Uitleg schrijven vrijdag 19 november 2021

Schreiben A1/A2
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Schreiben A1/A2

Slide 1 - Tekstslide

Lernziel (leerdoel)
aan het einde van de les, weet je wat er op het examen komt

Slide 2 - Tekstslide

Je bent op vakantie in een Duitse stad ( je mag zelf verzinnen welke stad). Je schrijft een ansichtkaart aan een vriend/vriendin (naam zelf verzinnen)
Hoe begin je de kaart?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

Op de vorige slide zag je de achterkant van een ansichtkaart.
Hoe schrijf je het adres naar een Duitse vriend/vriendin? (Adres mag je zelf verzinnen)

Slide 5 - Open vraag

Je wilt weten hoe het met je vriend/vriendin gaat.
Hoe vraag je dat in het Duits?

Slide 6 - Open vraag

Als je iemand wilt bedanken voor een uitnodiging. Hoe doe je dat in het Duits?

Slide 7 - Open vraag

Je moet een verhaal over jezelf schrijven.
Hoe doe je dat in het Duits?

Slide 8 - Open vraag

Je wilt een vriend/vriendin feliciteren met zijn/haar verjaardag. Hoe doe je dat in het Duits?

Slide 9 - Open vraag

Je kunt op 1 december niet bij een vriend/vriendin langs komen.
Hoe schrijf je dat in het Duits?

Slide 10 - Open vraag

Je wilt op 1 december komen.
Welke zin is juist?
A
Ich möchte gerne am 1. Dezember vorbeikommen
B
Ich möchte gerne auf 1. Dezember vorbeikommen
C
Ich möchte gerne aus 1. Dezember vorbeikommen
D
Ich möchte gerne im 1. Dezember vorbeikommen

Slide 11 - Quizvraag

Wat betekent oom in het Duits?

Slide 12 - Open vraag

Wat is een cadeau in het Duits?

Slide 13 - Open vraag

Als je een verjaardag of feestdag viert.
Wat betekent vieren in het Duits?

Slide 14 - Open vraag

Wat zijn zelfstandige naamwoorden?

Slide 15 - Open vraag

Hoe schrijf je zelfstandige naamwoorden in het Duits?

Slide 16 - Open vraag

Wat zijn de Duitse bepaalde en onbepaalde lidwoorden?

Slide 17 - Open vraag

Wat zijn de duitse persoonlijke voornaamwoorden?

Slide 18 - Open vraag

Wat is in deze zin een zelfstandignaamwoord?
Meine Tante hat morgen Geburtstag?

Slide 19 - Open vraag

Wat is in deze zin het zelfstandig naamwoord?
Meiner Oma geht es nicht gut.

Slide 20 - Open vraag

Wat is in deze zin het zelfstandig naamwoord?
Vater hat sein Auto am Dienstag verkauft

Slide 21 - Open vraag

Wat is in deze zin het zelfstandig naamwoord?
Die Bäume haben keine Blätter mehr am Zweig.

Slide 22 - Open vraag

Fragen?

Slide 23 - Tekstslide