H5 Het strafrecht en H6 Van politie naar officier 2324

Criminaliteit
Les 1: H5 Het stafrecht +
H6 Van politie naar officier


1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Criminaliteit
Les 1: H5 Het stafrecht +
H6 Van politie naar officier


Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen H5 
  • Je kan de uitgangspunten van het strafrecht, het jeugdstrafrecht en adolescentenstrafrecht  beschrijven
  • Je kan de rechten van een verdachte tijdens het strafproces beschrijven. 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

1. Uitgangspunten van het strafrecht
Het strafrecht omvat alle regels en wetten over het straffen van mensen die de wet hebben overtreden. 

De belangrijkste uitgangspunten zijn: 
  • Het legaliteitsbeginsel >  Je kunt alleen gestraft worden voor iets wat volgens de wet strafbaar is  
  • Er wordt rekening gehouden met de ernst van het delict
  • De rechter kijkt altijd naar de situatie waarin het delict plaatsvond. Denk aan bijvoorbeeld noodweer of overmacht.
Noodweer > zelfverdediging 
Overmacht > een situatie waarin het onmogelijk is om de regels op te volgen. 

  
Je kan de uitgangspunten van het strafrecht beschrijven

Slide 4 - Tekstslide

2. Uitgangspunten van het strafrecht
De belangrijkste uitgangspunten zijn: 

  • De rechter moet rekening houden met de achtergrond en persoonlijke eigenschappen van de dader.  
  • De rechter moet rekening houden met de leeftijd van de verdachte. 

Persoonlijke eigenschappen > iemand kan bijvoorbeeld ontoerekeningsvatbaar zijn en niet verantwoordelijk gehouden worden voor zijn daden omdat hij/zij niet weet wat hij doet. 
Je kan de uitgangspunten van het strafrecht beschrijven

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Adolescentenstrafrecht
De rechter kan op grond van het ontwikkelingsniveau en persoonlijkheid van een verdachte tussen de achttien en drieëntwintig jaar ervoor kiezen om hem te berechten volgens het jeugdstrafrecht.
 

  • In welk geval zou dit voor kunnen komen? 
Je kan de uitgangspunten van adolescentenstrafrecht beschrijven

Slide 8 - Tekstslide

De rechten van een verdachte
  1. Verdacht = redelijk vermoeden
  2. Recht om te weten waar je van verdacht wordt.
  3. Recht op advocaat
  4. Recht om te zwijgen
  5. Beperkte tijd vast houden
  6. Eerlijk proces > onafhankelijke en onpartijdige rechter
  7. Onschuldig tot rechter de straf heeft uitgesproken.
  8. Na de uitspraak van de rechter mag je in hoger beroep gaan
  9. Misdrijven en overtredingen kunnen verjaren
  10. Vrijgesproken = vrij (tenzij er nieuw bewijs aan het licht komt)
De politie moet dus een goede reden hebben om je aan te houden
vanaf moment van inverzekeringstelling (langer dan 6 uur vastgehouden). Als je de kosten niet kan betalen wordt een advocaat toegewezen
Een verdachte mag maximaal 110 dagen en 6 uur worden vastgehouden voordat de rechtszaak begint
Een verdachte moet wel meewerken aan het vaststellen van de identiteit (legitimatie, vingerafdrukken, DNA)
Wanneer een rechter niet onpartijdig is kan een rechter 'gewraakt' worden. Een voorbeeld hiervan is te vinden in het proces van Wilders
Soms heeft de media iemand al veroordeeld voordat de rechter het vonnis geveld heeft. Dit noem je 'trial by media'. Eenzijdige berichtgeving zorgt er dan voor dat ook de samenleving een verdachte al schuldig vindt. Goede media spreekt dan ook van verdachte ipv dader.
Je kan de rechten van een verdachte tijdens het strafproces beschrijven. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Een verdachte mag maximaal 110 dagen en 6 uur worden vastgehouden, voordat de rechtszaak plaatsvindt. 

Slide 11 - Tekstslide

Een jongen van 11 steelt iets uit de winkel. Onder welk strafrecht valt dit?
A
Wordt niet vervolgd.
B
Jeugdstrafrecht
C
adolescentenstrafrecht
D
Volwassenenstrafrecht

Slide 12 - Quizvraag

Een jongen van 14 wordt opgepakt voor de rellen tijdens de Nieuwjaarsnacht.
Onder welk strafrecht valt dit?
A
wordt niet berecht
B
Jeugdstrafrecht
C
adolescentenstrafrecht
D
volwassenenstrafrecht

Slide 13 - Quizvraag

Bij welk uitgangspunt hoort bij welk voorbeeld?
Jeugd-strafrecht
Vermoeden van onschuld
Omstandig-
heden
Noah heeft geweld gebruikt voor zijn eigen veiligheid. 
Melanie krijgt 1 jaar jeugddetentie voor haar misdrijf omdat zij 14 jaar is.
Pieter is nog onschuldig totdat zijn schuld wordt bewezen

Slide 14 - Sleepvraag

Slide 15 - Video

Leerdoelen H6 
Aan het eind van deze les kun je:

- De taken (5) en bevoegdheden (6) van de politie benoemen en uitleggen
- Uitleggen wat een proces-verbaal is en waar het voor gebruikt wordt
- De taken (4) van de officier van justitie benoemen
- Je kent de  drie mogelijkheden  die de officier van justitie heeft bij straf-  zaken en hierbij voorbeelden noemen. 
  

