4.2 versnellen en vertragen

 4.2 Versnellen en vertragen
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 4.2 Versnellen en vertragen

Slide 1 - Tekstslide

Vragen over 1-8 van 4.1 bespreken

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen:
4.2.1 Je kunt een beweging vastleggen in een (v,t)-diagram.
4.2.2 Je kunt de soort beweging herkennen in een (v,t)-diagram.
4.2.3 Je kunt uitleggen wat versnelling en vertraging betekenen.
4.2.4 Je kunt de versnelling van een beweging berekenen.
4.2.5 Je kunt km/h omrekenen naar m/s, en omgekeerd.
4.2.6 Je kunt de afgelegde afstand van een beweging bepalen/berekenen in een (v,t)-diagram.

Slide 3 - Tekstslide

Welke soort bewegingen ken je?

Slide 4 - Woordweb

Versnelling 
  • Gaat steeds sneller
  • Stel: Ik ga versnellen. Na 1 seconde ga ik 3 m/s,
    na twee seconden 6 m/s en na drie  9 m/s
  • De toename in snelheid 3 m/s elke seconde
  • DUS de versnelling is 3 m/s2

Slide 5 - Tekstslide

(v,t)-diagram maken
  • v - verticale as
  • t - horizontale as

  • 0-4 s Beweging neemt eerst toe
  • versnelling
  • na 4s dan is de beweging constant
  • eenparige beweging

Slide 6 - Tekstslide

Een trekker druppelt olie en laat een spoor achter.
Welke vt-diagram (snelheid-tijd-grafiek) past bij het spoor?
A
B
C
D

Slide 7 - Quizvraag

Een trekker druppelt olie en laat een spoor achter.
Welke vt-diagram (snelheid-tijd-grafiek past bij het spoor?
A
B
C
D

Slide 8 - Quizvraag

Eenparig versneld of vertraagd
  • Snelheid neemt gelijkmatig toe of af

Slide 9 - Tekstslide

Snelheid omrekenen
Snelheid is vaak in km/uur en moet naar m/s
m/s               km/uur
: 3,6
x 3,6

Slide 10 - Tekstslide

10 min. zelfstandig
4.2 blz.26 en verder

opg. 1 / 2 / 3

Slide 11 - Tekstslide

Versnelling berekenen:



  • a - versnelling in m/s2
  • t - tijd in s
  • v - snelheid in m/s

a=ΔtΔv
Δv=veindvbegin

Slide 12 - Tekstslide

  • Vertraging
  • De snelheid neemt elke seconde af met 2 m/s. 
  • Vertraging.
  • De vertraging is 2 m/s². 
  • Je schrijft: a = −2 m/s²
  •     Vertraging heeft hetzelfde symbool als versnelling: a

Slide 13 - Tekstslide

Controle vraag 2
Reken om:
180 km/h = ...... m/s
10 m/s=......km/h

Slide 14 - Open vraag

Wat is juist? Als een auto in 2 s versnelt van 3 naar 7 m/s.
A
Is de snelheid 2 m/s
B
Is de snelheid 4 m/s
C
Is de versnelling 2 m/s²
D
Is de versnelling 4 m/s²

Slide 15 - Quizvraag


Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Afgelegde 
afstand bepalen

Je kan met de (v,t)-diagram 
de afstand bepalen

Afstand = area onder grafiek

Hoeveel is dit?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Vragen?
Maak 4.2 in stilte graag. 
Opd.: 4,5, 6 
tijd over 7 en 8 ook

Slide 20 - Tekstslide

4. Een elektrische scooter trekt in 2,5 s op van 0 naar 36 km/h. De scooter heeft (inclusief berijder) een massa van 160 kg. Je mag aannemen dat de beweging eenparig versneld is.
a)Bereken de versnelling

Slide 21 - Tekstslide

uitwerking vraag 4
t= 2,5 s
v(begin) = 0 km/h = 0 m/s
V(eind) = 36 km/h = 10 m/s
a= (ve-vb)/t
a= (10-0)/2,5 
a= 4 m/s²

Slide 22 - Tekstslide

b)Bereken hoe groot de resulterende kracht is die de scooter laat versnellen.

Slide 23 - Tekstslide

resulterende kracht=?
F= m* a
m= 160 kg
a = 4 m/s²
F = 160 * 4
F = 640 N

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Afstand berekenen 
optie 1: Oppervlakte onder de grafiek:
oppervlakte vierkant ABCD: l * b = 5* 17,5
oppervlakte = 87,5 m
oppervlakte driehoek CDE = 1/2 * b * h
oppervlakte = 1/2 * 5 *(25-17,5) =18,75 m

Afgelegde weg = 87,5 + 18,75 = 106,25 m

Slide 28 - Tekstslide

afstand berekenen 
optie 2: s = v gemiddeld * t
Vgem = (Vbegin +  Veind )/2
V gemiddeld = (17,5 + 25)/2
V gemiddeld = 21,25 m/s
s = vgem * t
s= 21,25 * 5
s= 106,25 m

Slide 29 - Tekstslide

Samenvatting
Hier volgt een samenvatting van de stof met één voorbeeld van een lift waar alle stof in zit.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Tekst

Slide 35 - Tekstslide

Huiswerk
maken test jezelf van paragraaf 1 en 2

Slide 36 - Tekstslide