genotsmiddelen + folder maken

Genotsmiddelen

alcohol, vapen, lachgas
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Genotsmiddelen

alcohol, vapen, lachgas

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen
Ik kan uitleggen wat alcohol en drugs zijn en welke effecten deze middelen op het lichaam en gedrag kunnen hebben.

Ik kan de risico's en gevolgen van het gebruik van alcohol, wiet en lachgas voor mezelf en anderen benoemen.

Ik kan aangeven waarom mensen genotsmiddelen gebruiken en welke gezonde alternatieven er zijn om te ontspannen of plezier te maken.

Slide 2 - Tekstslide

Genotsmiddelen, welke ken jij?

Slide 3 - Woordweb

Wat zijn drugs?
Stoffen die ervoor zorgen dat je je anders voelt

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Alcohol
Niemand kijkt raar op van iemand die in het weekend een biertje drinkt..
Is alcohol wel zo onschuldig?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Lachgas
Het gebruik van lachgas is niet zonder gevaar.
Zuurstoftekort in de hersenen Lachgas kan leiden tot zuurstoftekort in de hersenen. Daarbij kun je concentratiestoornissen of hoofdpijn krijgen, duizelig worden, je evenwicht verliezen, verward zijn, misselijk worden, last hebben van gevoelloosheid of tintelingen of flauwvallen. 
Kans op neurologische schade (verlamd raken), psychotische klachten, verslaving, hart en vaatziekten(beschadigd bloedvaten).

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Wat doen drugs met je?
Drugs gebruiken lijkt in het begin wellicht leuk en spannend. Je voelt je chill en je kunt de hele wereld aan.

Later kun je verslaafd raken; je lichaam kan niet meer zonder. Dat is niet alleen maar ongezond, maar je wordt er ook ongelukkig van. 

Slide 10 - Tekstslide

Werking
Drugs moeten om effect te hebben in de hersenen terechtkomen. Bij gebruik van drugs komen de drugsmoleculen eerst in het bloed terecht. Het hart pompt het bloed met de drugsmoleculen aar de hersenen. Als drugs daar aankomen beïnvloeden ze de werking van de stofjes die elektrische signalen van de ene zenuw naar de ander kunnen overbrengen. Daardoor worden bepaalde hersengedeelten extra gestimuleerd of geremd. Hierdoor treden er allerlei effecten op.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Cannabis-Wiet-Blowen
Cannabis is een verzamelnaam voor producten die van de cannabisplant afkomen: hasj en wiet. Met wiet worden de bloemtoppen van de plant bedoeld. Hasj is een concentraat van de hars die op de plant voorkomt. Wiet wordt onder heel veel verschillende namen verkocht, zoals Amnesia, Haze, Kush, Power Plant, Orange Bud en White Widow. Vooral de smaak, geur en sterkte verschilt per soort. Hasj en wiet worden meestal gerookt. Het wordt dan vermengd met tabak en gerold tot een joint. Wiet en hasj worden ook wel puur gerookt in een vloeitje of pijpje. Ook kan cannabis verwerkt worden in voedsel, bijvoorbeeld in cake (spacecake) of thee.

Slide 15 - Tekstslide

Lichamelijke effecten van cannabis
Sloomheid.
Verhoging hartslag, hartkloppingen (vooral de eerste keren).Duizelig.
Eetlust neemt toe, vooral voor zoetigheid.
Verslapping spieren. Hierdoor voelen ledematen zwaar aan.
Daling bloeddruk. Vooral als je ineens gaat staan.
Rode ogen. Droge mond.

Slide 16 - Tekstslide

Psychische effecten van cannabis

Vrolijk (lachkick). Zorgeloos, ontspannen.
Verandering waarneming, kleuren worden intenser, muziek mooier.
Verandering van gevoel voor tijd en ruimte. Prikkeling fantasie.
Concentreren op dingen die niet meteen je interesse hebben gaat moeilijker. Dat geldt ook voor logisch nadenken.
Vergeetachtigheid. Dingen die net gebeurd zijn, vergeet je soms. Als je aan het vertellen bent kun je makkelijk de draad kwijtraken.
Bij hoge dosis: in zichzelf gekeerd, tripeffecten.

Slide 17 - Tekstslide

gevaren gebruik Cannabis
Dagelijks gebruik, problemen op school en met justitie
Ongeveer 10% van de jongeren die begint met blowen gaat dagelijks gebruiken. Begint iemand onder de 16 jaar, dan is er grotere kans op slechtere schoolprestaties. Daarnaast verhoogt dagelijks gebruik de kans op problemen als schooluitval en in aanraking komen met politie en justitie.

Bij sommige gebruikers kunnen depressieve gevoelens ontstaan. Daarnaast zijn er klachten als gevoelens van derealisatie, angst, verminderde concentratie, vermoeidheid, gevoel van schokken in het hoofd, tintelingen, spiertrekkingen, zichtproblemen en duizelingen. Hoe vaker en hoe meer er gebruikt wordt, hoe groter de kans op deze klachten. Ook het combineren van cannabis met andere middelen vergroot de kans op deze klachten aanzienlijk.

Slide 18 - Tekstslide

opdracht: maak een flyer

  1. Welk onderwerp heb je gekozen (Titel)
  2. Wat zijn de gevaren?
  3. Voor wie is het gevaarlijk?
  4. Wat wil je dat de lezer te weten komt?
  5. Gebruik passende afbeeldingen.
  6. Stuur de flyer naar mevrouw.

Slide 19 - Tekstslide

Flyers bekijken
Bekijk elkaars flyer, wat valt op? wat doet het met jou? Schrijf het op een post-it en plak deze bij de flyer.

Slide 20 - Tekstslide

meer informatie
https://www.jellinek.nl/

Slide 21 - Tekstslide