Thema 1: Kleding (Woordenschat boekje 2)

Thema 1: Kleding
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema 1: Kleding

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een 'ceintuur'?
A
Een kledingkast
B
Een spijkerbroek
C
Een riem
D
Een lange broek

Slide 2 - Quizvraag

'Als je die sweater mooi vindt, dan kun je hem passen in de ..........'
A
Bekwamer
B
Kleedkamer
C
Klauwhamer
D
Langzamer

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de betekenis van 'knellen'?
A
Pop achter het raam van een winkel
B
Pijp van een broek
C
Kleding die je aan hebt voor een bepaald doel
D
Strak zitten

Slide 4 - Quizvraag

Wat voor soort jasje heeft deze persoon aan?
Regenjas
Trenchcoat
Colbert
Bodywarmer

Slide 5 - Sleepvraag

'Pop achter het raam van een winkel'
A
Handpop
B
Lappenpop
C
Etalagepop
D
Modepop

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de betekenis van 'bermuda'?
A
Broekje met tot aan de knie reikende pijpen
B
Spijkerbroek
C
Bovenste deel van een kledingstuk dat om je nek zit
D
Damesondergoed

Slide 7 - Quizvraag

'De ......... van die jas is erg goed, dus daar betaal je meer geld voor'
A
Kwantiteit
B
Entiteit
C
Identiteit
D
Kwaliteit

Slide 8 - Quizvraag

Wat voor soort schoeisel is dit?
Slipper
Sneaker
Sandaal
Stiletto

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is de betekenis van 'kwantiteit'?
A
Hoe goed of slecht iets is
B
Hoeveelheid, aantal
C
Je middel
D
Net rokje en jasje van dezelfde stof

Slide 10 - Quizvraag

'Ik ben een paar kilo aangekomen en nu zitten mijn broeken te ....'
A
krap
B
los
C
vast
D
krab

Slide 11 - Quizvraag

'Omgeslagen en vastgenaaide rand in een kledingstuk, zoals onder aan een broek of rok'
A
Taille
B
Fluwelen
C
Zoom
D
Lingerie

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor spijkerbroek?
Pantalon
Bermuda
Legging
Jeans

Slide 13 - Sleepvraag

'Bovenste deel van een kledingstuk dat om je nek zit'
A
Traag
B
Praag
C
Vraag
D
Kraag

Slide 14 - Quizvraag

'Ik heb vanavond een eerste date, dus zorg ik ervoor dat ik een goede ...... aanheb.'
A
eiwit
B
outfit
C
drumkit
D
goudsmid

Slide 15 - Quizvraag

Wat is de betekenis van 'taille'?
A
Je middel
B
Lange broek
C
Van fluweel
D
Kledingkast

Slide 16 - Quizvraag

Wat draagt deze mevrouw?

Slide 17 - Open vraag

Succes bij de toets!

Slide 18 - Tekstslide