Vertelperspectief Lesbezoek

Vertelperspectief
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vertelperspectief

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inchecken



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  1. Aan het eind van de les kun je de vereisten van je geschreven verhaal opnoemen.
  2. Aan het eind van de les kun je vertellen wat vertelperspectief inhoudt en welke perspectieven er zijn.
  3. Aan het eind van de les heb je de verschillende vertelperspectieven toegepast. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk jij aan bij vertelperspectief?

Slide 4 - Woordweb

  • ik-perspectief
  • hij/zij-perspectief (personale verteller)
  • alwetende verteller
  • meervoudig vertelperspectief
Vertelperspectief


  • Het standpunt van waaruit een verhaal wordt verteld.
  • Welke perspectieven zijn er?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Perspectief en vertelsituaties
  • ik-vertelperspectief
  • hij/zij-vertelperspectief
  • alwetend/auctoriaal perspectief
  • meervoudig perspectief

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertelperspectief
Vertelperspectief
Het standpunt van waaruit een verhaal wordt verteld.

1. Ik-vertelperspectief
De gebeurtenissen worden verteld door een personage in de ik-vorm.

2. Hij/zij-vertelperspectief
De gebeurtenissen worden in de hij- of zij-vorm verteld.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertelperspectief
Vertelperspectief
Het standpunt van waaruit een verhaal wordt verteld.

3. Alwetend/auctoriaal perspectief
De verteller weet alles, maar speelt zelf geen rol in het verhaal. --> Staat boven het verhaal.
4.meervoudig perspectief
De gebeurtenissen worden vanuit de ogen van meerdere personages verteld.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"De kleine Erik lag, juist op het ogenblik dat dit boekje begint, in het oude bed van grootmoeder Pinksterblom met den troonhemel en de zijden kwasten, en keek over den rand van het blanke laken de schemerige kamer in.”​
“Stefan schoof zijn voetbalplunje naar het midden van de kamer en zette het raam open, want het stonk werkelijk vreselijk: een muffe grondlucht vermengd met zuur zweet. Maar daarom hoefde zijn moeder toch niet zo uit haar dak te gaan, dacht hij. Die kleren zijn na vijf minuten toch weer vuil. Op het veld ruik je dat niet. Bij de meesten staat de schimmel in hun tas, behalve bij Frits en Davie, de heertjes. Keurig gestreken shirtjes en broekjes, gewassen kousen en in het veld lopen ze te krukken. Wat heb je aan die gasten?” ​
"Ik loop naar de achterdeur, draai hem op slot en sluit de gordijnen. Net als ik me om wil draaien, hoor ik iemand aan de deurklink rammelen."
Ik-perspectief
Personaal perspectief
Auctoriaal perspectief 

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pieter wist nog niet dat hij die voetbalwedstrijd nooit zou spelen.
Ik heb maar één doel in mijn leven, dacht Danny, ik wil winnen.
personaal perspectief
auctoriaal perspectief
ik-perspectief
'Wat haat ik dit,' gromde ik kwaad.
Henry en Larissa liepen samen langs de honderden marktkraampjes.
'Zou je dat wel doen?' vroeg Marcus, toen ik hem verteld had dat ik zou gaan bungeejumpen.
Het leek wel een normale schooldag, ondanks het voorval van enkele dagen geleden...
Nerveus draalde ik door de gangen heen, bang voor wat er van achter die deur zou verschijnen.

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik-perspectief
Personaal perspectief
Alwetend perspectief
Ze stapte uit de auto, maar bleef met haar jas aan de gordel hangen. Ze viel recht vooruit met haar kin op de stoep. Dat gaat er niet mooi uitzien, dacht ze, terwijl ze probeerde weer overeind te krabbelen.
Hij wist nog niet dat, op datzelfde moment, driehonderd kilometer verderop, de koning bezig was een executiebevel op te stellen.
Ik loop naar de achterdeur, draai hem op slot en sluit de gordijnen. Net als ik me om wil draaien, hoor ik iemand aan de deurklink rammelen.

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
  • Lees het fragment en bepaal  het vertelperspectief.
  • Je krijgt 5 min per fragment.
  • Werk in groepjes of tweetallen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De toren van Babel - Annie M.G. Schmidt
In mijn onschuld dacht ik, dat het bouwen van een huis een vrij simpele affaire zou zijn. Ze doen het al zo lang... dacht ik. Mensen bouwen al zo lang huizen. Zeker al tienduizend jaar of langer. Het is net zoiets als brood bakken, dat doen ze ook al zo lang. En bouwen... zo'n achtduizend jaar geleden maakten ze al heel ingewikkelde pyramides, dacht ik. En de toren van Babel ook... nou ja goed, het ding is nooit afgekomen, maar nu zijn ze toch al weer zoveel verder en bovendien: mijn huis behoeft geen toren van Babel te worden, liever zelfs niet. Zo maar een huisje. Op de tekening, die de architect voor ons gemaakt had, was het zo eenvoudig. Enkel maar een paar kamers, rechte kamers, naast elkaar en een plat dak. En geen kwestie van spitsbogen of beeldhouwwerken, of van torentjes of van kantelen of van koepels of erkers of koekoeksramen, zo maar rechttoe, recht an een huis. Dat kon niet zoveel hoofdbrekens kosten, dacht ik.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het perspectief?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het perspectief?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Karakter - Bordewijk
Tot zijn een en twintigste was hij in een boekhandel werkzaam als magazijnknecht, niet in de winkel. Dit was het eerste baantje dat hem enige bevrediging gaf, want te hooi en te gras kon hij nu zijn kennis vergroten. Maar hij schoot er niet op, hij verdiende nog steeds niet genoeg om op zichzelf te staan, hij bleef bij haar wonen.
Op een stroeve manier gingen zij met elkaar om. Hij was voor haar toch geen kwade zoon. ’s Zondagsmiddags gingen zij altijd wandelen. Ze wou naar de rivier, nooit ergens anders heen, zo gingen ze naar het Park of naar de Oude Plantage. Ze keken over het water, ze zeiden weinig, hun stilzwijgen was soms op de grens van vijandschap.


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het perspectief?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het perspectief?
A
Ik-perspectief
B
Personaal perspectief
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

'Er was eens'
Wat zijn de vereisten?
• Je verhaal is minimaal 1000 tot maximaal 2000 woorden (langer mag, korter niet).
• Je hebt een hoofdpersoon en eventuele bijfiguren beschreven.
• Het is duidelijk in welke tijd je verhaal zich afspeelt.
• Het is duidelijk waar je verhaal zich afspeelt.
• Je hebt een vertelperspectief gebruikt: Ik-verteller, hij/zij verteller, alwetende verteller.
• Je hebt een titel.
• Verder mag je werken met hoofdstukken, kopjes witregels etc. (niet verplicht, maar leest wel fijner).
• Je verhaal schrijf je in word en lever je in via Itslearning.
Je levert je verhaal uiterlijk 25 april in via de inleverbak in Itslearning.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Heb je de uitleg over de vertelperspectieven begrepen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de opdrachten en oefeningen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Weet je nu de vereisten voor het verhaal van 'Er was eens'?
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Noem een top van de les!

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een tip voor je docent! Wat kan ze volgende keer beter doen?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies