Interview en Vraagsoorten

Interview en vraagsoorten
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Interview en vraagsoorten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen in deze les
  • Je weet wat een interview is.
  • Je weet wat open en gesloten vragen zijn.
  • Je kunt een interview voorbereiden.
  • Je kunt uitleggen wat 'doorvragen' betekent.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'INTERVIEW'
Waar denk jij aan?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort vragen ken je?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten vragen
Er zijn twee soorten vragen: gesloten en open vragen.
  1. Gesloten vragen kun je beantwoorden met een kort antwoord, zoals 'ja' of 'nee'.
  2. Open vragen geven vaak een langer antwoord en werken daarom goed om een gesprek op gang te brengen.

Slide 5 - Tekstslide

Een voorbeeld van een gesloten vraag is: “Vind jij katten leuke dieren?”
In de journalistiek kom je vaak open vragen tegen, zoals: “Waarom vindt u dat mensen op de SP moeten stemmen?”
Andere vraagsoorten
  • Suggestieve vragen: vragen waar het antwoord eigenlijk al in zit. Je doet een suggestie/voorstel. 
  • Keuzevragen: dit is een gesloten vraag waarin je de keuze geeft tussen meerdere antwoorden.
  • Aanvullende vragen / doorvragen: met deze vraag ga je doorvragen om meer informatie te krijgen.
  • Controlevraag of de samenvattende vraag: met deze vraag controleer je of je de geïnterviewde persoon goed hebt begrepen

 



Slide 6 - Tekstslide

Een voorbeeld van een gesloten vraag is: “Vind jij katten leuke dieren?”
In de journalistiek kom je vaak open vragen tegen, zoals: “Waarom vindt u dat mensen op de SP moeten stemmen?”
Kijkopdracht

a) Turf het aantal open vragen in het fragment.
b) Turf ook het aantal gesloten vragen.
c) Welke verschillen merk je aan de antwoorden ?
Wat voor antwoorden leveren gesloten vragen vaak op?
Hoe verschilt dit van de antwoorden op open vragen?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom zouden journalisten vaker open vragen gebruiken dan gesloten vragen?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Open maken
Je kunt van gesloten vragen ook open vragen maken, kijk maar:

Gesloten vraag: 
Gaat het goed met u?

Open vraag:
Hoe gaat het met u?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak van de volgende vraag een open vraag:

Vind je de nieuwe iPhone mooi?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak van de volgende vraag een open vraag:

Hebben jullie gezien wat er gebeurd is?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is volgens jou "actief luisteren"?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Doorvragen
  • Na een antwoord kun je even nadenken en doorvragen.
  • Dat betekent dat je met een nieuwe vraag ingaat op het antwoord van de geïnterviewde.
  • Je vraagt door wanneer je het gevoel hebt dat de geïnterviewde nog niet voldoende antwoord heeft gegeven.

antwoord heeft gegeven.

Slide 14 - Tekstslide

Bijvoorbeeld:

Interviewer: “Vindt u uw werk als leraar leuk?”
Leraar: “Ja.”
Interviewer: “Wat vindt u er zo leuk aan?”
Leraar: “Ik vind het heel leuk om met kinderen te werken.”
Interviewer: “Wat vindt u daar leuk aan?”
Leraar: “Kinderen hebben zo’n frisse kijk op de wereld, daar word ik vrolijk van. Wij volwassenen zitten soms nog zo vastgeroest in onze eigen denkbeelden. Door te werken met kinderen kom ik daar een beetje los van.”
Wat betekent LSD?
A
Luisteren, spreken, doorzetten
B
Luisteren, selecteren, domineren
C
Luisteren, samenvatten, doorvragen
D
Een snoepje

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bereid je een interview voor?
  • Verdiep je in het onderwerp
  • Stel vragen vooraf op
  • Zorg dat de geinterviewde zich op zijn/haar gemak voelt
  • Zorg voor een open houding 
  • Schrijf in steekwoorden mee of neem het gesprek op met je mobiel.
  • Blijf objectief!  Houd je mening voor je!
  • Stel open vragen en vraag door!

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie ben ik?
Wat: probeer erachter te komen wie je bent door vragen te stellen. LET OP: je mag alleen gesloten vragen stellen!!

Hoe: in tweetallen

Tijd: 2 minuten


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik vond deze les nuttig
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Heb je nog tips voor de docent?
Wat kan er beter?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies