theorie financiële dienstverlening hs 1 t/m 5

theorie financiële dienstverlening hs 1 t/m 5
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

theorie financiële dienstverlening hs 1 t/m 5

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

waarom moet je als financieel adviseur goede assortimentskennis hebben?

Slide 2 - Open vraag

omdat je moet weten welke verzameling producten je verkoopt en dat  moet kunnen uitleggen aan de klant( waarom het assortiment bij elkaar hoort) 
waarom is een balans altijd in balans?

Slide 3 - Open vraag

de linker en rechterkant van een balans komen opgeteld op precies hetzelfde bedrag uit en zijn dus in balans. 
welke twee soorten toezicht zijn er?

Slide 4 - Open vraag

prudentieel toezicht en gedragstoezicht. 
welke wft-diploma's heb je nodig om hypotheekadvies te geven?
A
inkomen
B
basis
C
hypothecair krediet
D
schadeverzekering

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke drie soorten geld zijn er ?

Slide 6 - Open vraag

chartaal, giraal en elektronisch
wat zijn de drie functies van een bank ?

Slide 7 - Open vraag

de transformatiefunctie
de bemiddelingsfunctie
het verzorgen van het betalingsverkeer. 
hoe heet de toezichthouder voor financieel Nederland (prudenteel toezicht)? En waarom is dat geen gewone bank?

Slide 8 - Open vraag

De Nederlandsche Bank. Je kunt er geen geld lenen of sparen. 
welke drie spaarmotieven ken je?
meerdere antwoorden mogelijk.
A
doelmotief
B
vermogensmotief
C
zekerheidsmotief
D
koopmotief

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is het grootste voordeel van geld lenen bij de bank ?

Slide 10 - Open vraag

je hebt het geld snel en hoeft niet lang te sparen. 
wat is een hypotheek ?

Slide 11 - Open vraag

Een hypotheek is een lening voor een registergoed. Deze is bedoeld om een huis te kopen of te verbouwen. 
wat is het verschil tussen een schadeverzekering en een sommenverzekering?

Slide 12 - Open vraag

Bij een schadeverzekering wordt daadwerkelijke schade uitgekeerd. De verzekerde moet de hoogte van de schade aantonen. 
Bij een sommenverzekering staat de hoogte van de uitkering vast. De verzekerde moet aantonen dat het verzekerde evenement zich heeft voorgedaan en mag er financieel op vooruitgaan. 
Welke van de volgende verzekeringen zijn een vermogensverzekering? Meerdere antwoorden zijn juist.
A
inboedelverzekering
B
aansprakelijkheidsverzekering
C
fietsverzekering
D
rechtsbijstandverzekering

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wie voert de participatiewet uit ?
A
UWV
B
Gemeente
C
belastingdienst

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Omschrijf het begrip Forfaitair belastingtarief ?

Slide 15 - Open vraag

het gaat om een tarief dat op voorhandbepaald. Dit hoeft in werkelijkheid niet te zijn behaald. 
wat is het fiscale voordeel van groen sparen ?

Slide 16 - Open vraag

je hebt een hogere vrijstelling in box 3