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

 5 Taken van de politie
  • Handhaven van de openbare orde.
  • Hulpverlening.
  • Opsporing van strafbare feiten.
  • Preventie.
  • Dienstverlening.
Preventie
Dit zijn dingen die de politie doet om criminaliteit te voorkomen.
 De taken (5) en bevoegdheden (6) van de politie benoemen en uitleggen

Slide 18 - Tekstslide

 Bevoegdheden van de politie
  • Iemand staande houden > je hebt een identificatieplicht
  • Een bekeuring geven.
  • (Preventief) fouilleren.
  • arresteren of aanhouden.
  • Verhoren.
  • Vasthouden.

Bij een strafbaar feit maakt de politie altijd een proces-verbaal op. 
Fouilleren
Dit wil zeggen dat de politie de kleding en het lichaam van de verdachte mag onderzoeken. 
preventief fouilleren
Hierbij mogen agenten je kleding en lichaam doorzoeken zonder dat je van iets strafbaars wordt verdacht. Dit gebeurt vooral op plekken waar gevochten wordt, bij concerten, bij festivals enzovoorts.
proces-verbaal
Dit is een politieverslag over het misdrijf (of overtreding). Hierin staat precies beschreven wat er volgens de politie is gebeurd, wie de slachtoffers zijn, het tijdstip, de plaats en alle andere dingen die relevant kunnen zijn. 
 De taken (5) en bevoegdheden (6) van de politie benoemen en uitleggen

Slide 19 - Tekstslide

Officier van Justitie
Aanklager (namens het Openbaar Ministerie = OM)
  1. Leidt het opsporingsonderzoek
  2. Beslist of de verdachte naar de rechter gaat
  3. Eist in een strafzaak en bepaalde straf 
  4. Zorgt dat de straf wordt uitgevoerd
- De taken (4) van de officier van justitie benoemen

Slide 20 - Tekstslide

Wat kan de officier van justitie bepalen? 



  • Seponeren = niet vervolgen
  • Schikken > boete geven
  • Strafbeschikking opleggen > OvJ legt de straf op

  • Vervolgen > rechtszaak > naar de rechter
Je kent de vier  mogelijkheden die de officier van justitie heeft bij straf- zaken en je kan hierbij voorbeelden noemen. 

Slide 21 - Tekstslide

Vervolgen .. en dan ?
  • OvJ vervolgt: verdachte wordt vervolgt en verdachte moet naar de rechter.
  • OvJ is dan de openbaar aanklager namens het OM & de rechter speekt recht (bepaalt de straf)



Slide 22 - Tekstslide

Wat is een proces verbaal?
politie schrijft een proces verbaal
Bureau HALT
officier van justitie
taakstraf
seponeren
schikken 
vervolgen 
wist je dat?
Bureau HALT staat voor Het ALTernatief.
Zo kan je wel een taakstraf doen maar krijg je geen strafblad.
wist je dat?
De officier van justitie het hoofd is van de politie. Alle zaken die de politie heeft is de officier verantwoordelijk voor.
stafbeschikking opleggen

Slide 23 - Tekstslide

De politie begeleidt een bus met voetbalsupporters naar een uitwedstrijd.
Welke taak van de politie herken je in deze situatie?
A
Ordehandhaving
B
Opsporing
C
Preventie
D
Hulpverlening

Slide 24 - Quizvraag

Met een politiehelikopter zoekt de politie naar een vermiste man.
Welke taak van de politie herken je in deze situatie?
A
Ordehandhaving
B
Opsporing
C
Preventie
D
Hulpverlening

Slide 25 - Quizvraag


Welke taak van de politie herken je in tekst 11?
A
dienstverlening
B
handhaving van de openbare orde
C
hulpverlening
D
opsporing van strafbare feiten

Slide 26 - Quizvraag

Afbeelding 1

Slide 27 - Tekstslide

Bekijk afbeelding 1. Je ziet hier twee borden.
Welke uitspraak over de twee borden is juist?

A
Bord 1 gaat over een geschreven regel, bord 2 over een ongeschreven regel.
B
Bord 1 gaat over een ongeschreven regel, bord 2 over een geschreven regel
C
Beide borden gaan over een geschreven regel.
D
Beide borden gaan over een ongeschreven regel

Slide 28 - Quizvraag

Voor jongeren van 12 - 18 jaar
Overtredingen
Lichte misdrijven
Zware misdrijven

Slide 29 - Sleepvraag

  H5 Het Strafrecht en H6 Van politie naar officier
Verplicht
Lezen: H5 blz. 53 t/m 56 en H6 blz. 64 t/m 66
Maken: H5 opg. 10, 11, 12, 13, 14  
Maken: H6 opg. 9, 10, 12, 14, 16  + Examenopgaven H5 en H6 blz 74 en 75

Keuze
Oefen met Eindexamensite: onderdeel criminaliteit. 
Kijken: Uitlegvideo's in deze LessonUp
Oefenen met Quizlet
Kijk regelmatig het journaal! 

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Link

Slide 32 - Link