amuseren
bijvoorbeeld een strip waardoor je moet lachen

Slide 9 - Tekstslide

Combineer de tekstdoelen met hun betekenis
timer
0:30
Informeren
Overtuigen
Instrueren
Overhalen
Vermaken 
Dat je iets te weten komt
Tot handelen aansporen
Iemand iets laten denken
Iemand iets uitleggen
Amuseren

Slide 10 - Sleepvraag

Aan de slag!
Lees nog eens goed de theorie in het groene kader door voor je begint met het maakwerk.
BK: Maken startopdracht en 1 t/m 4 op blz. 162-167. 
Makkelijk? Maak ook opdracht 5
KGT: Maken Hoofdstuk 5 Lezen startopdracht en 1 t/m 4. 
Makkelijk? Maak ook opdracht 5
TL: maak opdracht 1 t/m 4. Makkelijk? Maak ook opdr. 5



timer
45:00

Slide 11 - Tekstslide

Let op!
Ga na het maakwerk nog door met de volgende slide. 

Als je al het werk af hebt, stuur de docent dan een mail (wkleinveld@bbonderwijs.nl) 
Dan zal je een nakijkblad ontvangen op jouw mail zodat je zelf na kunt kijken. 

Slide 12 - Tekstslide

Al het maakwerk af?
Ga dan verder met het lezen in je leesboek. 
Deze moet voor de meivakantie uit zijn!
Je mag ook later deze week 30 minuten lezen in je leesboek.

Na de meivakantie moet je een boekverslag inleveren. Hoe dit gaat, leg ik binnenkort uit.
timer
30:00

Slide 13 - Tekstslide

Sleep de tekstvormen naar de bijbehorende tekstdoelen.
De schrijver geeft de lezer vooral informatie. 
De schrijver probeert de lezer vooral van zijn/haar mening te overtuigen.
De schrijver spoort de lezer vooral aan iets te doen.
De schrijver wil de lezer vooral vermaken door iets boeiends, ontroerends of grappigs te vertellen.
Bijvoorbeeld schoolboekteksten of recepten.
Bijvoorbeeld betogen of recensies.
Bijvoorbeeld reclameteksten.
Bijvoorbeeld gedichten of columns. 

Slide 14 - Sleepvraag